Geschiedenis van Den Haag
ooievaar in kop

ooievaarkleinerOnder de graven van het Henegouwse huis groeide Den Haag nog steeds hoewel Den Haag voor deze graven niet de voornaamste woonplaats was.

 

Een nieuwe versie is in bewerking.

kopfoto

Den Haag onder de graven van het Henegouwse Huis

Nadat de laatste Hollandse graaf kinderloos was gestorven werd diens oom, de graaf van Henegouwen, ook graaf van Holland (en Zeeland). Dit ging, zoals gewoonlijk, niet zonder strijd. De opvolging stond in het teken van de Frans-Engelse tegenstellingen die uit zouden monden in de Honderdjarige Oorlog. De koningen van beide landen zochten bondgenoten, ook in Holland. De bondgenoten van de Franse koning, de Henegouwers, wonnen met steun van de steden de macht in Holland1 Voor de Henegouwse graaf was het bezit van Holland (en Zeeland) van strategisch belang. Henegouwen lag ten zuiden van aartsvijand Vlaanderen, en door het bezit van Holland kon hij Vlaanderen nu ook van de noordkant belagen. Holland en Henegouwen lagen op enkele dagreizen van elkaar verwijderd. Een rechtstreekse reis over land liep door Brabant of ook door Vlaanderen als men daarmee niet in oorlog was. Henegouwen maakte net als Holland en Zeeland onderdeel uit van het Duitse rijk, maar het grensde aan Frankrijk. De Henegouwse graven hadden ook een klein Franse graafschap en waren betrokken bij de Franse interne politiek, vaak als bondgenoot van de koning, soms met een eigen agenda. De graafschappen Holland en Zeeland werden niet met Henegouwen samengevoegd, maar bleven aparte staatjes, maar omdat ze onder dezelfde graaf stonden was er een tendens naar eenheid. Er kwamen Henegouwers in Den Haag werken en Hollanders in Henegouwen. Hoe de samenwerking van de Frans georiënteerde en Frans-sprekende Henegouwers met de Hollanders en Zeeuwen ging is mij niet bekend. De graafschappen in het zuiden waren in het algemeen verder ontwikkeld dan die in het noorden, op economisch gebied en op politiek en cultureel gebied.

Jan II (1299-1304)

Jan van Avesnes (eigenlijk Jean d’Avesnes en in Henegouwen bekend als Jean I) was de eerste Henegouwse graaf die ook graaf van Holland werd. Zijn moeder was Aleida, zus van Willem II. Avesnes was de familienaam van dit gravengeslacht dat vooral bekend is om zijn vete met de graven van Vlaanderen. Jan II had zich na het overlijden van Floris V al intensief met het bestuur van Holland bemoeid om zijn te jonge neefje Jan te 'helpen'. Jan I was aan het Engelse hof opgegroeid en voerde een zwakke politiek die niet naar de zin was van de Hollandse steden. Deze slaagden er in om Jan's oom Jan van Avesnes tot regent benoemd te krijgen. Toen Jan I kort hierna overleed werd Jan van Avesnes de volgende graaf, als Jan II. Deze was al lang genoeg bij de politiek van Holland betrokken om hier zijn gezag te kunnen vestigen. Hij was niet lang graaf van Holland en overleed in 1304. Na zijn overlijden werd hij opgevolgd door zijn nog jonge zoon Willem III.

Willem III (1304-1337)

De politiek van Willem III (in Henegouwen Guillaume I) gaf duidelijk aan dat de graven van Holland hun graafschap(pen) waren ontstegen. Zijn vader had daarvoor al de basis gelegd. Deze had voor hem een gunstig huwelijk geregeld met de Franse prinses Jeanne van Valois, wier broer later koning van Frankrijk zou worden. Maar ondanks dat hij zijn opvoeding aan het Franse hof kreeg, waren zijn betrekkingen met de Franse koning niet altijd goed. In de strijd tussen Frankrijk en Engeland koos hij om politieke redenen herhaaldelijk partij voor de Engelse koning, zijn schoonzoon. Hij was op het hoogste niveau betrokken bij de Europese politiek. In het Duitse rijk had hij goede betrekkingen met verschillende vorsten en smeedde met hen een bondgenootschap dat een van hen, Lodewijk de Beier, tot koning (en keizer) koos. In Engeland hielp hij Edward III op de troon met een leger Henegouwse ridders en een Hollandse vloot. Voor zijn successen werd hij beloond met zulke goede huwelijken voor zijn dochters dat hij de bijnaam 'schoonvader van Europa' kreeg. Margaretha trouwde met de Duitse keizer Lodewijk (van Beieren). Zijn dochter Filippa trouwde in York Minster met de Engelse koning Edward III. Henegouwen was ook voor Willem III het belangrijkste gewest, maar hij verwaarloosde het bestuur van Holland niet. Onder Willem III heerste in Holland meer rust dan gebruikelijk en hij kreeg bij zijn leven al de bijnaam 'de Goede'. Door de aanstelling van meer ambtenaren als baljuws en rentmeesters verstevigde hij zijn greep op het graafschap. Veel zaken in Holland liet hij over aan zijn broer Jan van Beaumont, die waarschijnlijk vaker dan hij in Den Haag kwam. Toen hij in 1337 in Valenciennes (Valencijn) overleed volgde zijn zoon Willem IV hem op.

Willem IV (1337-1345)

Willem IV kon niet in de schaduw staan van zijn vader. Via zijn tantes was hij verwant aan de belangrijkste vorstenhuizen van Europa, maar hij was niet zo'n goede diplomaat en stortte zich graag in militaire avonturen. Hij voerde veel oorlogen: met de Engelse koning tegen de Franse koning, tegen het bisdom Utrecht en tegen de Friezen. Ook deed hij mee aan een kruistocht tegen de heidenen in de Baltische Staten. De strijd tegen de Friezen werd hem fataal. In 1345 sneuvelde hij bij het Friese Warns. Zijn militaire avonturen hadden een zware financiële tol geëist. Willem had geen tijd gehad voor een rustig huwelijksleven en liet geen kinderen na. Hiermee was het Henegouwse gravengeslacht uitgestorven en kwam Holland na vijftig jaar in handen van het Beierse huis.

Het Binnenhof onder de graven van Henegouwen

Het Binnenhof onder de graven van Henegouwen.

Het Binnenhof ten tijde van de graven van Henegouwen. Het Binnenhof is op een duinrug gebouwd waarvan de grenzen in geel zijn aangegeven. De loop van de Beek is in blauw. De Bosbeek wordt door Calkoen genoemd als tweede beek die water aanvoerde voor de grachten. Andere auteurs denken dat langs deze weg het water juist werd afgevoerd. Iedereen is het erover eens dat het Spui diende voor de afvoer van het grachtenwater. Dit ging via sluisjes die werden opengezet als het water aan verfrissing toe was. A is de Ridderzaal, B de Hofkapel, C, D, E en F zijn poorten. Bij G lag de boerderij en de paardenstallen. H is de noordoostelijke poort waarvan het bouwjaar niet bekend is. De letter t geeft tuinen aan.

De Henegouwers in Den Haag

Den Haag was voor de Henegouwse graven niet de vaste residentie, maar dat was het onder de Hollandse graven ook nauwelijks geweest. Alleen Floris V leek Den Haag als residentie te gaan gebruiken. Over het verblijf van de Henegouwse graven in Den Haag is niet veel bekend. Volgens de traditie kwamen de Henegouwse graven niet graag naar het noorden omdat ze het er te koud vonden Ze bemoeiden zich intensief met de Europese politiek en waren veel op reis. Hun thuisbasis was Henegouwen. Willem III was zeer actief en reisde regelmatig door het Duitse rijk en Frankrijk, door Holland, Zeeland en Henegouwen. Hij kwam tweeëntwintig keer in Holland maar kwam dan vaak niet verder dan een grensstad in Holland. Hij regelde daar zijn regeringszaken en ging snel weer verder naar een andere belangrijke afspraak2. Zijn broer Jan van Beaumont, de beroemde ridder, was zijn plaatsvervanger in Holland en was vermoedelijk vaker op het Binnenhof. De Henegouwse graven hebben het Binnenhof in ieder geval zo vaak gebruikt, of hadden er zoveel belangstelling voor, dat ze het verder hebben uitgebreid. Ook de grafelijke woonvertrekken werden uitgebreid. Als de gravin met haar kinderen wel eens op het Binnenhof verbleef zal ze daar voldoende ruimte voor moeten hebben gehad. Het is bekend dat zij, als zij op familiebezoek ging in Parijs, zij een hofhouding van enkele tientallen personen had met zestig tot honderd paarden3. Verder ontving de gravin bevriende hertogen en graven en edelen uit het graafschap, als haar man voor 'zaken' op pad was. Ze was als dat nodig was ook de vervangster van Willem III. Op kerkelijke hoogtijdagen hield zij plechtig hof en verscheen haar man ook, die regelmatig zijn vrienden en raadsheren meebrengt4. Maar hoe vaak zij in Den Haag verbleef is niet bekend. Willem IV zal niet vaak in Den Haag zijn geweest. Hij nam deel aan belegeringen en veldtochten en ging mee op kruistochten. Die kruistochten voerden naar Palestina, Polen en Litouwen. In 1344 liet zich in Den Haag wel huldigen na terugkeer uit Palestina. Hij organiseerde toen een steekspel op de Kneuterdijk5.

Het grafelijk bestuur

Het grafelijk bestuur was onder de Henegouwers nog steeds een zaak van de graaf zelf. Zij zagen het graafschap als hun privé-onderneming en er was dus geen sprake van medezeggenschap van onderdanen in de vorm van een parlement. De graaf riep af en toe enkele vertrouwelingen bijeen, maar deze ‘grafelijke raad’ van edelen was nog niet een vast college, een vaste groep mensen. Hij nodigde uit wie hij wilde. Dat veranderde door het chronische geldgebrek van de graaf. Hoewel de graaf enige machthebber in het graafschap was kon hij niet zomaar belastingen heffen en verhogen, maar moest hij rond zien te komen van inkomsten uit zijn (privé)bezittingen. Nu was alles wat niet aan iemand anders toebehoorde bezit van de graaf, maar de opbrengsten van bijvoorbeeld duingrond en veengrond waren niet hoog. Omdat de graaf geacht werd eigenaar van het graafschap te zijn kon hij een grondbelasting heffen die de ‘vaste jaarbede’ werd genoemd. Deze belasting was een soort gebruiksrecht dat de gebruiker betaalde aan de graaf6. Als de graaf meer geld nodig had, dan moest hij zijn onderdanen om een 'buitengewone bede' vragen. Hoewel de onderdanen die niet zomaar konden weigeren moest de graaf daar een gunst voor teruggeven. Steden vroegen dan bijvoorbeeld om uitbreiding van hun rechten en om invloed op het landsbestuur, en dan ging het vooral om zeker te weten dat hun geld 'nuttig' werd besteed. Steden wilden alleen meebetalen aan oorlogen die gunstig waren voor handel en nijverheid, maar niet aan oorlogen die de vorst om eigen redenen voerde. Door het betalen van extra belastingen kregen steden steeds meer invloed op het landsbestuur en op den duur werden hun vertegenwoordigers naast de edelen opgenomen in de grafelijke raad. De belangrijkste steden waren toen Dordrecht, Haarlem, Delft, Leiden, Middelburg en Zierikzee. Het platteland en de kleinere plaatsen die nog geen stad waren betaalden ook belastingen, maar deden dat gezamenlijk als 'platteland'. Zij hadden als groep geen eigen vertegenwoordiger in de grafelijke raad, maar werden vertegenwoordigd door de edelen. Den Haag betaalde als deel van het platteland ook mee aan de bedes. Elk dorp betaalde een vast bedrag, dat oorspronkelijk was gerelateerd aan het aantal roeiers (riemtalen) dat een dorp aan een kogge (roeiboot) moest leveren als de graaf ten strijde trok (Nederland was toen zo waterrijk en de wegen zo slecht dat legers vaak per schip werden vervoerd) De gewone inwoners van een dorp droegen mee naar gelang hun rijkdom, maar geestelijken en edelen (eigenlijk welgeboren) hadden vrijstelling8. Steden betaalden een ander bedrag, ook in vaste verhouding tot elkaar. De graaf stilde zijn geldhonger ook door te lenen. Een royale geldschieter als Willem van Duvenvoorde kreeg onder de Henegouwers veel macht. Aan de hoogte van de bedes kun je mogelijk iets zien van de grootte van een plaats. Den Haag was vermoedelijk even groot als Monster en Waddinxveen, maar kleiner dan Zoeterwoude, Pijnacker en Berkel-Rodenrijs 8.

Het grafelijk bestuur

Het bestuur van het graafschap in een eenvoudig schema.

vervolg Vervolg: tijd van de Beierse graven

Verantwoording

Dit verhaal wordt uitgebreid in 2009

Noten

1. AGN oud II 302.

2. Smit 95; noot: volgens De Wit brachten de Henegouwse graven de winter in Den Haag door en reisden ze omstreeks Pasen weer naar Henegouwen terug, maar dit zal niet kloppen.

3. Smit 95.

4. J.G. Smit, De graven van Holland en Zeeland op reis, Wording van Holland. …p 94-96, De Wit 15.

5. Over de kruistochten zie Smit 96. Het steekspel op de Kneuterdijk is vermeld in: M. van Doorn, Een Haags Kalendarium, Haagse geschiedenis in jaartallen, 1998, 1344.

6. Bos-Rops, Graven op zoek naar geld, 21-26.

7. Het waren eigenlijk welgeborenen die vrijstelling hadden, maar voor de leesbaarheid heb ik er 'edelen',van gemaakt; over de belastingheffing zie: Bos-Rops, Graven op zoek naar geld, 42-43, 45.

8. Den Haag, Geschiedenis van de stad, p. 48.