Geschiedenis van Den Haag
kopfoto

ooievaarkleinerDe Voldersgracht was oorspronkelijk het centrum van de Haagse lakennijverheid en werd later een van de straten van de Joodse Buurt.

 

kopfoto

Voldersgracht

Lakenindustrie aan de Voldersgracht

De Voldersgracht was tot in de twintigste eeuw een van de straten van de Haagse Joodse Buurt. Oorspronkelijk was de gracht gegraven voor de Haagse lakenindustrie. Het was het gebied waar de ‘vollers’ werkten. Vollers moesten het pas geweven en nog ruwe laken soepel en zacht maken. Het laken werd ingewreven met vet en vollersaarde en in een grote kuip geweekt in een mengel van water en urine. De vollers moesten dagen in een kuip rondlopen om met hun voeten de lakens te kneden. Hun werk was zwaar en werd slecht betaald. Het was dan ook niet vreemd dat juist de vollers de eerste Haagse arbeiders waren die een staking uitriepen. Er kunnen natuurlijk altijd eerder stakingen in Den Haag zijn geweest, maar die zijn nog niet door historici ontdekt.

Voldersgracht

Voldersgracht gezien vanaf de Gedempte Gracht. Vroeger liep hier een sloot en daar werden de huizen omheen gebouwd. Op het eind liep geen sloot meer en werden de huizen dichter bij elkaar gebouwd. Op dit plek kwam de Voldersgracht uit op de Spuistraat, op de zelfde plek als waar het dit nu nog steeds doet. (prentbriefkaart Lud Fischer)

Straathandel aan de Voldersgracht

De lakenindustrie raakte in de 16de eeuw in het slop en herleefde na de Tachtigjarige Oorlog niet opnieuw. De Voldersgracht was niet meer het terrein van de vollers, maar bleef wel deel uitmaken van een armer deel van Den Haag. Juist in dit armere deel vestigden zich de eerste joden in Den Haag. De eerste joden uit Midden- en Oost-Europa vestigden zich in de Sint Jacobstraat, maar al snel gingen zij ook in aangrenzende straten wonen, zoals de Gedempte Gracht en de Voldersgracht. Joden waren uitgesloten van de meeste gewone beroepen en waren aangewezen op beroepen die niet door gilderegels ‘beschermd’ werden. Ze kwamen dus meestal in de handel terecht en dan met name in de niet zo lucratieve ‘straathandel’. In 1627 bepaalde het Haagse stadsbestuur dat de koop en verkoop van oude kleren, lompen, schoenen, oud ijzer en dergelijke moest gebeuren in de Voldersgracht. Omdat hier ook goedkope woningen lagen en joden in het algemeen weinig kans hadden om rijk te worden ontstond rondom de Voldersgracht een buurt waar steeds meer joden kwamen te wonen. Geleidelijk aan was uiteindelijk meer dan de helft van de bewoners joods was.

Kaart van de Voldersgracht voor aanleg van de Grote Marktstraat

De Voldersgracht voor de aanleg van de Grote Marktstraat. In rood de huidige situatie (2010), in zwart de straten van rond 1890. De belangrijkste percelen staan ingetekend. Op deze kaart is al enigszins te zien dat de grote woningen aan de straatkanten lagen en de kleinere huisjes op de achtererven. In rode letters staan enkele van de bekendste winkels aangegeven, Gr staat voor de Grote Marktstraat. Vo= Voldersgracht, Ha = Haagpoort. Er waren meerdere Haagpoorten. Een 'poort' was eigenlijk een steeg en deze stegen waren volgens de één oorspronkelijk sloten, volgens een ander waren de Haagpoorten aangelegd voor brandbestrijding of brandpreventie.

Synagoges aan de Voldersgracht

De eerste synagoge in de joodse buurt was de ‘sjoel’ in het huis van de familie Boas. Toen deze te klein werd ging men in 1723 diensten houden in een synagoge achter de huizen van de Voldersgracht. In het streng calvinistische Nederland mochten andere godsdiensten niet in het openbaar beleden worden en de meeste eigenlijk helemaal niet. Joden hadden een soort vrijheid van godsdienst als het maar uit het zicht bleef. Later kwam aan de andere kant van de Voldersgracht een tweede synagoge.

Voldersgacht 2010

Voldersgracht gezien vanaf de Gedempte Gracht, ongeveer hetzelfde standpunt als de eerste foto.

De gebroeders Van Ulm

De Voldersgracht en omgeving kwamen in 1846 in het nieuws toen daar een bende oplichters werd opgepakt. Al jaren was een bende “geldsnoeiers” actief. Van goud- en zilverstukken werd de rand afgesneden en daarna weer in omloop gebracht. Het goud en zilver dat de bende er af had gehaald werd omgesmolten en verkocht. Omdat er steeds meer geschonden gouden en zilveren munten in omloop kwamen probeerde de politie de daders te vinden. Volgens het verhaal zou commissaris Janssens van de Haagse politie in vermomming op onderzoek zijn uitgegaan (volgens de legende zou het commissaris Waldeck zijn geweest). Janssens volgde ‘undercover’ geruime tijd enkele verdachten totdat hij het hele netwerk kende. Op 26 januari 1846 werd de hele buurt afgezet door de cavalerie, lansiers en jagers en deed de politie invallen in de huizen van verdachten. De kooplieden Barend en Joseph van Ulm werden de bekendste verdachten. De anderen waren Salomon van Ulm, Jacob Salabis, Isaac van Rijst en Naatje Salabis. De broers werden op 29 januari 1847 vrijgesproken van het misdrijf, maar veroordeeld wegens medeplichtigheid. Ze werden op de Grote Markt gestraft met geseling, kregen een Haagse ooievaar in hun rug gebrand en moesten daarna voor twaalf jaar naar de gevangenis. Naar de broers Van Ulm kreeg een steeg in de Voldersgracht de naam Van Ulmpoort1.

Eind van de Voldersgracht

Het laatste stuk van de Voldersgracht ziet er aan de linkerkant nog uit als honderd jaar geleden.

Veel fooi

Maar de joodse buurt was voor een medicijnenbezorger van het ziekenfonds De Volharding een goede buurt om te bezorgen: “In de jodenbuurt op zaterdag kreeg je veel fooi, op sabbat. Ze mochten dan niet werken en ’s zaterdags moest je het licht of het gas voor ze aan- of uitzetten. Je kon echt lachen met ze en je kreeg er ook vaak wat te eten. Ze bakten zelf speciaal brood. ‘Hebbie honger’, vroegen ze en dan kreeg je wat van ze. Vandaar ook dat ik het zulke fijne lui vond.” 2.

Voldersgracht

Voldersgracht gezien vanaf de Gedempte Gracht (prentbriefkaart Lud Fischer)

Verantwoording

Over de Voldersgracht is nog veel meer te schrijven. Dit verhaal wordt nog vervolgd. Bijgewerkt op 16-03-2010.

Literatuur

• P.W. Waldeck, ‘Johannes Abraham Waldeck en de Haagse politie in het midden van de 19de eeuw’, in: Jaarboek Die Haghe 1990, 169-194.

• Tom Weerheijm, 100 jaar De Volharding. Niet om het Gewin maar voor het Gezin, Amsterdam 1993.

Noten

1.Jaarboek Die Haghe 1904, p. 283; Jaarboek Die Haghe 1905, p. 242; Jaarboek Die Haghe 1911, p. 158; Waldeck 178-179.

2.Weerheijm 9-11.