Geschiedenis van Den Haag
kopfoto ooievaar
kopfoto

De Staten van Holland

De ‘Staten van Holland’ vormden het bestuur van Holland. Holland was één van de zeven staten van de Republiek der Verenigde Nederlanden, maar was vroeger een graafschap dat werd bestuurd door de graaf.

Staten van Holland als grafelijke raad

De graaf kreeg oorspronkelijk alleen advies van enkele vertrouwde edelen, maar later stelde hij een vaste raad in van enkele edelen. De uitbreiding van de grafelijke raad had natuurlijk met geld te maken. Als de graaf geld nodig had vroeg hij de inwoners van Holland om zijn beperkte inkomstenbronnen aan te vullen. Op eigen initiatief belasting heffen mocht hij niet, dus als hij extra geld nodig had moet hij de steden daar netjes om vragen. De steden werden daarom uitgenodigd om mee te praten in de grafelijke raad.

 

Die grafelijke raad ging toen ‘statenvergadering’ heten. In de Middeleeuwen was niet iedereen gelijk, want mensen hoorden tot een ‘klasse’. Edelen vormden de hoogste klasse, daarna kwamen de geestelijken en de burgers vormden de laagste klasse. In die tijd noemde men een klasse een ‘stand’. De grafelijke raad werd een vergadering van twee ‘standen’ en dat werd verbasterd tot statenvergadering. Zo kwam je uiteindelijk uit op een gezelschap heren die ‘Staten van Holland’ werden genoemd.

Begin van de Staten van Holland

De grafelijke raad werd steeds meer een soort parlement. Na een van de vele burgeroorlogen werd een verdrag gesloten, de zogenaamde ‘Zoen van Delft’ van 1428. Dat verdrag wordt gezien als het officiële begin van de Staten van Holland. De Staten van Holland vergaderden een paar keer per jaar en daarvoor werden er steeds verschillende steden uitgenodigd. De grote steden waren altijd aanwezig, maar de kleinere steden lang niet altijd. Ook Den Haag is een paar maal uitgenodigd, al was het formeel geen stad.

Staten van Holland als landsregering

Nadat het graafschap Holland in opstand was gekomen tegen graaf Filips en Filips als graaf werd afgezet had Holland geen vorst meer die het land bestuurde (Filips was overigens ook koning van Spanje en zo wordt hij meestal genoemd. In Holland was hij alleen graaf). Om toch een bestuur te hebben namen de Staten van Holland het bestuur toen over.

 

Er werd wel gezocht naar een opvolger van graaf Filips, maar omdat het niet lukte om een geschikte opvolger e vinden bleven de Staten van Holland het graafschap besturen. Dat dezen zij tot de inval van de Fransen in 1795. Holland werd in die tijd niet meer graafschap genoemd, maar ‘gewest’. Het was eigenlijk een republiekje dat door een verdrag verbonden was met andere gewesten van de Republiek der Verenigde Nederlanden: Friesland, Zeeland, Utrecht, Gelre, Overijssel en Groningen en Ommelanden.

Steden in de Staten van Holland

In de begintijd van de Opstand werden alle op de vijand veroverde steden uitgenodigd voor een vergadering, maar dat werd voor de kleinere steden te duur. De vertegenwoordiger moest langere tijd in de vergaderplaats (in de begintijd was dat nog niet Den Haag) blijven en moest regelmatig heen en weer reizen voor overleg met het eigen stadsbestuur. De stadsbesturen lieten de beslissing niet zo maar aan hun vertegenwoordiger in Den Haag over. In 1608 was er uiteindelijk een vaste groep steden die het landsbestuur vormden: Dordrecht, Haarlem, Delft, Leiden, Gouda, Amsterdam, Rotterdam, Gorinchem, Schiedam, Schoonhoven, Den Briel, Alkmaar, Hoorn, Enkhuizen, Edam, Monnickendam, Medemblik en Purmerend.

Steden, ridderschap en raadpensionaris

Elke stad had één stem, maar de stem van de rijkste stad, Amsterdam, telde heel zwaar. De belangrijkste edelen van Holland hadden hun eigen bestuursorgaan, de Ridderschap. Deze edelen kozen zelf een nieuwe edelman in de Ridderschap. De Ridderschap had ook één stem in de Staten van Holland, maar dat was wel een belangrijke stem. Die werd uitgebracht door de man die je als leider van de Staten kunt zien, de raadpensionaris. Deze man was de vaste secretaris van de Staten. Hij bereidde de vergaderingen voor en voerde de besluiten uit. Hij was ook de vertegenwoordiger van de Staten van Holland in het bestuur van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Als de stadhouder niet veel macht had, was de raadpensionaris van Holland de machtigste man van de Republiek. De bekendste raadpensionarissen waren Johan van Oldenbarnevelt en Johan de Witt. Ten tijd van Van Oldenbarnevelt werd de raadpensionaris nog landsadvocaat genoemd.

Staten van Holland in Den Haag

De Staten van Holland vergaderden op het Binnenhof en daarom verbleven de vertegenwoordigers van de steden in Den Haag. Er waren vier vaste vergaderingen per jaar en verder waren er buitengewone vergaderingen. Forenzen was er in de tijd van de trekschuit nog niet bij. De eerste jaren logeerden ze in herbergen, maar de geheime staatszaken kwamen daar onder invloed van een of meer versnaperingen wel eens bij de verkeerde oren terecht en daarom besloten de Staten van Holland dat hun leden niet meer in herbergen mochten eten en slapen. Op 26 september 1670 besloot men dat steden uiterlijk op 1 mei 1671 eigen logementen moesten inrichten. De maatregel was nauwelijks nog nodig, want de meeste steden hadden toen al een eigen logement. De grote steden hadden een eigen logement en de kleinere steden deelden een gezamenlijk logement. Die moesten dan nauwkeurig afspreken wie op welk moment recht had om van een kamer te gebruiken.

Logementen in Den Haag

Schema bestuur van Holland

Hoofdlijnen van het landsbestuur in de tijd van de Republiek der Verenigde Nederlanden.

Een overzicht van waar de logementen van de steden lagen (of de huisnummers nu nog kloppen heb ik nog niet gecontroleerd):

Dordrecht: Tournooiveld 19 en 33, 1662 gekocht, verkocht 1779, Lange Vijverberg 4, gekocht 1773, verkocht 1821.

Haarlem: Lange Houtstraat 4, 1636-1773 verkocht, Korte Vijverberg 1 en 2 1732-1803.

Delft, Gouda: Lange Houtstraat 6, 1659-1721.

Leiden: Buitenhof 22, 23, 1639-1799.

Amsterdam: Plein 23, 1618-1819.

Gouda: Lange Voorhout 8, 1757-1806.

Rotterdam: Plein 5,1650-1808.

Gorinchem, Schiedam, Schoonhoven: Fluwelen Burgwal 18-20, 1771-1807.

Brielle: Spuistraat 39, 1761-1795.

Alkmaar, Enkhuizen: Hofsingel 24-26, 1636-1800.

Hoorn, Edam, Monnikendam, Medemblik, Purmerend: Kneuterdijk 22, 1747-

 

Gecommitteerde Raden

Gecommitteerde Raden was een bestuurscollege dat viel onder de Staten van Holland. In de loop der tijd zijn er verschillende soorten Gecommitteerde Raden geweest, maar in 1590 werd in Holland een vast college van Gecommitteerde Raden ingesteld. De leden ervan voerden het dagelijkse werk uit. Zij bereidden vergaderingen voor en voerden allerlei opdrachten uit. Het college bestond uit tien leden, één edele, één lid namens de grote steden Dordrecht, Haarlem, Delft, Leiden, Amsterdam, Gouda, Rotterdam en Gorkum en het tiende lid kwam beurtelings uit Schiedam, Schoonhoven of Den Briel (instructies van 1590 en 1623). De raadpensionaris woonde de vergaderingen bij. Anders dan de Staten van Holland hadden de Gecommitteerde Raden geen reces. Er waren twee vergaderingen per dag. Er waren verschillende subcommissies. In Hoorn vergaderden de Gecommitteerde Raden van het Noorderkwartier. Dit college was kleiner, maar had de zelfde taak als de Gecommitteerde Raden van het Zuiderkwartier dat op het Binnenhof vergaderde.

 

Voor meer informatie zie het artikel in Wikipedia