Geschiedenis van Den Haag: de mensen
kopfoto ooievaar

ooievaarkleinerAdriaan Goekoop was de bekendste grootgrondbezitter en bouwer van veel Haagse nieuwbouwwijken in de decennia rond 1900. Veel instellingen zijn opgericht doordat hij grond of geld schonk voor de oprichting. Hij financierde ook opgravingen in Griekenland. Geschiedenis, vooral de Griekse, had zijn belangstelling.

kopfoto

Adriaan Goekoop

Adriaan Elizer Herman Goekoop was een van de bekendste Hagenaars van zijn tijd. Hij was op 28 april 1859 in Goedereede geboren, maar toen hij net een jaar oud was verhuisde het gezin Goekoop naar Den Haag. Adriaan bracht zijn jeugd door in het grote huis Alexanderstraat 17, op de hoek van Plein 1813. Zijn vader, Cornelis Goekoop, verdiende zijn geld in Den Haag met onroerend goed. Hij kocht grote stukken grond buiten Den Haag en was daarmee net op tijd voor de grote stadsuitbreidingen van Den Haag. Buiten Den Haag was veel grond bezit geweest van koning Willem II, maar na diens overlijden werden deze koninklijke domeinen beetje bij beetje verkocht. Een van de wijken die Cornelis Goekoop met eerder gekochte grond liet bouwen was die rond het Koningsplein.

 

Terwijl zijn vader zich alleen met zijn zaken bezighield, had Adriaan ook andere interesses. Op school kreeg hij belangstelling voor de geschiedenis en de cultuur van het oude Griekenland. Maar in Leiden ging toch rechten studeren. Hij studeerde af op het onderwerp Landnationalisatie, een onderwerp dat hem als zoon van een grootgrondbezitter moest interesseren. In deze tijd ijverden (veel) socialisten voor nationalisatie van land. Ze vonden dat land eigendom moest zijn van de staat zodat iedereen er vrij en in gelijke mate gebruik van kon maken. Adriaan was hier natuurlijk op tegen: 'Gemeenschappelijk eigendom is een ramp, zoowel voor het individu als de maatschappij, maar de bijzondere eigendom is een der eerste voorwaarden voor de ontwikkeling van het individu en voor de welvaart van het volk.'

 

Na de dood van zijn vader, op 17 januari 1890, nam Adriaan het werk van zijn vader over. Hij trouwde op 25 augustus 1890 met Cécile de Jong van Beek en Donk en ging in het huis van zijn vader wonen, Laan van Meerdervoort 55. Hij deed in zakelijk inzicht niet onder voor zijn vader en breidde diens grondbezit verder uit. Hij kocht onder andere grond tussen het Verversingskanaal, de Beeklaan en de Laan van Meerdervoort. Hij richtte ook enkele bouwondernemingen op die verschillende wijken van Den Haag bouwden. Een korte tijd hield hij zich ook bezig met openbaar vervoer. Zijn Haagsche Omnibus-Maatschappij exploiteerde de lijnen Weimarstraat-Hollandsche spoor en Frankenslag-Bezuidenhout.

Zijn spraakmakendste transactie was de grondaankoop van Zorgvliet. Ook dit landgoed was bezit geweest van koning Willem II, daarna van zijn weduwe Anna Paulowna en vervolgens van zijn dochter Sophie. Sophie was getrouwd met de groothertog van Saxen-Weimar en woonde daar, als groothertogin, maar in de zomers kwam ze naar Den Haag en woonde dan op het Catshuis in Zorgvliet. Ook zij profiteerde van de komende Haagse stadsuitbreidingen. Bij stukjes en beetjes verkocht ze haar grond aan bouwondernemers. Op haar grond werden de nieuwbouwwijken Statenkwartier en Duinoord aangelegd. Bij haar overlijden in 1897 was Zorgvliet nog in haar bezit. Omdat de gemeente het landgoed als zodanig wilde behouden ging het met een van haar zoons, Wilhelm Ernst, in onderhandeling over de aankoop. Dit bleek niet zo makkelijk als de gemeente had gehoopt, want ook bouwondernemers hadden plannen met Zorgvliet en daar kon de jonge groothertog gebruik van maken. Belangstellend Den Haag volgde met spanning de onderhandelingen via de pers: wie zou de strijd winnen en wat zou er met het landgoed gebeuren? Uiteindelijk was Adriaan Goekoop iedereen te slim af. De bouwmaatschappij Het Park Zorgvliet, waarvan hij mede-eigenaar was, kocht op 20 februari 1903 het landgoed van de groothertog (1). Daarna kocht Goekoop voor eigen gebruik voor twee miljoen gulden het Catshuis met rondom gelegen terrein. Na een verbouwing ging hij er er met zijn gezin wonen, op Scheveningseweg 24.

De rest van het landgoed leverde Het Park Zorgvliet voorlopig niet veel op. Het werd af en toe gebruikt voor activiteiten als paardenconcoursen. De bekendste verkoop was die uit 1905, toen een gedeelte van het landgoed, het voormalige paleis Buitenrust en omgeving, werd verkocht aan de Nederlandse staat. Die droeg het over aan de Carnegie Stichting die er het Vredespaleis op liet bouwen. Goekoop zou later nog gul bijdragen aan de totstandkoming van de Haagse Academie van Internationaal Recht.

Adriaan Goekoop was niet alleen een geslaagd zakenman, maar ook een cultureel bevlogen persoon met grote belangstelling voor geschiedenis. Hoewel hij zijn eigen belangen niet uit het oog verloor had hij had het beste voor met Den Haag.

Adriaan Goekoop was niet alleen een geslaagd zakenman, maar ook een cultureel bevlogen persoon met grote belangstelling voor geschiedenis. Hoewel hij zijn eigen belangen niet uit het oog verloor had hij had het beste voor met Den Haag.

De familie Goekoop schonk veel aan goede doelen in Den Haag. Zij droegen geld bij aan de oprichting van de Haagsche Kookschool, het Kinderziekenhuis, de Inrichting voor Ooglijders (oogziekenhuis) aan de Tasmanstraat en het Gymnasium Haganum. Aan deze school schonk Adriaan ook een verzameling afgietsels van Griekse beelden en munten. Hij steunde ook de opgravingen van Forum Hadriani in Voorburg en was bestuurslid van de vereniging 'Arentsburgh'. Verder stak Goekoop veel geld in de opgravingen die Wilhelm Dörpfeld in Griekenland uitvoerde op Ithaca. Dörpfeld was een bekende Duitse archeoloog die onder andere, als assistent van Heinrich Schliemann opgravingen had verricht in Troje. Ook trok Goekoop zelf naar Griekenland om onderzoek te doen. Ook in Den Haag en omgeving steunde hij geschiedkundig onderzoek, was hij actief als bestuurslid en deed zelf onderzoek. Hij zat in het bestuur van de geschiedkundige vereniging 'die Haghe' en van de vereniging 'Arentsburgh'. Deze vereniging gaf opdracht voor opgravingen naar de resten van forum Hadriani in Voorburg.

Zijn belangstelling voor Griekenland was zo groot dat hij tijdens de Balkanoorlog schonk 40.000 gulden uitgaf aan een Nederlandse ambulance die in Griekenland gewonden ging helpen.

Hij overleed onverwacht op 24 september 1914. Na zijn overlijden werd hij in het Bulletin van de Nederlandse Oudheidkundigen Bond geroemd omdat hij 'warm gevoelde voor oudheidkundige belangen, en daarvoor veel, en meer dan men weet, heeft gedaan. Menige goede zaak heeft hij door zijn krachtigen steun doen slagen, ook op ons gebied, vaak onder uitdrukkelijk beding, dat zijn naam zou worden verzwegen.' (2)

Literatuur

• Koot, Hans, Ben van der Have, De Steentijdmensen van Ypenburg. Graven in Rijswijk, Rijswijk 2001.

• Kersing, V.L.C. (red), M.M.A. van Veen, J.A. Waasdorp, Archeologische-geologische kaart van Den Haag, Den Haag 2000.

Noten

1. Stal 57, 58.

2. Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond, 1914, p 272.