Geschiedenis van Den Haag
kopfoto

ooievaarkleinerDit is de geschiedenis van het meest oostelijke huis, het huis van Reinier van Oldenbarnevelt.

 

Over Kneuterdijk 13.

Over Kneuterdijk 6.

Over Kneuterdijk 20.

Over Kneuterdijk 22, huis Oldenbarnevelt.

kopfoto

Kneuterdijk 22, huis van Reinier van Oldenbarnevelt

Over de vroegste geschiedenis van dit huis is niet zoveel bekend. Op vogelvluchtkaarten uit 1598 en 1616 en 1619 staat op deze plek een typisch middeleeuws huis met een voorhof, op de afbeelding huis E/F genoemd1. De voorgeschiedenis van dit huis wordt beschreven in het huis van Oldenbarnevelt. Raadpensionaris Johan van Oldenbarnevelt wist dit grote huis op 13 juli 1610 voor een zacht prijsje (11.000 gulden) te kopen van de hoge edelman Van Ligne. Oldenbarnevelt liet vervolgens de gebouwen in het westelijk deel van het woningcomplex slopen. Daar kwam een modern nieuw huis dat Jacob de Riemer in 1735 “een schoon en heerlijk gebouw“ noemde, een van de mooiste van Den Haag. In het oostelijk deel van het complex werd een veel kleiner huis gebouwd voor zijn zoon Reinier (op de afbeelding huis F).

Kneuterdijk 20-24

Overzicht van de beschreven panden aan de Kneuterdijk. De rode lijnen zijn de straten van nu (2010).

Johan van Oldenbarnevelt was zelf succesvol, maar zijn familie was dat niet. Ook zijn zoons blonken niet uit en dankten hun posities aan hun invloedrijke vader. Zijn zoon Reinier werd houtvester van Holland en kreeg het bij deze functie horende slot Teilingen als woning. Het is dus niet zeker hoe veel tijd hij doorbracht in zijn woning op de Kneuterdijk (huis F). Toen de politieke strijd in Den Haag tussen Maurits en vader Oldenbarnevelt uit de hand liep, zocht zijn vader regelmatig bij zijn zoon de rust op in slot Teilingen.

Kneuterdijk 20-24 in 1619

Dezelfde panden als op de tekening hierboven, maar dan de situatie van ongeveer 1619. Op de plek van het middeleeuwse huis E/F staan nu twee huizen. E is het nieuwe huis van Johan van Oldenbarnevelt, in moderne bouwstijl in vergelijking met de buurhuizen. Huis F is bestemd voor zijn zoon Reinier. Huis D is ook eigendom van Oldenbarnevelt, maar wordt bewoond door zijn schoonzoon Cornelis van der Mijle en zijn dochter Maria.

Oldenbarnevelt werd uiteindelijk afgezet door prins Maurits, berecht en onthoofd. Zijn zoons hielden begrijpelijkerwijze een wrok tegen Maurits. Met andere tegenstanders beraamde Reinier een moordaanslag op de stadhouder. Die werd verijdeld en Reinier werd op de vlucht gevangen genomen. Op 29 maart 1623 werd hij in Den Haag onthoofd. In zijn huis gingen andere mensen wonen, totdat het huis weer verviel aan de erfgenamen van Oldenbarnevelt.

Verbouwing door Hendrik Cloeck

De erfgenamen verkochten het huis op 2 mei 1669 aan Hendrik Cloeck (Kloeck), raadsheer van het Hof van Holland. Cloecks zoon Pieter Hendrik liet het huis in 1710 vergroten. In plaats van de muur en het kleinere huis kwam er een nieuw en breed huis te staan aan de Kneuterdijk2.

Kneuterdijk 20-24 in 1710

Dezelfde panden als op de tekening hierboven, maar dan de situatie van ongeveer 1619. Op de plek van het middeleeuwse huis E/F staan nu twee huizen. E is het nieuwe huis van Johan van Oldenbarnevelt, in moderne bouwstijl in vergelijking met de buurhuizen. Huis F is bestemd voor zijn zoon Reinier. Huis D is ook eigendom van Oldenbarnevelt, maar wordt bewoond door zijn schoonzoon Cornelis van der Mijle en zijn dochter Maria.

Tweede huis aan de Kloosterkerkstraat

Op het achtererf van dat huis werd aan de Kloosterkerkstraat een tweede woning gebouwd. Een van de twee huizen verhuurde Cloeck aan de Russische ambassadeur Kurakin, in het andere huis woonde Cloecks stiefbroer Willem Hendrik Hop. Na diens overlijden werd het huis door de erfgenamen verhuurd.

Franse tijd

Na de omwenteling van 1795 kwam Cloecks huis, net als veel andere grote huizen leeg te staan. In 1795 werd een van de huizen gebruikt als kazerne en daarna door de Nationale Rekenkamer. Op 16 september 1799 kocht de Agent van Oorlog de beide panden om ze te gebruiken als kazerne. Onder koning Lodewijk Napoleon maakten de huizen deel uit van de Koninklijke Militaire School. Die school liet de huizen in “ruïneuze” toestand achter. Muren, schoorstenen en plafonds en vloeren waren in zeer slechte staat. Kozijnen waren defect en ramen onbruikbaar. Al het (textiel-)behang moest weggehaald worden. Er was gebrek aan geld, dus in 1807 werd alleen het hoognodige gerepareerd3.

 

Toen ons land in 1811 werd ingelijfd in het Franse keizerrijk gingen de Domeinen het huis aan de Kneuterdijk gebruiken. Het huis in de Kloosterkerkstraat bleef kazerne. In de volgende jaren is niet iedere gebruiker van de huizen bekend. Het huis in de Kloosterkerkstraat werd in de jaren 1829 tot 1831 gebruikt door de Hoge Raad van Adel. In 1832 werden de huizen na een verbouwing toegevoegd aan het aangrenzende Ministerie van Financiën. Dat zat er tot 1975.

 

In 1870 wilde de gemeente de Kloosterkerkstraat verbreden om de bredere Parkstraat aan te leggen. Toen werd een deel van het hoekhuis. Ook later vonden verbouwingen plaats. In 1882-1883 werd bijvoorbeeld op een van de grote binnenplaatsen een nieuwe vleugel toegevoegd4.

Verantwoording

Voorlopige tekst, 24-03-2011.

Literatuur

Voor literatuur zie bij Kneuterdijk 22, huis Oldenbarnevelt.

Noten

1. Zie de kaarten van De Gheyn uit 1597 en die van Bos en Faes uit 1616/1619; De Vink meent dat er voor het huis van Reynier geen huis maar lag er een tuinmanshuisje en op de hoek een koepel. Die lijkt er op een prent uit 1622 wel te staan, maar deze afbeelding is in tegenspraak met verschillende vogelvluchtkaarten en een prent in vogelvlucht van Londerseel.

2. De Vink 187-188; 2 mei 1669 is de datum waarop de koop bij de schepenen van Den Haag werd vastgelegd.

3. De Vink 187-190.

4. Vlaardingerbroek, Wevers, 13, 116, Peters, 107-119.