Geschiedenis van Den Haag
kopfoto ooievaar

ooievaarkleinerDe moord op Aleid van Poelgeest. Het leven en de dood van Aleida van Poelgeest is zeer geromantiseerd. Op deze pagina wordt geprobeerd te achterhalen wat er echt gebeurd kan zijn. Dit is de verkorte versie van een uitgebreider onderzoek.

kopfoto

De moord op Aleid van Poelgeest

Iedere Hagenaar kent het bijzondere verhaal van Aleid van Poelgeest, de vriendin van de graaf die haar politieke invloed op de graaf moest bekopen met de dood. Zij werd samen met Willem Cuser, de schildknaap van de graaf, in 1392 vermoord. De graaf reageerde daarop furieus: de daders moesten het land uitvluchten, hun huizen werden afgebroken en een enkeling werd gepakt en kreeg de doodstraf. Daarmee was het verhaal nog niet af, want vele jaren later kwam het tot een heel bijzondere verzoening. Het verhaal maakte tot in onze tijd nog zoveel indruk dat op 22 september 1992 op de Plaats met de nodige publiciteit een gedenksteen aan de moord werd onthuld. Die zou daar dan zeshonderd jaar geleden hebben plaatsgevonden.

Wie was Aleid van Poelgeest?

Over Aleid of Aleida van Poelgeest is niet heel veel bekend. De lovende beschrijvingen van haar uiterlijk zijn 19de-eeuwse fantasieën van romantische schrijvers. Ze is vermoedelijk in 1370 geboren als dochter van een dienaar van de graaf. Die vader, Jan van Poelgeest, werd in 1388 kastelein, dat is beheerder, van Albrechts buitenverblijf Teylingen. Op dat kasteel moet Albrecht Aleid voor het eerst ontmoet hebben. Albrecht was weduwnaar van zijn eerste vrouw, Margaretha van Brieg (of Liegnitz). Margaretha was een uitzonderlijke vrouw, die zich niet beperkte tot het opvoeden van de kinderen, maar haar man hielp bij het bestuur van zijn graafschappen. Maar haar gezondheid was zwak en zij overleed niet zo oud, op 26 februari 1386.

Nieuwe steen op de Plaats

Nieuwe steen op de Plaats.

De graaf: Albrecht van Beieren

Albrecht was weduwnaar van zijn eerste vrouw, Margaretha van Brieg (of Liegnitz). Hij was met haar getrouwd aan het keizerlijk hof in Praag en zij bleek een uitzonderlijke vrouw, die zich niet beperkte tot het opvoeden van de kinderen. Zij hielp haar man bij het bestuur van zijn graafschappen. Maar haar gezondheid was zwak en zij overleed niet zo oud, op 26 februari 1386.

Albrecht van Beieren

Albrecht van Beieren zoals hij te zien is in het paleis van zijn familie in München. Van de andere personen in dit verhaal zijn helaas geen afbeeldingen voorhanden.

De liefdesaffaire

De affaire tussen de 52 jaar oude Albrecht van Beieren en de vermoedelijk 18-jarige Aleid zal zijn begonnen in 1388, twee jaar na het overlijden van Albrechts vrouw. In die periode kwam Albrecht verdacht vaak naar Teylingen, zijn vakantieadres dat door Aleids vader werd beheerd werd. Een jaar later wilde Albrecht wat meer vastigheid en kwam Aleid in Den Haag wonen. Eerst in de herberg van ene Katrijn Kielen, maar daarna krijgt ze een eigen huis. Waar dat huis lag is ondanks uitgebreid onderzoek nog steeds niet precies bekend, maar het is erg waarschijnlijk dat het lag aan de Hoogstraat, met een verbinding naar het Buitenhof. Albrecht liet vanaf het Binnenhof een pad naar haar huis aanleggen en liet op haar verzoek nog een aantal wilgen kappen zodat hij vandaar vrij uitzicht had op het hof. Aleid had ook een kamer op het hof, maar Albrecht kwam vaak bij haar thuis.

Buitenhof

Het Buitenhof was vroeger veel groter en er stonden veel minder gebouwen. Hier liep Aleid dus dagelijks. Volgens de bronnen is ze hier echter niet vermoord.

Aleids invloed

Volgens de verhalen zou Aleid grote invloed op Albrecht hebben gehad en zou door haar de Kabeljauwen zijn bevoordeeld. Maar in werkelijkheid blijkt de graaf in deze periode juist niet zo’n pro-Kabeljauwse politiek te hebben gevoerd. Politiek kan dus geen motief zijn geweest voor haar moordenaars.

Den Haag ca. 1570

Deze ietwat primitieve kaart is van bijna twee eeuwen later, maar geeft toch een beeld van het Den Haag uit de tijd van Aleid. P = Plaats, B = Buitenhof, K = Kooltuin. De Gevangenpoort is hier nog duidelijk een poort tussen het Buitenhof en de Plaats, zodat het grafelijk kasteel (Binnenhof en Buitenhof) kon worden afgesloten. De Kooltuin rechts is duidelijk afgesloten met een sloot, toen waarschijnlijk ook nog door een muur. Voor wie de situatie niet helemaal herkend: linksonder en middenonder ligt het Achterom (letter A) voor een groot deel nog op dezelfde plek als nu. Rechtsboven met LV ligt een stoffige vlakte die nu het Lange Voorhout is. Het Buitenhof is duidelijk veel minder bebouwd. Aan de noordkant, bij 'huis' zou het huis van Aleid van Poelgeest hebben gestaan. Verder: SP = Spuistraat en LP = Lange Poten.

Derde hoofdrolspeler: Willem Cuser

Er was nog een derde hoofdrolspeler, Willem Cuser. Die lijkt een belangrijker rol te hebben gespeeld dan men altijd aannam. Maar sinds onderzoeker H.A. Foreest ontdekte dat hij een lang lopende twist met de moordenaars had is bekend dat hij ook het doelwit van de moordaanslag kon zijn geweest. De familie van Cuser was invloedrijk en was verwant aan de graaf. De familie was in Haarlem in conflict geraakt met politieke tegenstanders van de graaf en er was zelfs al een aanslag op Cusers leven gepleegd. Toen Willem Cuser door de graaf benoemd werd als zijn meesterknaap werd ook in Den Haag een aanslag op zijn leven gepleegd. Dat betekent misschien wel dat niet Aleid van Poelgeest, maar Willem Cuser het doelwit van de moordenaars was en dat Aleid er misschien toevallig bij was.

Het Buitenhof aan de noordkant.

Het Buitenhof aan de noordkant - Ergens achter de huizen tussen het Buitenhof en de Plaats stond vermoedelijk het huis van Aleid van Poelgeest.

Vervolging van de daders

Over de vervolging van de daders zijn maar snippers informatie bekend. Uit het wat verwarrende beeld blijkt wel dat de vervolging van de daders geen makkelijke zaak was en dat ook politieke tegenstellingen een rol op de achtergrond speelden. Vrij snel na de moord wordt een van de hoofddaders bestraft. Het huis van Dirk den Blote wordt door de baljuw van Den Haag steen voor steen afgebroken. In onze ogen een vreemde straf, maar toen niet ongebruikelijk. In december wordt ook een ex-baljuw van Den Haag, Foyken Foykens, bestraft, vermoedelijk op dezelfde manier.

Pas vijf maanden later, in mei, vond een proces plaats tegen de daders. De overheid was toen nog niet zo machtig als nu en daarom was de vader van Willem Cuser degene die de aanklager was. Dat betekent dat zijn zoon het voornaamste doelwit van de moordenaars zal zijn geweest. De nabestaanden van Aleid spelen in het proces geen rol. Op het proces worden voor het eerst de namen van de aangeklaagde daders bekend. Er worden negen mensen aangeklaagd voor moord, en enkele tientallen anderen voor het beramen van moord. De daders zijn drie edelen en zes knechten. Het zijn de drie familieleden Dirk, Huge en Jan Huge de Blote. Dirk de Blote was waarschijnlijk de aanstichter en hij had zijn broer Huge en zoon in het drama meegesleept. De zes knechten waren dienaren van een aantal edelen die worden aangeklaagd wegens hulp (“samenzwering”). Op 28 mei 1393 werden alle aangeklaagden veroordeeld tot de dood. Ook hun bezittingen zouden ze kwijt raken. Wie in handen van de Hollandse justitie kwam zou worden terecht gesteld. Dat overkwam slechts een enkeling, want de meeste aangeklaagden hadden zich verstopt buiten het graafschap Holland. Ook daar waren ze niet veilig, want de familieleden van Aleid en Willem Cuser kregen toestemming om de veroordeelden te doden. Dat lot trof enkele beklaagden die waarschijnlijk niet voorzichtig genoeg waren. Het betekende wel dat de families Van Poelgeest en Cuser langdurig op jacht zijn geweest naar de moordenaars. Het was vooral Coen Cuser, de vader van Willem, die zich inzette voor de bestraffing van de daders. Hij wordt vooral genoemd bij het slopen van huizen. De moordenaars waren bij vonnis hun bezittingen kwijt geraakt en dit betekende in de middeleeuwen dat je huis werd gesloopt. Houten huizen werden verbrand, maar stenen huizen werden steen voor steen afgebroken. Steen was kostbaar bouwmateriaal en daarom werd elke steen geteld. De stenen werden hierna elders gebruikt, ook bij onderhoudswerk aan het grafelijk kasteel.

Den Haag

Bij het afbreken en verbranden van huizen werd Den Haag bijzonder zwaar getroffen omdat veel daders hier een woning hadden. In de Heulstraat werd bijvoorbeeld het huis van Foykin Foykensz afgebroken, net als de huizen van Pellegrim of Pelgrym Wijerszoon en van Philips van Wassenaar in het Voorhout. De daken werden verwijderd, de muren afgebroken en het puin weggevoerd. De Haagse baljuw verantwoorde keurig in zijn rekening dat hij op bevel van de grafelijke rechtbank met mannen en twee wagens naar Rijswijk was uitgereden om een aantal mensen te vertellen dat men er recht ging plegen. Vervolgens werd de stenen woontoren van Dirk van Hodenpijl tot de laatste steen afgebroken.

In een enkel geval lukte het de in Den Haag achtergebleven echtgenote om de sloop van haar huis af te kopen. Er was zoveel werk dat er metselaars uit andere plaatsen werden gehaald. Het ‘woesten’ van huizen ging nog jaren door. Op een gegeven moment werd het de Hagenaars te veel en vroegen zij de graaf om Den Haag voortaan te sparen. En dat beloofde hij op 10 september 1400.

Het Plein

Het Plein - De in tweede instantie genoemde lokatie voor de moord is de Kooltuin, de tuin achter het grafelijk kasteel. Er staan nu huizen en het heet er nu Plein.

Verzoening

Deze vete tussen voornamelijk de families van Willem Cuser en Aleid en de moordenaars werd beïndigd door een verzoening. Albrecht verzoende zich na lang onderhandelen op 8 september 1394 in Reimerswaal met zijn zoon Willem en de andere betrokkenen bij de moord.

Het Binnenhof in 1392

Volgens H.A. van Foreest vond de moord op het Binnenhof plaats. Dwars over het Binnenhof liep toen een gekanteelde muur die het voorplein, dat Voorhof werd genoemd, scheidde van de woonvertrekken van de grafelijke familie. De graaf woonde eerst in de toren achter de Ridderzaal, maar Albrecht verhuisde naar een vertrek dat links voor de met geel aangegeven muur lag. Van daaruit liepen Aleid en Willem Cuser naar huis.

De verzoening tussen de familie van Cuser en Poelgeest en de moordenaars zou Albrecht niet meer meemaken. Zijn zoon Willem volgde hem na zijn overlijden in 1404 op en leidde hierna de moeizame onderhandelingen als bemiddelaar. In 1407 was er sprake van een ‘vrede’, een wapenstilstand, maar pas op 25 oktober 1413 kwam er overeenstemming over de inhoud van het zoenverdrag (zoen komt van verzoening).

Als een soort boetedoening moesten Dirk en Philips de Blote met achttien familieleden, vrienden en helpers een bedevaart moeten maken naar Onze Vrouwe van Lyon in Frankrijk. Een tweede bedevaart werd hen kwijtgescholden omdat Philips de Blote als uitvloeisel van de vete in Utrecht al was gedood.

Verder moesten Dirk en Philips de Blote er na hun bedevaart door betaling voor zorgen dat er in kloosters gebeden werd voor het zieleheil van Aleid en Willem Cuser, en wel achthonderd maal. Bidden voor het zieleheil van het slachtoffer was een belangrijk onderdeel van de verzoening, want een vermoorde had immers niet de gebruikelijke kerkelijke rituelen bij overlijden ondergaan. Het doen van kloosterwinning “tussen Maas en Zijpe” was een soort standaardbepaling in een zoenverdrag. De goede uitvoering van deze en andere bepalingen van het zoenverdrag leidden tenslotte tot de spectaculaire ceremonie die op 25 november 1413 in Den Haag plaatsvond. Dirk en Philips de Blote kwamen met in totaal zo’n vierhonderd man aan familie, vrienden en helpers naar Den Haag om in de Grote Kerk ‘voetval’ te doen voor de families Van Poelgeest en Cuser, die zich daarna officieel met hen zouden verzoenen.

De Plaats

Omdat hier een bijzondere steen lag denken sommigen dat Aleid op de Plaats is vermoord.