Geschiedenis van Den Haag
kopfoto ooievaar

ooievaarkleinerHindostanen zijn via Suriname in Den Haag terechtgekomen, nadat zij in de 19de eeuw als contractarbeider uit Brits-Indië waren gemigreerd. Een fascinerende geschiedenis in het Sarnamihuis.

kopfoto

Hindostanen in het Sarnamihuis

Een van de minder bekende historische musea van Den Haag is het Sarnámihuis Sarnámihuis aan de Brouwersgracht. Dit museum geeft een interessant overzicht van de voor de meeste Hagenaars onbekende geschiedenis van de Surinaamse Hindostanen. Het museum ging op 17 februari 2006 open en geeft veel aandacht aan de arbeidsmigratie van deze grote groep Britsindiërs naar Suriname.

Sarnamihuis, Brouwersgracht, Den Haag

Sarnamihuis aan de Brouwersgracht.

Een van de minder bekende historische musea van Den Haag is het Sarnámihuis aan de Brouwersgracht. Dit museum geeft een interessant overzicht van de voor de meeste Hagenaars onbekende geschiedenis van de Surinaamse Hindostanen. Het museum ging op 17 februari 2006 open.

 

In 2002 maken Hindostanen ongeveer 1% van de Nederlandse bevolking uit (160.000). In Den Haag woont bijna een kwart van het totale aantal: 35.000. In Rotterdam 28.000 en in Amsterdam 19.000. Opmerkelijk is het aantal van 13.000 Hindostanen in Almere. In Utrecht en Zoetermeer 3500.

Plantagelandbouw in Suriname

De oorsprong van de in Den Haag wonende hindostanen ligt in het voormalige Brits-Indië. Via Suriname kwamen ze in de jaren zeventig van de vorige eeuw naar Den Haag.

 

Suriname was een Nederlandse kolonie waar landbouw erg belangrijk was voor de economie. Het waren negerslaven die op grote plantages goedkoop het zware werk deden. In Groot-Brittannië was de roep om afschaffing van de mensonterende handel in slaven het grootste en onder druk van dat toen oppermachtige land werd een verbod op slavenhandel afgedwongen. Groot-Brittannië verbood slavenhandel in 1807 en in 1833 de slavernij. Eerst kwamen er nog illegaal slaven uit Afrika, maar vanaf 1826 kwamen er ook geen gesmokkelde slaven meer in Suriname. In Suriname wilde men de slavernij nog niet afschaffen omdat goedkope arbeidskrachten juist goed waren voor de economie, maar in 1863 werd ook in Suriname de slavernij afgeschaft. Slaven moesten nog wel tien jaar op een plantage werken, voordat ze echt vrij waren. Voor daarna was men bang dat er voor het zware werk op de plantages niet voldoende arbeiders te vinden waren.

Arbeidsmigratie

Dat arbeiderstekort wilde men voor zijn door arbeiders uit andere landen te halen. In Brits-Indië (het huidige India) was er op dat moment een hoge werkloosheid en vandaar waren al Indiërs voor werk in andere Britse kolonies geworven. Indiërs werkten al in Mauritius (sinds 1834), Zuid-Afrika, Oost-Afrika, Réunion en zelfs op het ver weg gelegen Fiji. Ook Frankrijk en Portugal zochten in India mensen omdat er na de afschaffing van slavernij in hun koloniën dringend nieuwe arbeidskrachten nodig waren. Op dit moment leven miljoenen nazaten van Indische arbeidsmigranten verspreid over de hele wereld. Het aandeel van Suriname en Nederland daarin is relatief klein.

 

Het leek een goede oplossing om ook Brits-Indische arbeiders te gaan werven. De Nederlandse regering vroeg de Britse regering toestemming om ook arbeiders te mogen werven. Nederland kreeg die toestemming onder voorwaarde dat de arbeiders goed behandeld zouden werden. In de overeenkomst tussen Nederland en Groot-Brittannië werd Brits toezicht geregeld.

Werving in Brits-Indië

Het was niet gemakkelijk om mensen in India te werven. Er werd door meer landen geworven en Indiërs konden kiezen. In literatuur lees je verhalen over misleiding. Het bestaan in Suriname werd rooskleurig voorgesteld en het land zou dichtbij India liggen. De reis (per zeilschip) duurde niet drie maanden, maar korter. Er zouden zelfs mensen ontvoerd zijn.

 

In periode dat de economie in Brits-Indië slecht was en meer mensen werkloosheid waren of honger hadden, dan lukte het werven wel, maar in andere perioden was het werven wel moeilijk. Vaak vertrokken mensen om persoonlijke redenen, bijvoorbeeld door het kastensysteem, problemen in het dorp of met familie of omdat men schulden had. Voor vrouwen kon een contract in Suriname ook aantrekkelijk zijn, bijvoorbeeld omdat ze geen inkomen hadden, ongetrouwd waren of weduwe.

United Provinces of Agra and Oudh

Veel Indiërs werden geworven in een gebied in Noord-India dat toen United Provinces of Agra and Oudh werd genoemd en ook in West-Bihar. De mensen werden gevonden door een lokale ronselaar. Die zond ze naar een van de wervingsdepots. Vanuit dat depot werden kandidaten doorgezonden naar het hoofddepot in Calcutta. Daar volgde een laatste medische keuring en tekende men onder Brits toezicht het definitieve contract.

 

Hierna volgde de reis per schip naar Suriname. Een zeilschip deed er drie maanden over. De eerste groep Indiërs kwam op 5 juni 1873 met het zeilschip Lalla Rookh in Suriname aan. In 1916 kwamen de laatste contractarbeiders uit Brits-Indië.

Eigen Hindostaanse cultuur in Suriname

De Indiërs die naar Suriname gingen kwam niet uit een bepaalde kaste en omdat de groep Indiërs vrij klein was bleef het kastesysteem in Suriname niet in stand. Om dezelfde reden gingen ook de verschillende regionale talen op in een nieuwe Hindostaanse volkstaal die Sarnami-Hindi werd genoemd. Er ontstond op de plantages een nieuwe, homogene, Hindostaanse cultuur.

Teruggaan of blijven?

Na afloop van het vijfjarig contract verlengden de meeste Indiërs hun contract. Dat mocht één keer. Daarna kozen de meeste Indiërs er voor om in Suriname te blijven. Vanaf 1890 kreeg men dan van de overheid een klein perceel landbouwgrond en een startkapitaal van 100 gulden. Ongeveer een derde van de Brits-Indiërs ging terug naar Brits-Indië, maar daar bleek terugkeer niet makkelijk te zijn.

Suriname

In de begintijd was de armoede onder de Hindostanen nog groot en pas na geruime tijd ging het de Hindostaanse boeren wat beter. In 1918 moest de Britse regering onder druk van Indiase nationalisten het Immigratietraktaat met Nederland opzeggen. De Indiërs in Suriname konden een familienaam kiezen en werden Nederlands onderdaan. Maar Hindostanen bleven hun eigen organisaties houden.

Naar Nederland

Met het naderen van de Surinaamse onafhankelijkheid besloten veel Hindostanen naar Nederland te gaan. In de jaren vijftig en zestig waren nog maar weinig Hindostanen naar Nederland gekomen. Een grote groep hiervan kwam in Den Haag terecht. In de jaren 1973-1975 kwam de grote migratiegolf op gang en migreerden meer dan 36.000 Hindostanen naar Nederland.

Sarnamihuis

Het Sarnámihuis is gevestigd op de Brouwersgracht 2. Telefoonnummer is 070 - 365 18 28.

Verantwoording

Laatst bijgewerkt op 6 maart 2010.

Literatuur

• Chan E.S. Choenni, Kanta Sh. Adhin, Hindostanen: van Brits-Indische emigranten via Suriname tot burgers van Nederland, Den Haag 2003.

• Annemarie Cottaar, ‘Een oosterse stad in het westen. Etnisch-culturele pioniers in Den Haag’, Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis, 2000, 261-280.

• L. Gobardhan-Rambocus, M.S. Hassankhan (red), Immigratie en Ontwikkeling, emancipatie van contractanten, Paramaribo, 1993.

• Sandew Hira, Terug naar Uttar Pradesh : op zoek naar de wortels van Surinaamse Hindostanen, Gids voor Surinaamse Hindoestanen die op zoek gaan naar hun voorouders, Den Haag 2000.

• Lalla Rookh, Aisa Samachar, Van immigrant tot emigrant: 110 jaar Hindostaanse immigratie, Den Haag 1983.