Geschiedenis van Den Haag
kopfoto

ooievaarkleinerKorte stukjes over straten in het Centrum van Den Haag, ten zuiden van Spuistraat en de Poten.

kopfoto

Korte geschiedenis van (enkele) straten in mijn praktijkgebied

Ammunitiehaven

De Ammunitiehaven was oorspronkelijk een kloostervaart en hoorde toe aan het Sint Mariaconvent aan de Lange Poten. In 1594 werd de Ammunitiehaven onderdeel van een vaart die tussen het Spui en het Haagse Bos werd gegraven om zand af te voeren. In de Tachtigjarige Oorlog, in 1598 werd er een munitiemagazijn aan gebouwd en fungeerde het als munitiehaven. De kanonnen die hier werden verscheept kwamen uit de fabriek die tijdens deze oorlog in de Kloosterkerk gevestigd was. In 1717 werden het magazijn door de Staat aan particulieren verkocht. Het water van de gracht werd in 1860 gedempt. De oude bebouwing werd in de jaren 1970 gesloopt voor aanleg van de ministeries en een nieuwe verkeersweg. Zie verder bij Ammunitiehaven.

Café aan de Ammunitiehaven

Café aan de Ammunitiehaven (Haags Gemeentearchief)

Amsterdamse Veerkade

De gracht werd rond 1625 gegraven met het doel om de havencapaciteit van Den Haag te vergroten. In 1630 werd bepaald dat de markt- en veerschepen op Delft, Rotterdam en Amsterdam uitsluitend op de Amsterdamse Veerkade mochten laden en lossen. In 1640 werd de Amsterdamse Veerkade verlengd met de Stille Veerkade, die zoals de naam aangeeft wat minder deel uitmaakte van het havengebied van Den Haag. Het gedeelte tussen het Spui en de Kranestraat heette ook wel Rotterdamse Veerkade en dat was waarschijnlijk de ligplaats van de veerschuit die naar Rotterdam voer. De ‘Amsterdamse schuit’ had zijn ligplaats tussen de Kranestraat en de Wagenstraat. Niet alle huizen op de Amsterdamse Veerkade zijn even oud. Op huisnummers 13-15 was vanaf 1904 het St. Nicolaas Gasthuis gevestigd, een van de oudste instellingen die Den Haag kent en eertijds gevestigd aan de Groenmarkt.

Er woonden enkele beroemde mensen aan de kade. De architect Pieter Post (Mauritshuis, Huis ten Bosch) was de persoonlijke architect van Frederik Hendrik en woonde hier in de 17de eeuw. In de 19de eeuw woonde hier de schilder Johan Barthold Jongkind. Zie verder bij Amsterdamse Veerkade.

Amsterdamse Veerkade

Het oude St. Nicolaas Gasthuis aan de Amsterdamse Veerkade.

Aprochestraat

De Aprochestraat is genoemd naar de herberg “Aproche van Hulst”, ofwel Loopgraaf van Hulst. Misschien is de herberg gesticht door een soldaat die de belegering van Hulst in 1645 meemaakte?

Bagijnestraat

De Bagijnestraat dankt zijn naam aan het vrouwenklooster St. Maria in Galilea, dat tussen 1453 en 1573 op de hoek van de Lange Poten en de Korte Houtstraat lag. De straat vormde vanaf de Lange Poten de toegang tot het klooster. In 1634 werd de straat verlengd na dat een gracht naar de Turfmarkt gedempt was. De Bagijnestraat was lange tijd een particuliere straat die afgesloten werd met een boom. In de 19de eeuw was de straat het centrum van een beruchte buurt (op z’n Haags ‘Bagijnejach’ of ‘Jach’) met druk bezochte danshuizen (Chatelein), café’s (Hof van Holland) en bordelen: ‘t Is of je uit ‘t Jach komt’ was een voor vrouwen weinig vleiend gezegde. Je kon er ook je gestolen goederen kwijt. Aan het begin van de 20ste eeuw werden enkele straten afgebroken en kon de buurt een beter leven beginnen. Niet voldoende naar de zin van de gemeente die het buurtje wederom wil gaan opknappen. Oude benamingen: Zusterpoort, Modammerstraat en Zuiderstraat. Zie verder bij Bagijnestraat.

Calliopestraat

De Calliopestraat is een nieuwe straat in het nieuwbouwwijkje De Resident. Vroeger lag hier geen straat maar lagen hier tuinen van de grote huizen aan de Herengracht. De straatnaam verwijst naar de culturele manifestaties in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen dat vroeger aan de Zwarteweg lag.

Clioplein

Het Clioplein is een nieuw plein in het nieuwbouwwijkje De Resident. Vroeger lag hier geen plein maar lagen hier tuinen en blekerijen. Sinds 1874 lag hier ongeveer de tuin van het gebouw voor Kunsten en Wetenschappen dat vroeger aan de Zwarteweg lag. De straatnaam verwijst naar de Kunsten van dit gebouw.

Fluwelen Burgwal

De herkomst van de naam Fluwelen Burgwal is niet zeker. De gracht werd gegraven in 1594 als onderdeel van een lange gracht die van het Spui tot aan het Malieveld werd gegraven. Met Fluweel werd mogelijk op de rijkdom van de bewoners gedoeld. In 1853 werd de gracht overkluisd en in 1858 gedempt. Aan de Fluwelen Burgwal stond de eerste Amerikaanse ‘ambassade’ Op 19 april kocht John Adams, het huis Fluwelen Burgwal 18 en vestigde hier de eerste Amerikaanse ambassade in de wereld. Hij werd de tweede president van de Verenigde Staten. Het huis staat er niet meer, maar 19 april is nog steeds Dutch-American Friendship Day. Vlak hiernaast kwam gebouw der Orde van Vrijmetselaren onder het Groot Oosten der Nederlanden. Elders op de Fluwelen Burgwal zat de rijtuigfabriek Hermans en Co die ook zeer luxe auto’s zou bouwen voor o.a. Indische vorsten. In 1820 werd op de Fluwelen Burgwal het garnizoenshospitaal gevestigd, dat later uitgebreid zou worden tot Militair Hospitaal. Zie verder bij Fluwelen Burgwal.

Fluwelen Burgwal

Het "oude" gebouw van de Vrijmetselarij aan de Fluwelen Burgwal.

Gedempte Gracht

Deze gracht komt op een kaart uit 1667 voor onder de naam Langegracht. De gracht was in de 14de eeuw de zuidgrens van Den Haag. Over de geschiedenis van de gracht is niet zoveel bekend. Op het eind van de 19de eeuw was hier het bekende “Toevlucht voor daklozen Metropool” gevestigd. De Gedempte Gracht hoorde tot de “Buurt” waar voor de Tweede Wereldoorlog veel joden leefden. Zie verder bij Gedempte Gracht.

Herengracht

De Herengracht is in 1594 gegraven als onderdeel van de vaart tussen het Spui en het Malieveld. De straat werd vroeger "Heerebaen 't eynde de Pooten" genoemd, oftewel ‘Heerbaan (=weg) op het einde van de Poten’. De naam Herengracht komt dus niet van de aanzienlijke heren, hoewel die er ook woonden. Bekende bewoners waren onder andere de staatsman Adriaan Pauw in wiens huis later de Haagsche Kunstkring, de KLM en het bekende theater Verkade waren gevestigd. Adriaan’s broer Cornelis Pauw, raadsheer van Frederik Hendrik en later consul in Aleppo woonde ergens anders op de Herengracht. De familie Rose, mede-oprichters van het Gebouw van Kunsten en Wetenschappen woonden later in hetzelfde huis. Een ander huis was het geboortehuis van Alexandrine Tinne. De gracht werd gedempt in 1858. Meer informatie over de Herengracht.

Herengracht

Enkele huizen aan de Herengracht.

Houtmarkt

De Houtmarkt was de zuidelijke kade van de in 1606 gegraven Turfmarkt. De Turfmarkt zelf lag op de noordkant. De gracht verbond het Spui met de Nieuwe Haven. Op de kade werd hout aangevoerd en gemeten. Net als de Kalkmarkt en de Schedeldoekshaven werd hier dus bouwmateriaal aangevoerd. Het water werd in 1903 gedempt.

Kalvermarkt

De Kalvermarkt zoals we die nu kennen is het gevolg van de sloop van een klein stadsdeel in de jaren 1920. De Kalvermarkt was oorspronkelijk een grachtje met kade dat hoorde bij het St. Mariaklooster. Een deel van dit grachtje werd gedempt en in 1642 in gebruik genomen als kalvermarkt en schapenmarkt. In 1664 verhuisde deze markt naar Varkenmarkt. In de omgeving van de Grote Markt waren meer markten geconcentreerd. In het begin van de 18de eeuw werd de rest van de Kalvermarkt gedempt en was het een langwerpig plein dat met een smalle straat verbonden was met het Spui. Op de hoek met dat Spui heeft lang bierbrouwerij De Ooievaar gestaan. De Kalvermarkt was in de 19de en 20ste eeuw met de Bagijnestraat een beruchte buurt. In de jaren 1920 werd de Kalvermarkt door sloop aan beide kanten zo verbreed dat hij als verkeersweg kon dienen.

Stadhuis

Aan de Kalvermarkt (officieel aan het Spui) ligt het Stadhuis.

Muzenplein

Het Muzenplein is een recent plein (uit de jaren negentig) in het nieuwbouwwijkje De Resident. Vroeger lag hier nog tuinen van de grote huizen aan de Herengracht. De straatnaam Muzenplein is ontleend aan de Muzenstraat en deze straatnaam verwees naar de "muzen", de culturele manifestaties die plaatsvonden in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen dat langs deze straat lag. De hoofdingang van dit grote theatergebouw dat in 1964 afbrandde, lag overigens aan de Zwarteweg lag.

Parnassusplein

Het Parnassusplein is een recent plein in het nieuwbouwwijkje De Resident. Vroeger lag hier geen plein maar lagen hier tuinen en blekerijen. Sinds 1874 lag hier het gebouw voor Kunsten en Wetenschappen dat zijn ingang aan de Zwarteweg had. De straatnaam verwijst naar de muzen.

Paviljoensgracht

In het begin van de 17de eeuw werd de gracht ook wel Geplaveide Gracht genoemd. Bestrating kwam toen nog niet zo veel voor. De westelijke kant werd ook wel Heiligegeest Burgwal genoemd, naar het Heilige Geesthofje. Dit hofje werd in 1616 aangelegd door de Heilige Geestmeesters.

Het ontstaan van de naam is moeilijk te verklaren. Het is mogelijk dat de gracht is genoemd naar een paviljoen van Philips Doublet dat aan de zuidzijde van de gracht lag. Het eerste stuk gracht, tussen Lutherse Burgwal en Stille Veerkade werd in 1863 gedempt, het laatste stuk werd tegelijk met de Amsterdamse Veerkade en Stille Veerkade in 1902 gedempt. De bekendste bewoner was de filosoof Benedictus of Baruch de Spinoza. Die woonde eerst aan de Stille Veerkade, maar in mei 1671 trok hij in bij de familie van kunstschilder Hendrik van Spijck aan de Paviljoensgracht, waar hij tot zijn dood in 1677 zou blijven wonen. Het huis, nr. 74 is nu Domus Spinozana. In 1880 werd een standbeeld van Spinoza op de gracht geplaatst.

Rabbijn Maarsenplein

Dit plein ligt op de plek waar vroeger de joodse buurt omheen lag. Het plein ontstond toen de armoedigste huizen van de buurt werden gesloopt. In de plaats daarvan kwam een plein, het Bezemplein, met enkele scholen. Een daarvan was bedoeld voor joodse kinderen. Op initiatief van de Haagse geschiedschrijver ir. I.B. van Creveld is dit plein genoemd naar de internationaal bekende Haagse rabbijn Isaac Maarsen. Deze werd in 1892 in Amsterdam geboren als zoon van diamantslijper Wolf Maarsen en opgeleid tot rabbijn. In 1919 werd hij benoemd tot rabbijn bij de Nederlands-Israëlitische Hoofdsynagoge in Amsterdam en in 1925 werd hij hoofdrabbijn van Den Haag. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was hij dit nog steeds. Hij hoorde tot de vele joden die de oorlog niet hebben overleeft. In 1943 werd hij samen met zijn echtgenote en twee dochters in Sobibor vermoord.

Schedeldoekshaven

De gracht werd in of na 1595 gegraven en komt ook voor onder de namen Middelgracht en Grove Houtmarkt. De precieze functie van de haven is dus niet zo duidelijk als bij grachten als de Ammunitiehaven, Turfmarkt, Houtmarkt en Amsterdamse Veerkade. Vermoedelijk was het met de naburige Kalkhaven een haven van bouwmateriaal. De gracht is in 1860 gedempt. De naam komt in 1629 voor het eerst voor en kent ook varianten als Scheteldoekshaven of Schoteldoekshaven. Over de herkomst van de naam zijn ingewikkelde verhalen geschreven, want de betekenis als hoofddoek geeft nog geen verklaring voor de naamgeving van deze haven. Auteur Th. Morren zegt dat het woord in het Fries luierdoek betekent en verklaart de naam uit de blekerijen die vroeger in deze buurt lagen. Daar werden de luierdoeken dan gewassen. Ik ken alleen het Friese woord skuteldoek. Dat heeft net als schoteldoek de betekenis van theedoek. Maar voor een verklaring van de naam kom je toch weer op blekerijen uit. In 1974 vond men hier in een bouwput het oudste voorwerp dat tot nu toe in Den Haag gevonden is. Het is een 50.000-jaar oude vuistbijl die hier waarschijnlijk naar toe gespoeld is in de tijd dat de zee nog tot Den Haag reikte. Op de Schedeldoekshaven staan nu nog twee ministeries en het wereldberoemde Nederlands Dans Theater.

Spui

Het Spui is samen met de Trekvliet rond 1345 gegraven. De naam ‘spui’ geeft een indicatie van het voornaamste doel: het afvoeren van water. Dit water werd door de Beek uit de duinen naar het grachtenstelsel rond het Binnenhof gevoerd. Door het graven van de Trekvliet ontstond tevens een makkelijker vaarroute naar Delft en Leiden. In een tijd van hobbelige wegen was vervoer per schuit de prettigste manier om te reizen. Het Spui werd ook een haven. Toen het verkeer toenam en het Spui de drukte niet meer aankon werden aan weerszijden allerlei havens gegraven, zoals de Turfmarkt en de Amsterdamse Veerkade. Zo werd het Spui het centrum van een druk havenkwartier. Aan en rond het Spui is zoveel gebeurd dat je er meerdere boeken mee kunt vullen. Enkele belangrijke gebouwen die aan het Spui stonden: de Spuipoort, het Hervormde Wees- en Oudeliedenhuis (1615-1868), de Nieuwe Kerk (1656) en bierbrouwerij De Ooievaar. Verder lagen er veel herbergen en hotels aan het Spui. De beroemdste bezoeker van een van die hotels zal Karl Marx geweest zijn die in 1872 in Den Haag de Vijfde Internationale bijwoonde en aan het Spui in hotel De Zeven Kerken van Rome logeerde. In dit hotel had Hendrik Jut nog gewerkt voordat hij Den Haag meer in rep en roer bracht dan Marx had gedaan. Het Spui is in gedeeltes gedempt. Het Hofspui, tussen de Spuistraat-Lange Poten en de Nieuwe Kerk werd gedempt in 1860, het deel tussen de Nieuwe Kerk en de Bierkade in 1903. Aan het Spui staan de theaters van he Residentie Orkest en het Nederlands Dans Theater .

Hofspui

Een oud stuk van het Spui, Hofspui.

Turfmarkt

De gracht is gegraven in 1606 en verbond toen het Spui met de Nieuwe Haven. Hier werd het turf aangevoerd en gelost. De eigenaars van de huizen mochten vanaf 1620 voor elk schip dat voor hun huis aannlegde 14 stuivers vergoeding vragen. De Turfmarkt was tot in de 19de eeuw een van de belangrijkste markten. Turf werd gebruikt om de huizen warm te stoken en was dus een belangrijke eerste levensbehoefte. De aanvoer en distributie moest goed geregeld worden door stedelijke verordeningen. Het was hier druk met keurmeesters, turfdragers, turftonsters en voerlieden. Aan de andere kant van het water lag de Houtmarkt. In de 18de eeuw had de Turfmarkt nog een zijtak die Kalkhaven werd genoemd. Net als de Houtmarkt en Schedeldoekshaven werd hier dus bouwmateriaal aangevoerd. De Tufrmarkt werd in 1903 gedempt. In de oorlog werd hier op bevel van de Duitsers een tram- en busstation aangelegd omdat zij de ruimte op het Plein zelf hard nodig hadden voor hun eigen leger- en politievoertuigen. De Turfmarkt is nu een voetgangersgebied dat nog niet helemaal uit de verf is gekomen.

Uilebomen

De Uilebomen is ontstaan na het graven van een verdedigingsgracht om Den Haag. Dit gedeelte van deze gracht werd gegraven rond 1617. De naam Uilebomen duikt voor het eerst op in 1649 wanneer een erf aan de zuidoostzijde van Den Haag aan de weg "De Pinksterblom" tegenover de Uilebomen wordt verkocht. De naam bleef ondanks officiële naamswijziging in gebruik voor Zuid-Oost-Binnen-en Buitensingel en is sinds 1956 officieel. De 18e-eeuwse schrijver Jacob Campo Weyerman liet in zijn "De Echo des Weerelds" uit 1726 zeggen: "Dit Quartier, Vriend, wordt de Uyleboomen genoemt en is enkelt gesticht voor de Gezondheyt, voor het gemak en voor het vermaak der subalterne officieren ...", een toespeling op de in de straat bedreven ontucht. De Uilebomen is mogelijk vernoemd naar een herberg Uileboom.

Wagenstraat

De Wagenstraat was ongetwijfeld de route die wagens namen tussen Delft (over de Rijswijkseweg) naar het centrum. Bij de Wagenbrug op het Wagenplein was de standplaats voor de “Delftsche wagens”. Een middeleeuwse naam voor de Wagenstraat is Delfwech. De straat zal druk zijn geweest. Ook buitenlandse gezanten kwamen via de Wagenstraat Den Haag binnen. Zij werden bij de Hoornbrug in Rijswijk opgewacht door leden van de regering en daarna binnengeleid. In 1844 werd de oude synagoge in de Wagenstraat ingewijd. De Wagenstraat en omgeving was voor de tweede wereldoorlog het populaire uitgaansgebied van Den Haag met de theaters Flora, Scala en veel cafés. In 1884 werd hier de grootste overdekte markt van Nederland gebouwd met ruimte voor meer dan 100 kramen verdeeld over twee markten. Op het eind van de 19de eeuw wordt de markt verbouwd tot café-chantant Casino dat niet zo’n nette naam heeft en maar een kort leven beschoren is. In 1901 wordt het omgebouwd tot het fameuze revue-theater Scala. Dit theater had een eigen orkest. Het theater is in 1950 gesloten, werd in 1956 afgebroken voor een uitbreiding van de Bijenkorf maar is nog steeds parkeerterrein. Het Yi Jun Peace Museum in de straat is een herinnering aan het overlijden van een Koreaanse onafhankelijkheidsstrijder, Yi Jun. Deze was door de Koreaanse keizer naar Den Haag gestuurd om op de Tweede Haagse Vredesconferentie bij de grootmachten te bepleiten dat de Japanse overheersing van Korea zou worden beëindigd. De oorzaak van zijn onverwachte dood in 1907 is niet bekend, maar in Korea werd hij een held. Het hotel waar de Koreanen logeerden, hotel De Jong, is nu het museum.

Weversplaats

De naam is een herinnering aan de lakenindustrie die in de 15de eeuw in Den Haag korte tijd bloeide. De wevers waren de ondernemers, de vollers waren de ongeschoolde arbeiders die het zware werk deden. De Voldersgracht is een herinnering aan hun werk.

Wijnhaven

De naam Wijnhaven werd van eind 18de eeuw tot 1843 gebruikt voor de zuidelijke kade van een deel van de Nieuwe Haven dat nu niet meer bestaat (er staan nu ministeries en het stadhuis). was de naam Wijnhaven in gebruik. Na de demping daarvan in 1843 werd de Wijnhaven hernoemd in Nieuwe Markt. In 1943 werd de oude naam Wijnhaven weer hersteld om verwarring met de nieuwe markt aan de Herman Costerstraat te voorkomen.

Zwarteweg

De Zwarteweg is ontstaan na het graven van een verdedigingsgracht om Den Haag. Dit gedeelte werd het laatst gegraven, rond 1617. De Zwarteweg was voor haar bestrating in 1855 verhard met zwarte sintels. Tot in het begin van de 19de eeuw was het een buitenweg waar slechts vier grote huizen stonden en verder alleen tuinen en blekerijen. Sinds 1874 stond hier het “K en W”, het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen. Het grote theater waar Den Haag decennia verlangend naar had uitgekeken heeft nooit de waardering gekregen waar de oprichters op hadden gehoopt. Ondanks vele verbouwingen bleef er kritiek op de akoestiek en het slechte zicht op het toneel. Het Gebouw was ook bestemd voor congressen en sportactiviteiten. Er werd gerolschaatst, getennist en in de tuin kon men handboogschieten totdat de buren klaagden over de pijlen die hun doel net hadden gemist. Het Gebouw werd bekend van feesten, tentoonstellingen en van politieke manifestaties waar opgeroepen werd om uitbreiding van het kiesrecht en verbetering van het lot van de arbeiders. Maar culturele evenementen waren de hoofdzaak. Het Residentie Orkest had hier zijn vaste onderkomen en buitenlandse artiesten als Duke Ellington traden er op. In 1964 werd het gebouw wegens achterstallig onderhoud tijdelijk gesloten door EMS, de nieuwe eigenaar. De beloofde plannen voor een verbouwing waren nog niet uitgewerkt toen er op 18 december een hevige brand uitbrak die het gebouw volledig verwoestte. Volgens het Vaderland liep “Half Den Haag” uit en begeleidde een grote menigte de brand met gezang en gejuich. Op dezelfde avond vond de openingsvoorstelling van theater Pepijn aan de Nieuwe Schoolstraat plaats.

Verantwoording

De informatie is in eerste instantie afkomstig uit 'Haagsche straatnamen voorheen en thans' van Th. Morren ('s-Gravenhage, 1912) en 'De straat waarin wij wonen : geschiedenis en verklaring van de straatnamenin 's-Gravenhage' van S.E. Veldhuijzen. Daarnaast zijn gegevens aangevuld uit allerlei andere bronnen: boeken, archieven, documentatie.