Geschiedenis van Den Haag
foto ooievaar in kop

ooievaarkleinerHet dorp Die Haghe is ontstaan doordat de graven van Holland hier hun hoofdwoning vestigden, een grafelijk kasteel. Rondom dat grafelijk kasteel ontstond het dorp Den Haag, of Die Haghe, zoals het vroeger heette.

kopfoto middeleeuwen2

Het dorp Die Haghe

Den Haag ontstond als dorp naast het grafelijk kasteel op de plaats van het huidige Binnenhof, maar er lag vermoedelijk al eerder een nederzetting in Den Haag. De straatnaam Geest en het stratenpatroon van de Haagse binnenstad doen vermoeden dat hier een zogenaamde geestnedderzetting was. Deze hoorde misschien bij de hof die Floris IV in 1229 zou hebben gekocht (zie Floris IV), maar het kan ook een zelfstandige oudere nederzetting zijn geweest.

Geestnederzetting

Afbeelding 1: Contouren van de Geestnederzetting. De straten die het patroon van de Geestnederzetting volgen hier ingetekend op een kaart van het Den Haag van nu. Behalve het Kortenbos bestaan alle straten nog.

Geestnederzetting

Een geestnederzetting is een type nederzetting die je overal langs de Hollandse kust tegenkomt op zandruggen in het binnenland. In de tijd dat de kust meer naar het oosten lag waren de zandruggen duinen geweest. Ze liepen daarom evenwijdig aan de kust. Omdat het omringende land vaak drassig was waren de zandruggen de enige plek om droog te wonen. De zandruggen waren niet zo breed en daarom kregen de nederzetting een langgerekte vorm. In het midden lagen de akkers van het dorp, want door de drassigheid van het omringende land was alleen hier akkerbouw mogelijk. Het vee kon wel weiden op de lager gelegen veengrond. Om de langgerekte cirkel van akkers lag een weg. Aan de buitenkant van die weg lagen de boerderijen. Vrijwel iedereen was hier toen boer. De zandruggen waren overigens niet meters hoog.

 

Op bepaalde plaatsen was het hoogteverschil niet zo groot, maar op sommige plekken lag het veen wel twee meter lager. De loop van de oude geestweg is nog terug te vinden in het stratenpatroon van de binnenstad voorat dit gewijzigd werd door de stadsvernieuwing in de jaren zeventig: Kortenbos, Slijkeinde, Geest, Nobelstraat en Papestraat tot aan de Plaats en dan terug via Buitenhof, Halstraat, Groenmarkt, Riviervismarkt, Westeinde1.

Dorp die Haghe

Deze geestnederzetting was natuurlijk nog niet het dorp Den Haag, maar was eerder onderdeel van een middeleeuws hof. Zo'n hof was een landgoed waar horigen of lijfeigenen (een soort slaven) op het land van hun heer werkten. Een echt dorp was het dus niet. Dat ontstond pas dankzij de bouw van het grafelijk kasteel. Vanuit dat kasteel bestuurde de graaf van Holland zijn graafschap en ontving hij zijn gasten. Dat waren mensen die hem iets wilden vragen, mensen die door zijn rechtbank waren ontboden of gewoon gasten zoals andere graven of hun familie. Niet iedereen kon op het kasteel logeren en daarom vestigden zich rondom het kasteel veel herbergiers. Ook trok het kasteel mensen met andere beroepen. Dat waren ambachtslieden, kooplieden, schippers, wagenvoerders en edelen die in de buurt van het grafelijk hof wilden wonen. Deze mensen vestigden zich naast en tussen de boeren van de geestnederzetting. Zo ontstond het dorp ‘Die Haghe’.

 

Het dorp 'Die Haghe' (Den Haag) wordt voor het eerst vermeld in 1291, in een brief van de abt van het Echout-klooster te Brugge. Het grafelijk kasteel met de naam 'Die Haghe' was al een halve eeuw eerder genoemd. Verwarrend genoeg hadden zowel het kasteel als het dorp dezelfde naam2.

Oude Beekloop

Oude loop van de Beek. In blauw de Beek zoals die volgens een aantal onderzoekers heeft gelopen voordat de graven van Holland hem langs de Zeestraat en Noordeinde verlegden naar het Binnenhof. In paars een deel van de Bosbeek (of Oosterbeek) die in 1442 voor zoveel wateroverlast zorgde in het veenlandschap waar nu het Bezuidenhout en de Rivierenbuurt liggen. De precieze loop heb ik niet kunnen achterhalen. Naar: P.Huffnagel, De bodem onder 's-Gravenhage.

Haagambacht

Den Haag was niet alleen een dorp, maar ook een plattelandsdistrict waar het dorp een klein deel van uitmaakte. Een plattelandsdistrict werd in de Middeleeuwen ‘ambacht’ genoemd. Als het ambacht werd bestuurd door een andere edelman dan de graaf dan was het een ‘ambachtsheerlijkheid’ (ambacht van een heer). De graaf kon als beloning een ambacht schenken aan een edelman. Die mocht bepaalde inkomsten uit dat district zelf houden. Den Haag was nog geen zelfstandig dorp, maar hoorde tot het ambacht Monster en werd bestuurd door de heer van Monster. De graaf vond het echter beter om Den Haag zelf te besturen en scheidde Den Haag van Monster. Den Haag werd een eigen ambacht dat ‘Haagambacht’ werd genoemd. Hij gaf het dorp niet aan een edelman, maar hield het dorp in eigen bezit. Den Haag werd dus een ambacht en niet een ambachtsheerlijkheid.

 

Ook op kerkelijk gebied hoorde Den Haag tot Monster en ook dit werd door Floris V ongedaan gemaakt. Eerst kwam de pastoor voor Den Haag uit Monster, maar onder hem kreeg Den Haag een eigen pastoor. Die pastoor werkte voor het dorp of parochie Den Haag, zodat Den Haag in kerkelijk opzicht zelfstandig werd. Maar in burgerlijk bestuur werd Den Haag niet zelfstandig. Het dorp Den Haag werd bestuurd door een van de grafelijke functionarissen, vanuit het kasteel. Daar kwam pas heel langzaam verandering in.

Edelen en boeren

Ook de grond van het dorp bleef eigendom van de graaf. Als iemand een huis wilde bouwen, dan pachtte hij grond van de graaf. De opvallendste bewoners waren de edelen. Die pachtten grond in de buurt van het kasteel en lieten daar een woning bouwen. Vaak was dat nog een houten huis, omdat bouwen in steen erg duur was. Deze edelen hadden al een kasteel in het graafschap, maar wilden ook een huis hebben in de buurt van het grafelijk kasteel. Ook gewone mensen pachtten grond voor een huis. Gewone mensen werden gewoonlijk boer genoemd, oftewel bewoner van het platteland. Den Haag was immers geen stad waar mensen woonden met enkele voorrechten, de burgers. De pacht die men in Den Haag betaalde werd ‘erfhuur’ genoemd. Deze pacht werd voor de tijd van Floris V betaald door werk dat je voor de heer verrichtte. In de tijd van Floris V werd dit vervangen door betaling in geld, maar toch moesten de inwoners van Den Haag nog allerlei diensten voor de graaf verrichten. Inwoners van Den Haag moesten transportdienst verrichten voor de graaf en zijn raadsheren. Als dat nodig was moest Den Haag met veertien wagens met paarden en bemanning de graaf bijstaan. Ook moest Den Haag zorgen voor het vervoer van goederen naar het Binnenhof. Dat was hooi van het Hofland (ten westen van de Grote Markt), turf van het Herenveen (Bezuidenhout en Rivierenbuurt), maar ook het vervoer van goederen van het Spui naar het Binnenhof. Het Spui was de haven van Den Haag, waar binnenschepen aanlegden. De vervoersplicht was overigens alleen beperkt tot Holland. Hagenaars hielpen de graaf bij het belegeren van het kasteel van een opstandige edelman in Holland, maar ze hoefden met paard en wagen niet mee op kruistocht. Deze arbeidsdiensten werden later omgezet in geld3.

De eerste huizen

De eerste huizen werden gebouwd op de strandwal op de plaats van de huidige binnenstad. Daarover liep de belangrijke weg tussen Leiden en 's-Gravenzande. Leiden was net als 's-Gravenzande een oudere vestigingsplaats van de graven. 's-Gravenzande lag toen aan de Maas en vandaar kon de graaf per schip langere reizen maken. Reizen over water was toen makkelijker en veiliger dan over land. Landwegen werden slecht of niet onderhouden en waren gevaarlijk door struikrovers. De grote weg langs Den Haag liep via Monster, Loosduinen door Den Haag via het Kortenbos, Pastoorswarande, Geest, naar het Voorhout en het Haagse Bos. De eerste huizen van Den Haag waren van hout en hadden een rieten dak. Ze stonden verspreid en hadden tuintjes waar mensen zelf groenten verbouwden en vee hielden. Den Haag hoorde ook in dit opzicht tot het platteland. De bebouwing lag vanaf ongeveer de Grote Markt tot de Kneuterdijk en tussen ongeveer het Westeinde en de Nobelstraat. De groei van het dorp ging niet snel. Enkele eeuwen later blijkt het centrum van Den Haag nog niet dicht bebouwd te zijn, dus was het in deze tijd nog zeer landelijk.

Den Haag ca 1290

Afbeelding 2: Den Haag in de tijd van Floris V. Het kasteel van de graven en het dorpje Die Haghe liggen op de strandrug. In rood de grens van de eerste bebouwing die nog niet aaneengesloten was. A = Ridderzaal, B = Hofkapel, C, D = binnenpoorten, E, F, H = buitenpoorten, G = kasteelboerderij, t = tuin. Toernooien werden gehouden op de Kneuterdijk, toen nog een zandvlakte.

Hofgebied van Die Haghe

De Grote Markt bestond nog niet als plein en andere pleinen waren er ook nog niet. De Plaats was in deze tijd het belangrijkste ‘plein’ van het dorp. Een echt plein was het nog niet, want aan de kant van de Kneuterdijk was er nog geen bebouwing. De Plaats werd belangrijk doordat hier de hoofdingang lag van het kasteel. Dat was de Voorpoort, nu de Gevangenpoort. Hier kon je de graaf met zijn hovelingen en gasten het kasteel in en uit zien rijden. Op dit plein werd recht gesproken en werden misdadigers ter dood veroordeeld. Op de zandvlakte daarachter (nu Kneuterdijk) werden steekspelen gehouden.

 

In de buurt van de Kneuterdijk kwamen de meeste hovelingen wonen. Dit gebied, ten oosten van de Beek, kreeg een aparte juridische status. De mensen die hier woonden vielen onder een eigen rechtbank en hadden een eigen kerk en eigen schutterij. De bewoners van het hofgebied hoefden ook niet de diensten te verrichten die de dorpelingen moesten doen en hoefde de belastingen van het dorp niet te betalen. De graaf wilde zijn hofpersoneel afschermen van elke bemoeienis van buitenaf. Hij wilde geen juridische verwikkelingen met de dorpsrechtbank van Den Haag. Hij wilde niet een vertrouweling voor de Haagse dorpsrechtbank moesten verschijnen.

Het dorpsgebied van Die Haghe

Het echte dorp Die Haghe ontstond aan de westkant van de Beek. Het breidde zich uit naar het westen. Daar werd de Groenmarkt het centrum van het dorp dat in de begintijd nog geen eigen bestuur had. Een dorp werd gewoonlijk bestuurd door een heer of door een ambtenaar van de graaf, de schout. Den Haag had aanvankelijk geen schout, maar werd bestuurd door de hofmeester, de edelman die het kasteel beheerde. Later werd Den Haag bestuurd door de rentmeester van de graaf en later kwam er een baljuw of schout4.

 

Den Haag was ook een plattelandsdistrict met de naam Haagambacht. De zuidgrens van 'Haagambacht' werd gevormd door de Schenk en Hoefkade. De westgrens door de Moerweg en de Beek, de noordgrens door de duinrand (ter hoogte van de huidige Laan van Meerdervoort, Javastraat, Wassenaarseweg) en de oostgrens door de landscheiding tussen Delfland en Rijnland (Landscheidingsweg). Zie voor het bestuur verder Bestuur Den Haag.

 

Onder Floris V werd Den Haag naar alle kanten uitgebreid: in het westen werden de polders Segbroek, West Escamp en Oost-Escamp aan Den Haag toegevoegd. Dit gebied werd het West-ambacht van Den Haag genoemd. Later werd Scheveningen aan Den Haag toegevoegd. Dat was tot dan toe waarschijnlijk bezit van de heren van Wassenaer geweest. Tenslotte kwam Nieuwveen (in Nootdorp) bij Haagambacht. In 1276 was Den Haag al zo groot dat het een dorp kon worden genoemd. Het was de zogenaamde “buurschap Die Haghe”5.

Verantwoording

Oorspronkelijke tekst 2005, bijgewerkt op 5-2-2012.

Literatuur

• Van Houtte, J.A.e.a. (red), Algemene Geschiedenis der Nederlanden, deel II, , Utrecht 1951.

• Smit, J.G, (red), Den Haag. Geschiedenis van de stad, deel I. Zwolle 2004.

Noten

1. J.K. de Cock, Bijdrage tot de historische geografie van Kennemerland in de middeleeuwen op fysisch-geografische grondslag, Groningen, 1965, p. 88 e.v.

2. Jacob de Riemer, Beschryving van 's-Graven-hage, deel I, 5.

3. H.E. van Gelder, 's-Gravenhage in Zeven Eeuwen, Amsterdam, 1938, pp 49-50.

4. De schout was vooral voorzitter van de plaatselijke rechtbank waarvan de schepenen lid waren. De schout vroeg hen namens de graaf om vonnis te wijzen. Hierna voerde de schout het vonnis uit. De schepenen werden door de schout uit de Haagse burgerij gekozen.

5. Uitgifte van land in 1276 aan Bruyn uter Haghe, onder verwijzing naar de plichten van de buren van Die Haghe; voor 25 morgen is 26 sch en 15 hoenders verschuldigd, voor ander land 16 sch en 12 hoendeers (Folder Ontstaan van Den Haag, Haags Gemeentearchief 1995 en Kruisheer, Oorkonden, nr. 517).