Geschiedenis van Den Haag
kopfoto

ooievaarkleinerHet Rijswijkseplein is als plein nog niet zo oud, maar de Rijswijkseweg is een van de oudste wegen van Den Haag. Van oudsher was dit de weg waarover buitenlandse diplomaten Den Haag binnenkwamen. Traditioneel werden ze bij de Hoornbrug bij het dorpje Rijswijk door een delegatie van de Nederlandse regering opgewacht.

 

Theatergroep Drang speelde in november 2008 op locatie in Het Strijkijzer de voorstelling 'Personeelsfeest'. Bijzondere locatie en een bijzonder (leuk) stuk.

Theatergroep Drang speelt in Het Strijkijzer in Den Haag

 

Theatergroep Drang speelt in Het Strijkijzer in Den Haag

Het originele Flatiron Building dat als inspiratie diende voor het Strijkijzer.

Nieuwe Haven in 1880

Rijswijkseplein en Rijswijkseweg

Rijswijkseplein

Het Rijswijkseplein lag vroeger net buiten Den Haag en stond bekend als Haagweide. De bebouwing van Den Haag hield op bij het einde van het Zieken. Daar lag de stadsgrens want aan de andere kant van de Hoefkade lag Rijswijk. Aan de andere kant van de Trekvliet vormde de Schenk de grens tussen Den Haag en Voorburg. De Haagweide werd in de loop der tijden voor van alles gebruikt en lag langs de entree van Den Haag, de Rijswijkseweg De Rijswijkseweg was al vanaf het ontstaan van Den Haag de belangrijkste toegangsweg vanuit Delft, althans voor wie niet over het water kwam met de trekschuit. Veel belangrijke bezoekers kwamen per trekschuit langs de Trekvliet, of per paard of koets via de Rijswijkseweg Den Haag binnen. Als er een belangrijk gezantschap Den Haag naderde dan reed een vertegenwoordiging van het landsbestuur hen over de Rijswijkseweg tegemoet. Bij de Hoornbrug en daarna over de toen nog landelijke Rijswijkseweg naar Den Haag begeleid. Dat gebeurde bijvoorbeeld op 1 februari 1608 toen stadhouder prins Maurits met een gevolg naar de Hoornbrug reed om de Spaanse opperbevelhebber Spinola te begroeten. Deze was hier voor onderhandelingen over het beëindigen van de Tachtigjarige Oorlog. Het was dus een belangrijke dag in de Nederlandse geschiedenis.

Rijswijkseplein in 1835

Rijswijkseplein in 1835.

Prent van het Rijswijkseplein zoals dat er uitzag in 1835. Rechts op de afbeelding met rokende schoorsteen de ijzergieterij van Maritz en Enthoven. Op die plek ligt nu de Rivierenbuurt. Waar de fabrieksgebouwen aan het water van het Zieken staan ligt nu de Pletterijkade, hoewel het Zieken toen meteen werd verbreed. De Pletterijkade ligt dus wat verder naar rechts. Tussen de fabriek en het witte tempeltje ligt het water van de Trekvliet en de straat Zieken. Het tempeltje was het accijnshuisje of 'Wachtje' en staat nog steeds op het plein. De hoofdweg van het verkeer van Den Haag naar Rijswijk kwam van achter de bomen waar de Bogt van Guinee (het Huygenspark) lag. In 1835 was er nog geen sprake van een Rijswijkseplein, maar lag er alleen een (zand)weg naar Rijswijk en lag er een veld, de Haagweide.(Haags Gemeentearchief, kl. B 1443).

Rijswijkseweg in de Middeleeuwen

De Rijswijkseweg is misschien niet zo oud als de Loosduinseweg, maar toch ook al erg oud. Toen men rond 1345 de Trekvliet ging graven werd op de Rijswijkseweg door de graaf een tol ingesteld om de aanleg van dit kanaal te betalen. Omdat de Rijswijkseweg een grafelijke weg was werden enkele dorpen met het onderhoud van de weg belast. Dat was in deze tijd een gebruikelijke vorm van belastingheffing. Door het onderhoud van grafelijke kastelen droegen dorpen ook bij aan de veiligheid van het graafschap. Andere dorpen hadden de plicht om in Den Haag de Hofvijver, de wegen en de grachten van het Hof te onderhouden. In de 15de eeuw protesteerden enkele dorpen tegen de onderhoudsplicht van onder andere de "zantwech tusschen den Haag en Rijswijc", omdat zij ook al de grachten van het kasteel te Woerden moesten uitdiepen. Maar later, op een onbekend moment, verloren de dorpen hun onderhoudsplicht en werd dit uitgevoerd door grafelijke ambtenaren (1). Vanaf dat moment begon het getouwtrek tussen het landsbestuur en Den Haag over wie de grachten en wegen in en om Den Haag moest onderhouden. In 1671 en 1683 sloten beide partijen een overeenkomst, waarbij Den Haag eigenaar en onderhoudsplichtige werd van de Trekvliet, het trekpad en de Rijswijkseweg (2). Maar deze overeenkomst werd blijkbaar nooit bekrachtigd, want hierna werden er nog anderhalve eeuw nota’s geschreven en voorstellen gedaan over hetzelfde onderwep. Pas in 1820 hakte koning Willem I de knoop door (bij Koninklijk Besluit van 20 november 1820) en werd het beheer van de Rijswijkseweg aan Den Haag overgedragen. Overigens liep de Rijswijkseweg toen dan nog over het grondgebied van de gemeente Rijswijk (maar dat dorp was in de 18de eeuw overigens een tijd eigendom van Den Haag).

Rijswijkseplein in 1858

Rijswijkseplein in 1858.

Op deze prent zijn een deel van het Laakkwartier en links de Stationsbuurt te zien en in de verte het Rijswijkseplein. Rechts de Trekvliet met het jaagpad, daarachter de rokende schoorsteen van de ijzergieterij van Enthoven, links daarvan de Haagweide met het Wachtje en daarachter de Nieuwe Kerk. Links daarvan rijdt een stoomtrein op weg naar Leiden en daarachter ligt het Huygenspark. Links daarvan loopt onder de bomen de Rijswijkseweg. Het gebouw daarachter was het toenmalige station Hollandse Spoor. (Haags Gemeentearchief, z.gr. 969).

Haagweide

De Haagweide was een veldje tussen de Rijswijkseweg en de Trekvliet, waarvan een deel in de 19de eeuw is opgegaan in het Rijswijkseplein. De Haagweide was eigendom van Den Haag en werd steeds verhuurd voor allerlei doeleinden. In een verordening van 1614 werd het aangewezen als stortplaats voor puin en aarde (3). In 1692 werd de Haagweide in erfpacht uitgegeven aan een zekere S. van Strijen voor de oprichting van een zaagmolen. Of die zaagmolen er is gekomen en hoelang die er heeft gestaan is mij niet bekend, maar in de 19de eeuw werd de Haagweide elk jaar in de zomermaanden verhuurd als weiland. Zo huurde koetsier L. Looyenstein de Haagweide van 1 mei tot 30 november 1885 om daarop zijn paard te kunnen weiden. Om de weide lagen sloten en een afrastering die hij goed moest onderhouden. De gemeente verhuurde meer weilandjes in Den Haag aan particulieren, bijvoorbeeld bij de waterpartij in de Scheveningse Bosjes, langs het Kanaal en langs het Verversingskanaal.

In 1827 besloot de gemeenteraad om het voorste stuk van de Haagweide als plein te gaan gebruiken, zodat rijtuigen vanaf de Rijswijkseweg gemakkelijker het Zieken op zouden kunnen rijden en er ruimte over zou blijven voor het nog te bouwen Wachtje of ‘barrière’ aan het Zieken (4). In 1891 besloot de gemeente om een deel van de Haagweide te gaan gebruiken voor de bouw van een ´openbare kostelooze school´. Hiervoor moeten de sloten rond de Haagweide worden gedempt en vervangen door riolering in de richting van het "Hollandsche spoorwegstation". Toen de school op 6 december 1892 werd geopend, gebeurde dat nog in een hulpgebouw, Nieuwe Haven 6. Dat adres lag eigenlijk aan de Wijnhaven, later de Nieuwe Markt. In 1926 werd het Gemeentearchief in deze school gevestigd.

Een ander deel van de Haagweide bleef nog leeg. Daar staat nu een fietsenstalling en op de plek van de school staat nu studentenflat De Struyck.

Rijswijkseplein met Haagweide in 1891

Rijswijkseplein en omgeving in 1891.

Op dit deel van een kaart uit 1891 is de Haagweide duidelijk te zien. Interessant op deze kaart zijn verder de grote fabrieken die er toen nog stonden. Rechtsboven, aan het water, de IJzergieterij van Enthoven. Links daarvan ligt tussen het Rijswijkseplein, de Stationsweg en de Oranjelaan, IJzergieterij De Prins van Oranje. Aan de andere kant van de Stationsweg en ook aan de Hoefkade ligt Meubelfabriek Anna Paulowna. (Haags Gemeentearchief).

Wachtje

Wie vanaf de Rijswijkseweg over het Rijswijkseplein Den Haag binnen kwam moest eerst nog accijns (invoerrecht) betalen aan de gemeentelijke belastingambtenaren. Die zaten sinds 1828 in het zogenaamde ´Wachtje´, ook wel accijnshuisje of officiëler ook wel stadsoctrooihuis . Toen deze belastingen waren afgeschaft kreeg het Wachtje een andere bestemming. In 1870 en 1871 werd Den Haag door een epidemie van kinderpokken geteisterd, met veel doden en gehandicapten als slachtoffer. Het lukte het Nederlandse Rode Kruis een aantal artsen te interesseren in de oprichting van een vaccininatiebureau en op 1 april 1871 werd de ´s-Gravenhaagsche Vereniging voor Koepokinenting opgericht. In het op dat moment leeg staande 'Wachtje' aan het Rijswijkseplein kwam het kantoor van deze vereniging. Op zondag 11 juni 1871 werden de eerste kinderen ingeënt. De inentingen werden gegeven in een gebouw aan de Stille Veerkade, maar na 1917 op meerdere plaatsen in Den Haag. In 1933 werd het Wachtje een café-restaurant, "Het Paviljoen", tot 1983..

Het Wachtje aan het Rijswijkseplein in 2008

Het Wachtje in 2008.

Het Wachtje, oftewel Accijnshuisje of Barriere staat er in 2008 nog steeds. Naar links ging vroeger de oude Rijswijkseweg over in de Bogt van Guinea, nu het Huijgenspark. Naar rechts liep het Zieken langs het Leprooshuis.

Verkeersdrukte

Ondertussen was Den Haag zich gaan uitbreiden. In 1843 was de gemeentegrens met Rijswijk al verlegd van de Hoefkade en het Rijswijkseplein naar de Laak en in 1901 schoof de grens verder op naar de Broeksloot. De aanleg van station Hollandse Spoor en van nieuwe wijken als de Rivierenbuurt, Stationsbuurt en Laakkwartier maakte het ook nodig om nieuwe verkeerswegen aan te leggen. Om het verkeer van nieuwe verkeerswegen op te vangen werd het Rijswijkseplein vergroot en werd de Rijswijkseweg verbreed. Ook kwam er een tramlijn (paardentram) met stallen van de HTM aan de Rijswijkseweg. In 1907 kreeg het gedeelte Rijswijkseweg tussen de Laak en de Broeksloot officieel de straatnaam Rijswijksche Weg. Op het stuk achter het treinviaduct heeft daar nog een tijd een tramremise gelegen, met paardenstallen. Het was immers een paardentram die hier reed.

Rijswijkseplein het Strijkijzer

Rijswijkseplein - het Strijkijzer.

Het Rijswijkseplein is altijd een druk plein gebleven. De verkeersdruk was altijd een probleem en daarom is het plein een aantal keren opnieuw heringericht. Het staat bekend als het drukste verkeersplein van Nederland.

 

In 1905 beschreef journalist Johan Gram het plein als "het portaal der residentie". Hij vond het wel goed dat de reiziger vanaf de Rijswijkseweg als eerste gebouw van Den Haag een gebouw zag staan dat de gezondheid van de burgers nastreerfde. Hij zweeg verder over de "berookte en vale muren der Pletterij, de losplaats voor goederen en de reusachtige stoomkraan". Maar misschien deden die in zijn ogen geen afbreuk aan de gezondheid van de Hagenaar.

Naast het Rijswijkseplein lag Fabriek "De Prins van Oranje", toen al afgebroken, maar op dat terrein zijn al "in een sierlijke bocht eene reeks woonhuizen herrezen, die tot aan de Oranje-Laan loopt, eene nette, neringdoende buurt met kleurige moderne gevels. Het gansche terrein is bestemd om in een aantal bebouwde straten te worden herschapen."

Rijswijkseplein de Struyck

Rijswijkseplein - Studentenflat De Strucyk.

En dan is het Rijswijkseplein tenslotte bekend van de door Harry Klorkestein bezongen Haringkar, door Carel Weeber’s studentenflat De Struyck en door de 130 of 132 meter hoge woontoren Het Strijkijzer. Aan internet ontleen ik dat Het Strijkijzer door zijn prominente plaats aan het Rijswijkseplein de grote stedelijke leegte ter plekke minder onaantrekkelijk moet maken. De ontwerpers kregen voor het gebouw de prestigieuze Emporis Skyscraper Award toegekend.

Rijswijkseplein oudste hoogbouw

Rijswijkseplein - De oudste hoogbouw van het Rijswijkseplein.

Rijswijkseplein oudste hoogbouw

Rijswijkseplein woontoren Het Strijkijzer.

Noten

1. Jaarboek Die Haghe, 1938, 248; Jaarboek Die Haghe 1925 p18-19; De Riemer deel I, p. 110-111.

2. Die Haghe 1906 p 176.

3. Haagsch Jaarboekje, 1895, p 54, Jaarboek Die Haghe, 1911, p. 172.

4. Archief Stadsbestuur, bnr. 352, inv. nr. 2, p. 113, notulen raad van 2 november 1827.