Geschiedenis van Den Haag
kopfoto ooievaar

ooievaarkleinerDen Haag dankt zijn bemoeienis met de vrede aan de Eerste Haagse Vredesconferentie. Als direct gevolg van de conferentie werd in Den Haag het Permanent Hof van Arbitrage opgericht en vervolgens het Vredespaleis gebouwd. Hierna werden meer internationale instellingen in Den Haag gevestigd, en vanaf die tijd doet Den Haag zijn best om andere internationale instellingen binnen te halen. Met succes, want Den Haag is de enige stad buiten New York waar een orgaan van de Verenigde Naties is gevestigd. Het begon in 1899.

kopfoto

Eerste Haagse Vredesconferentie 1899

De eerste Haagse Vredesconferentie was een onverwachte gebeurtenis waar vooral door veel mensen lang naar uit was gekeken. Terwijl regeringen in geweld een snelle oplossing van problemen met andere, kleinere, staten zagen, waren grote groepen burgers in de 19de eeuw overal in de wereld enthousiast actie gaan voeren voor vrede. Een voormalig kamerheer van keizer Napoleon, Jean-Jacques de Sellon, richtte in 1829 in Genève de Société de la Paix op, een eerste vredesorganisatie.

In veel andere landen werd zijn voorbeeld gevolgd en werden ook gelijke organisaties opgericht die in eigen land ijverden voor vrede. In Nederland gebeurde dat pas veel later. Hier raakte men pas in 1870 zo onder de indruk van gruwelijke verhalen uit de Duits-Franse oorlog dat ook in Nederland lokale 'vredesbonden' werden opgericht1. Maar in het buitenland waren vredesorganisaties actiever en hadden ze meer invloed. De meeste invloed op regeringen kwam van een internationale organisatie van parlementariërs, de Interparlementaire Unie (IPU). Deze organisatie werd in 1889 opgericht op initiatief van vredesgezinde parlementariërs2 en kon af en toe beslissende druk op de politiek uitoefenen. In 1891 werd in Bern een overkoepelende organisatie opgericht, het Bureau International de la Paix3.

Ook een groot aantal particulieren zette zich in voor vrede en zou met dit doel ook Den Haag bezoeken. De Oostenrijkse barones Bertha von Suttner, van huis uit gravin Kinsky, schreef enkele invloedrijke boeken en was in Den Haag ten tijde van de vredesconferenties. Zij had onder andere gewerkt voor Alfred Nobel, uitvinder van dynamiet, maar ook bedenker en financier van de Nobelprijs. Ook de in Engeland zo controversiële journalist William Stead was een prominente vredesactivist die tijdens de vredesconferenties in Den Haag aanwezig was en veel4.

Uitnodiging voor vrede

Op de politieke leiders van die tijd maakten de ongeveer honderd vredesorganisaties nog niet veel indruk. De grote landen meenden dat ze hun problemen het best op eigen houtje op konden lossen en wilden geen inmenging van derden5. Het kwam daarom als een verrassing toen in 1898 de Russische tsaar Nicolaas andere landen uitnodigde voor een internationale conferentie over vrede en ontwapening. Er was aanvankelijk niet veel animo, maar onder druk van vredesorganisaties reageerden de uitgenodigde landen toch positief. Dat deden ze ook op het voorstel van de tsaar om de conferentie in Den Haag te houden. Waarom Den Haag werd voorgesteld is niet duidelijk, maar een van de drijvende krachten achter deze vredesconferentie, de Russische jurist Frederic de Martens. Hij had Den Haag bezocht tijdens de in 1893 en 1894 georganiseerde internationale conferenties over privaatrecht en had daarbij een positieve indruk van de organisatie gekregen. Verder speelde ongetwijfeld mee dat Nederland neutraal was en voor iedereen gemakkelijk overzee te bereiken was. Vervoer ging in deze tijd voornamelijk met trein en schip. Misschien speelde nog mee dat koningin Wilhelmina familie van de tsaar was. Het schijnt overigens dat koningin Wilhelmina en de Nederlandse regering gemengde gevoelens hadden over deze eer. Ze wisten natuurlijk ook wel dat Nederland onder andere werd gekozen omdat het niet tot een van de grote landen gerekend werd6.

Eerste Haagse Vredesconferentie

Een eerste probleem voor de Russische diplomaten was welke landen zouden worden uitgenodigd. In deze tijd vochten veel nationaliteiten voor onafhankelijkheid, terwijl er aan de andere kant een race bezig was om de vergroting van het koloniaal bezit. Een land als Bulgarije had al een min of meer onafhankelijke status, maar viel nog onder het oppergezag van de Turkse sultan. Rusland, dat vaak in conflict was met het Turkse rijk, wilde Bulgarije uitnodigen, maar Turkije wilde dit niet. Een zelfde probleem deed zich voor met de Zuid-Afrikaanse Republiek. Dit was ook onafhankelijk, maar viel onder oppergezag van Groot-Brittannië. Rusland loste dit officieel op door alleen landen uit te nodigen die in Sint-Petersburg een diplomatieke vertegenwoordiging hadden, maar maakte in de praktijk enkele uitzonderingen7. Enkele niet-uitgenodigde groepen lieten het hier niet bij zitten en stuurden toch delegaties naar Den Haag. Naast de ongeveer honderd delegatieleden uit zesentwintig landen arriveerden dus ook delegaties van Polen, Finnen, Armeniërs en Macedoniërs die in Den Haag kwamen mee protesteren. Deze eerste conferentie werd gehouden in paleis Huis ten Bosch, de zomerresidentie van koningin Wilhelmina, die ze ondanks haar eerder genoemde twijfels toch beschikbaar had gesteld. Verschillende delegatieleden roemden de mooie omgeving van het Haagse Bos. Dat lag toen naast het weiland van de Veenpolder en werd nog niet begrensd door de bebouwing van het Bezuidenhout. Ook het stralende zomerweer was ongetwijfeld oorzaak van de goede stemming waarin de conferentie verliep. Deze werd op 18 mei 1899 geopend in de fraaie Oranjezaal. In twee maanden werden de verschillende onderwerpen in kleinere commissies besproken en werd geprobeerd om tot een gezamenlijk voorstel te komen. Op 29 juli was de laatste bijeenkomst. Overigens lag het Huis ten Bosch toen nog in de gemeente Wassenaar.

William Stead

William Stead. De Engelse journalist William Stead speelde een belangrijke rol als verslaggever en activist bij de Haagse vredesconferenties (foto van Wikipedia).

Er werd door buitenstaanders veel geklaagd dat de conferentie een besloten gebeuren was. Slechts enkele bekende vredesactivisten als de journalist William Stead, barones von Suttner en de Russische bankier de Bloch werden toegelaten. De Engelse journalist William Stead verbleef met vrouw en zoon in villa 'Pax Intrantibus'aan de Van Stolkweg. Hij schreef verslagen in het conservatieve Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage, deed mee met discussie-avonden in Diligentia en organiseerde ook de aanbieding van miljoenen handtekeningen die over de hele wereld verzameld waren. De Bloch verbleef in het Oranjehotel in Scheveningen en organiseerde in Diligentia discussie-avonden afgevaardigden. Baronesse Von Suttner verbleef met haar echtgenoot en dochter in hotel Central 8. Ook andere vredesactivisten presenteerden hun voorstellen voor een vrediger wereld in een of andere Haagse zaal. Tientallen vrouwenbewegingen van over de hele wereld zonden telegrammen waarin gevraagd werd om de instelling van een internationaal gerechtshof.

De duurdere Haagse hotels als 'Den Oude Doelen' (ook wel 'Vieux Doelen' genoemd), Des Indes, De Bellevue, Paulez, De Twee Steden deden goede zaken9. De Haagse bevolking zag tien weken lang de afgevaardigden met koetsen naar het Haagse Bos en 's avonds naar de kleine en grote feesten gebracht worden. De diners, ontvangsten en feesten werden bijna dagelijks gehouden. Eenmaal zorgde ook het gemeentebestuur voor ontspanning voor de delegatieleden door en bood een concert aan in het Gebouw van Kunsten en Wetenschappen. De bedoeling was goed, maar niet ieder delegatielid kon de muziek van Tschaikovsky, Grieg en Wagner waarderen.

 

Het hoofdthema van de conferentie was ontwapening, maar zoals van te voren al verwacht werd bereikte de conferentie op dit punt vrijwel geen resultaten. In de slotakte van 29 juli 1899 werden drie verdragen en drie verklaringen opgenomen met een vijf jaar geldend verbod op het uitwerpen van explosieven uit ballons, een verbod op projectielen die verstikkende gassen verspreidden en een verbod op het gebruik van dumdumkogels. Over andere onderwerpen wilde men op een volgende conferentie verder praten. Het belangrijkste concrete resultaat was de oprichting van het Permanent Hof van Arbitrage dat in Den Haag gevestigd zou worden10. Het onderwerp 'arbitrage' was aan de agenda van de conferentie toegevoegd omdat men verwachtte op dit terrein wel resultaten te boeken en op het gebied van ontwapening niet. Arbitrage hield in dat conflicten werden opgelost door bemiddeling en niet door oorlog. Arbitrage was geen nieuw idee. Vredesorganisaties als de Vredebond, de Interparlementaire Unie en de Internationalisten11 drongen al decennia aan op invoering van een Permanent hof van Arbitrage. Ondanks de beperkte resultaten was de conferentie van 1899 toch belangrijk. Het was voor het eerst dat er over vrede werd onderhandeld zonder dat er oorlog was. Het ging voor het eerst over beperking van oorlogsgeweld en het voorkomen van een oorlog.

In 1907 kwam er een vervolgconferentie.

Verantwoording

Dit verhaal is nog in bewerking. Voor meer informatie zie onderstaande literatuur, noten en verwijzingen naar websites.

Literatuur

• Eyffinger, Arthur, The Peace Palace. Residence for Justice ? Domicile of Learning. Den Haag 1988.

• Kamphuis, P.H., ´Het Algemeene Nederlandsche Vredebond, 1871-1901´, in Bijdragen van de sectie Militaire Geschiedenis, deel 13, Den Haag 1982.

Noten

1. Een 'Vredebond' werd in Den Haag op 8 september 1870 opgericht want 'de afschuw van den oorlog en van zijne gruwelen is nooit zoo levendig geweest als in deze dagen'. De oprichters waren rechters en andere mensen die afkomstig waren uit kringen van de gegoede burgerij. De Haagse bond telde het eerste jaar al zo'n 300 leden. De Vredebond ging met andere bonden op in het landelijk opererende 'Het Algemeene Nederlandsche Vredebond'. In het landelijke bestuur zaten een aantal leden van de Haagse Vredebond: J.J.F. Wap, L. Enthoven, Ph.J. Bachiene. De bond was in de begintijd erg actief en probeerde met name politici te overtuigen van het nut van arbitrage (bemiddeling door derden in plaats van meteen oorlogvoeren). Maar successen werden er niet gehaald en tegen het eind van de eeuw nam het aantal leden weer af. Ook tijdens het eerste vredescongres in Den Haag speelde de bond geen rol. In 1901 fuseerde men met de 'Nederlandsche Vrouwenbond voor internationale ontwapening en arbitrage'. Ook de nieuwe bond 'Vrede door Recht' bereikte weinig (de brochure Vredebond te 's-Gravenhage.

2. De Interparlementaire Unie (IPU) is opgericht in 1889 vooral dankzij het werk van de Engelsman William Randal Cremer en de Fransman Frédéric Passy. De IPU is gevestigd in Genève en is de oudste internationale politieke organisatie. In 2007 waren de parlementen van 138 staten lid. De Interparlementaire Unie wil een bijdrage leveren aan de vrede en de veiligheid in de wereld door overleg en parlementaire democratie. Voor de geschiedenis.

3. International Peace Bureau.

4. Uitgebreide website gewijd aan William Stead.

5. Duitsland was pas sinds 1870 één land geworden, had nog geen koloniaal wereldrijk als Groot-Brittannië en Frankrijk en wilde ook koloniën. Frankrijk had de laatste grote oorlog verloren en wilde revanche. Groot-Brittannië, Oostenrijk-Hongarijë en Rusland hadden te maken met strijd in hun rijken. Ontwapening voor vrede was niet of niet altijd de eerste keus van politici.

6. Mandere, H.Ch.G.J. van der, 'Internationale figuren in Haagsche omgeving' in Jaarboek Die Haghe 1933, blz. 175. Zie ook: www.geschiedenis.nl. Ook zouden volgens de minister van buitenlandse zaken, De Beaufort, de financiële hulp van Nederland aan Rusland en de traditionele banden die tussen Rusland en Nederland bestonden de doorslag gegeven in de keuze. De Beaufort bracht de ministerraad op 26 januari op de hoogte van het bericht, 'allen juichten het besluit van de czaar toe en vonden de bezwaren gering'. Volgens De Beaufort was de koningin ook ingenomen met het nieuws en stelde het paleis Huis ten Bosch ter beschikking. Wilhelmina was echter helemaal niet gecharmeerd van het idee: 'immers werd daardoor op ons het stempel gedrukt van onbeduidendheid'. Wilhelmina weigerde dan ook om bij de opening van de conferentie aanwezig te zijn.

7. Het uitnodigen van Bulgarije lag moeilijk bij Turkijë en het uitnodigen van Transvaal en Oranje Vrijstaat lag gevoelig bij de Britten: Rusland nodigde landen uit die geen vertegenwoordiger in Sint-Petersburg hadden, zoals Luxemburg, Montenegro en Siam en nodigde de Zuid-Afrikaanse Republiek, dat wel een vertegenwoordiger in Rusland had, niet uit (William Hull, The Two Hague Peace Conferences and Their Contributions to International Law, Boston, 1908, p. 10).

8. Mandere, Jaarboek Die Haghe 1933, 192, Mandere, Jaarboek Die Haghe 1933, 193-194, Het Vaderland, 18 mei 1899.

9. Mandere, Jaarboek Die Haghe 1933, 176; voor de hotels: Het Vaderland, 16 mei 1899.

10. Eijffinger 29-35; Stb. 1900, 163. De verdragen waren: het verdrag voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen, het verdrag betreffende de wetten en gebruiken van de oorlog, met bijbehorend reglement, het verdrag nopende toepassing op de zeeoorlog van de beginselen der conventie van Genève van 22 augustus 1864. De declaraties tot een verbod op projectielen waarmee verstikkingsgassen konden worden verspreid en op het gebruik van dum-dumkogels golden bij oorlog tussen twee of meer verdragsstaten en niet als een niet-verdragsstaat zich in de oorlog zou mengen. Zie ook: tekst of volledige tekst.

11. Mensen die een meer verenigde wereld voorstonden met een soort Verenigde Naties; zie Jaarboek Die Haghe 1933, p. 174.