Geschiedenis van Den Haag
kopfoto

ooievaarkleinerIn de jaren zeventig werd op de plek van de vroegere Villa Boschlust aan de Bezuidenhoutseweg het winkelcentrum Babylon, in 2009 en 2010 wordt op dezelfde plek 'New Babylon' gebouwd.

 

Over het Haagse Bos.

Meer over Villa Boschlust.

kopfoto

Van Babylon in Den Haag tot New Babylon

De (voor)geschiedenis van winkelcentrum Babylon aan de Bezuidenhoutseweg

De voorgeschiedenis van Babylon en New Babylon begint met de aanleg van villa Boschlust die in de 19de eeuw op deze plek stond. De geschiedenis van dit huis wordt beschreven op de pagina Boschlust).

 

Na de afbraak van dit landhuis werden op het terrein ervan enkele straten van de wijk Bezuidenhout aangelegd. De huizen in het Bezuidenhout waren in het algemeen groot en na de eerste economische crisis bleken de huizen voor veel mensen te duur. Veel huizen werden vervolgens gebruikt als kantoor. Na het bombardement op het Bezuidenhout moest de wijk opnieuw worden opgebouwd en hiervoor bedacht men grootschalige plannen. Daarom stond de bouw van Babylon niet op zichzelf, want Babylon was eigenlijk het sluitstuk van een gigantisch nieuwbouwproject vlak naast de Haagse binnenstad (zie hiervoor meer op de pagina Boschlust). Na het bombardement op het Bezuidenhout werden op de grens van deze wijk en het Spuikwartier een compleet nieuwe kantoorwijk uit de grond gestampt. Nadat alle rijksgebouwen waren gepland bleef alleen nog de locatie van Babylon over. Het was de locatie aan de noordkant van het stationsplein.

Jan Pieterszn. Coenstraat, Den Haag, juni 1965

Jan Pieterszn. Coenstraat gezien vanaf de Bezuidenhoutseweg naar de Cornelis Speelmanstraat, juni 1965 (Dienst voor de Stadsontwikkeling / Haags Gemeentearchief)

Centraal Station en de semi-metro

De eerste stap was de aanleg van het Centraal Station. In 1962 zag dat er in de plannen nog uit als een platte doos, maar in het plan De Nieuwe Hout uit 1970 had het de vorm zoals het gebouwd werd, hoog en massaal. Voor dit ontwerp van K. van der Gaast werd op 1 oktober 1970 het officiële startschot gegeven. De bouw van dit station had een lange voorgeschiedenis. Dudok had het stationsgebouw niet zo dichtbij de Bezuidenhoutseweg willen bouwen, maar tussen de Koekamp en het station een groots stationsplein gepland. De Nederlandse Spoorwegen wilden het station juist zo dicht mogelijk bij de Bezuidenhoutseweg, want zij wilden de reizigers zo dicht mogelijk bij hun bestemming in de Haagse binnenstad brengen. Eerst hadden ze de reiziger via een ondergrondse spoorlijn zelfs naar Scheveningen willen brengen en er waren zelfs plannen voor een ondergrondse spoorlijn langs de Laan van Meerdervoort, deels over het tracé waar al spoor had gelegen. De ondergrondse spoorplannen waren te duur, maar het station kwam wel zo dicht mogelijk bij de Bezuidenhoutseweg te liggen, aan een klein stationsplein. Aan dat plein moest een gebouw met allure komen, maar de allure van dit gebouw was zeer betwist. Volgens critici zat de allure hem alleen in de gigantische afmetingen van de onderdelen van het stationsgebouw en in Bouw van 1970 (nr. 16) werd het kantoor omschreven als ‘een verhuiswagen langs de weg geparkeerd’1.

 

De aanleg van het station werd in fasen uitgevoerd. Eerst werd er gesloopt. Huis na huis, straat na straat, verdween onder de slopershamer. Veel mensen verzetten zich tot het laatst en bleven er in huis wonen terwijl om hen heen de omgeving steeds kaler en onleefbaarder werd. Tenslotte moesten ook zij verhuizen2.

 

Tegelijk met het station werd de aangrenzende gemeentelijke parkeergarage gebouwd. Het rijkskantoor dat daar bovenop moest komen ging niet door omdat daar een tram zou gaan rijden. De spoorlijn zou vanwege de kosten niet meer ondergronds worden aangelegd, maar gelijkvloers. De tram kon dus niet meer gelijkvloers blijven rijden en ook niet ondergronds. Ook daar wilde de Nederlandse Spoorwegen een spoorlijn aanleggen. De tramlijn zou dus nu met een viaduct over het dak van het station worden geleid en daarna over de parkeergarage. Daar zou de tramlijn over een viaduct verder gaan naar het Bezuidenhout en en een aftakking krijgen naar Scheveningen. Ook zou er op het dak een keerlus worden aangelegd.

 

Op 19 april 1973 ging de parkeergarage open en op 27 september 1973 onthulde de burgemeester bij de opening van het nieuwe station een gedenksteen.

Kaalslag in Bezuidenhout, ca. 1970

Kaalslag in het Bezuidenhout. In de verte de overkapping van het Station Staatsspoor, vooraan de Francois Valentijnstraat, het huizenblok daar rechts boven staan nog enkele huizen aan de Daendelstraat (Haags Gemeentearchief, foto 880964)

Het gat van Babylon

Het wederopbouwplan Bezuidenhout was gesplitst in drie delen en een er van, Wederopbouwplan Bezuidenhout-C gold ook voor het gebied waar Babylon gebouwd zou worden. Volgens het in 1953 vastgestelde plan zouden hier rijksgebouwen komen en een nieuw station. Enkele stukken grond, “kavels”, waren al toegewezen aan het rijk. Alleen op de kavel tussen het toekomstige stationsplein en de geplande Koekamplus zou een particulier bedrijf iets kunnen bouwen en dat was de toekomstige locatie van Babylon. Verschillende projectontwikkelaars meldden zich in 1972 met veel geld bij het gemeentebestuur, maar het Haagse bouwbedrijf M.A.B. werd uitgekozen om het “zeer vage” plan verder uit te werken3.

 

Er waren op dat moment voor dit gebied geen bouwplannen en de economische situatie was daar op dat moment ook niet gunstig voor. Maar de gemeente wilde het gat dat tussen de moderne contouren van de omringende hoogbouw zou gaan ontstaan zo snel mogelijk vullen. Ook hier moest aan de Bezuidenhoutseweg hoogbouw krijgen zodat een “evenwichtig beeld” zou ontstaan.

Eerste besprekingen over Babylon

In augustus 1972 hadden de gemeente en M.A.B. (Meier’s Aannemings Bedrijf) uit Den Haag hun eerste besprekingen. Volgens de gemeente was er behoefte aan vervangende kantoorruimte omdat er kantoren aan de Rijnstraat en Bezuidenhoutseweg zouden worden gesloopt. Omdat in de binnenstad een tekort was aan hotelkamers moest het gebouw een hotel krijgen en tenslotte was er volgens de gemeente behoefte aan ‘dagwinkels’ en dienstverlenende bedrijven. Het plan zou er verder zo uit moeten zien dat het geen protesten opriep. Er moest immers snel gebouwd kunnen worden.

 

Op de eerste schetstekeningen die in augustus 1972 van Babylon werden gemaakt stond een gebouw dat leek op het huidige Centraal Station. Het winkelgedeelte zou in een platte doos komen en daarboven zouden twee torens komen voor het hotel en de kantoren. Maar om de een of andere reden besloot men een gebouw in andere stijl neer te zetten. Men hoopte waarschijnlijk dat een vriendelijker ogend gebouw minder weerstand zou opwekken.

Eerste schetstekening voor Babylon

In de eerste schetstekenintg van Babylon had het ontwerp de zelfde stijl als het Centraal Station. Bij W kwam het winkelcentrum, gebouwdeel H werd het hotel, bij K kwamen de kantoren. Bij S de viaducten van de tram, die 'semi-metro' werd genoemd. Naar beneden buigt het tramviaduct zich naar het Bezuidenhout, naar boven het viaduct naar de Koekamp voor de tram naar Scheveningen. P is de parkeergarage, B het dak van het busplatform en R is de Rijnstraat. (nagetekend detail van een ontwerpschets).

Geheimzinnigheid rond Babylon

De onderhandelingen over de details van het plan namen nog wel wat tijd. Van augustus 1972 tot ongeveer zomer van 1974 werkte men in het diepste geheim aan de detaillering van het plan. Het publiek kreeg niets te horen, maar ook de gemeenteraad werd pas op het laatste moment geïnformeerd4.

Eerste detailplannen van het plan ‘Babylon’

MAB kreeg van het Amerikaans bureau Larry Smith Consulting het advies om te mikken op mensen die op de nabijgelegen kantoren werkten en op de reizigers van de trein, de bus en de semi-metro. Dat betekende dat Babylon voor deze klanten horeca zou moeten hebben en dienstverlenende bedrijven.

 

De gemeente wilde vervangende kantoorruimte in Babylon voor nog te slopen panden in de omgeving. Er moest in ieder geval een kantoor van de Amro-bank in komen. Voor exploitatie van het hotel had de gemeente de eigenaar van hotel Terminus op het oog. In samenspraak met de gemeente, het Rijswijkse architectenbureau Lucas & Niemeijer en de Nederlandse Spoorwegen werden de details van het plan ingevuld en bijgesteld. De definitieve cijfers werden anders maar in de eerste plannen van Babylon werd gedacht aan tussen de 10.000 en 16.000 vierkante meter kantoorruimte, een hotel met 144 kamers, twee bioscopen en parkeerruimte voor ongeveer 450 auto’s. Het winkelgedeelte met horeca zou 4.300 tot 9.000 vierkante meter oppervlak moeten krijgen5. Eerst vond de gemeente 10.000 vierkante meter kantoorruimte en 6.000 vierkante meter winkelruimte aan de hoge kant.

 

In januari 1973 kreeg M.A.B. een optie op de grond en werden de andere gegadigden voor de bouw (twee Britse bedrijven en twee Nederlandse) per brief afgewezen. Daarna presenteerde M.A.B. de eerste plannen aan de gemeente. Daarin was een tamelijk groot winkelgebied gepland op de begane grond en eerste verdieping.

Aanleg Centraal Station Den Haag

Aanleg van het Centraal Station in februari 1972, gezien vanaf de binnenstad. Links het Koningin Julianaplein, daarachter (links bovenaan) moet Babylon gebouwd gaan worden. Rechts in het midden staat nog het oude Station Staatsspoor met daarachter de oude overkapping van de perrons. Daarachter wordt de overkapping van de perrons van de nieuwe treinsporen gebouwd op de plaats waar vroeger de huizen van onder andere de Schenkweg stonden. Ergens rechts op de foto stond, voordat het werd afgebroken, het huis van Vincent van Gogh. (Haags Gemeentearchief/Dienst Stadsontwikkeling foto 6.14457)

Uitwerking van het plan Babylon

Het ontwerp kwam van het Rijswijkse architectenbureau Lucas & Niemeijer, volgens de Haagsche Courant van 15 februari 1979 “het productiefste” bureau, zeker in de Haagse binnenstad. Onder andere het Transitorium aan de Muzenstraat en de ministeries aan de Schedeldoekshaven, volgens de krant niet zo geslaagd, zonder karakter, een ingang als een mierenspleet en voor toeristen makkelijk te verwarren met het station.

 

Het gedeelte met winkels en horeca zou op de begane grond en eerste verdieping worden gesitueerd in wat een ‘drugstore’ naar Frans model werd genoemd. De ‘drugstore’ was een verzameling van restaurants, bars, cafés en winkels, die zich op verschillende niveaus bevonden. Elders in het winkelgedeelte zouden een confectiekledingzaak, een groot aantal boetieks en winkels voor hoogwaardige voedingsmiddelen komen.

 

Omdat Babylon lag ingeklemd tussen de Utrechtsebaan, het Prins Bernhardviaduct en de spoorlijn werd aandacht besteed aan de bereikbaarheid van het gebouw. Die probeerde men te vergroten door een looproute door het gebouw heen. De looproute werd aangegeven met bruinrode banen van tegels en halverwege de passage kwam een groot centraal plein met de entrees van de kantoren en de foyer, bar en restaurant van het hotel. Verderop langs de passage kwam een bioscoop met twee zalen voor 400 en 200 zitplaatsen.

 

Boven op het winkel- en horecagedeelte kwam een in verschillende blokken verdeeld kantorencomplex. De kantoren zouden worden verdeeld over drie grote kantoorblokken die weer onder te verdelen waren in kleinere eenheden. In 1980 zou het kantoorgedeelte worden uitgebreid.

 

Aan de kant van het Koningin Julianaplein en de Bezuidenhoutseweg werd hotel ‘Babylon’ gesitueerd. Dit hotel was wat naar voren geschoven en had een hoofdingang aan het stationsplein. De hal op de eerste verdieping gaf toegang aan het restaurant en de conferentiezalen.

 

Onder de grond kwamen twee parkeerkelders met niet alleen parkeergelegenheid, maar ook ruimte voor tentoonstellingen.

Babylon en omgeving in 1928

Babylon en omgeving met de straten van voor 1940. In lichte kleuren de situatie van 2010, in zwart de straten en enkele gebouwen van ca. 1928, voor zover die afwijken van de situatie in 2010. Voor een kaart met een oudere situatie zie Boschlust.

Mediterrane sfeer in Babylon

Over het interieur van Babylon werd ook goed nagedacht. Dat moest een warme, mondaine uitstraling krijgen en dat zocht men voor Babylon in een “mediterrane sfeer”. Terwijl het gebouw werd ontworpen door Nederlandse architecten ging men voor het interieur te rade bij architecten in het buitenland. Architect Janos Bertok uit Parijs ontwierp de winkelpassage. De eveneens in Parijs gevestigde Marc-Henri Hecht en Maurice Lubet ontwierpen de ‘drugstore’ en de Brit Peter Glynn Smith ontwierp het hotel. De Fransen zorgden voor een opvallend ontwerp van het centrale plein met een fontein, planten en sculpturen, veel glas en koper.

Haast met Babylon

De gemeente mocht niet zomaar een bouwvergunning afgeven, want in het kader van de Wederopbouwwet (van na de Tweede Wereldoorlog) moest goedkeuring worden gevraagd bij het rijk. Die werd in januari 1974 toegezegd en dat betekende dat de bouw voor 1 juli moest beginnen. Die termijn waarbinnen de bouw moest starten verschoof overigens een paar maanden, dus deze kon blijkbaar ook verlengd worden.

 

Heel omzichtig manoeuvreerde wethouder Nuijt het plan langs de gemeenteraad en de burgerij. Op 10 juli vroeg hij in de betreffende raadscommissie (commissie uit de gemeenteraad die zich met stadsontwikkeling bezighield) toestemming om al vast een schutting en een bouwkeet op het terrein te plaatsen. Daarmee zou de bouw op tijd begonnen zijn om voorkwam je dat de goedkeuring van het rijk zou verlopen. Hij liet de raadsleden de papieren plannen voor Babylon zien en beloofde om in de volgende vergadering de maquette te laten zien. Wethouder Nuijt moest in de vergadering nog toegeven dat het bouwplan niet in het bestemmingsplan paste, maar zei dat het gemeentebestuur daarvan mocht afwijken als het plan twee weken ter visie was gelegd (voor iedereen ter inzage gelegd in het stadhuis). De raadscommissie had geen bezwaar met de truc van de schutting en de bouwkeet6.

Over het interieur van Babylon werd ook goed nagedacht. Dat moest een warme, mondaine uitstraling krijgen en dat zocht men voor Babylon in een “mediterrane sfeer”. Terwijl het gebouw werd ontworpen door Nederlandse architecten ging men voor het interieur te rade bij architecten in het buitenland. Architect Janos Bertok uit Parijs ontwierp de winkelpassage. De eveneens in Parijs gevestigde Marc-Henri Hecht en Maurice Lubet ontwierpen de ‘drugstore’ en de Brit Peter Glynn Smith ontwierp het hotel. De Fransen zorgden voor een opvallend ontwerp van het centrale plein met een fontein, planten en sculpturen, veel glas en koper.

Bezuidenhoutseweg, Den Haag, Babylon, interieur, 1999

De bovenste etage van de 'drugstore' in Babylon in 1999 (Dienst voor de Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling / Haags Gemeentearchief)

Bestemmingsplan Bezuidenhout C

De inpassing in het bestemmingsplan was dus niet zo moeilijk, want als er geen bezwaren binnenkwamen in die veertien dagen van ter visie legging, dan kon het plan worden uitgevoerd. De beste tijd om dat te doen was de vakantie, als iedereen de stad uit was. Dat goede moment was 2 augustus 1974. Er kwamen geen bezwaren en het plan kon doorgaan.

 

In oktober 1973 was de opdracht voor de bouw verstrekt, in 1974 werd het bouwplan definitief goedgekeurd en de bouw begon in oktober 1974.

Overigens verontschuldigde wethouder Nuij zich later tegen de raadscommissie voor wat hij een onvolkomenheid noemde. De eerste paal zou hij slaan op een stukje grond komt waar deze helemaal geen kwaad kan en de commissieleden zouden het bouwplan nog wel eens te zien krijgen. Pas op 17 februari 1975 werd het plan in de gemeenteraad besproken

De eerste paal voor Babylon

De geheimzinnigheid van het bouwplan ergerde de kranten. Het gemeentebestuur had zich gehouden aan de wettelijke eisen van inspraak gehouden, maar dagblad Het Binnenhof vond het jammer dat bij zo’n belangrijk bouwplan echte inspraak van de burgerij of de gemeenteraad niet mogelijk was. Dat de burgers inspraak wilden bleek volgens deze krant uit de protesten tegen de Koekamplus.

 

Zonder veel problemen kon in oktober dus de bouw beginnen. De eerste paal werd op 15 oktober 1974 door wethouder Nuij geslagen en de gemeente maakte daar meteen een feestelijke dag van.. Die dag werd de officiële eerste paal geslagen voor meerdere prestigieuze bouwprojecten en daarom was die dag uitgeroepen tot “Haagse Bouwdag”. Die andere bouwprojecten waren de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie aan de Schedeldoekshaven en nieuwbouw op het terrein van het Grand Hotel in Scheveningen7. Diezelfde week begon men vol goede moed met de aanleg van het Prins Berhardviaduct. Die werd helemaal doorgetrokken tot het Spui en eigenlijk had hij doorgetrokken moeten worden tot in de Amsterdamse Veerkade. Terwijl de gemeente die dag feest vierde, protesteerden burgers tegen de afbraak van huizen op de Oranjebuitensingel. Die moesten weg voor het viaduct van de semi-metro. Van deze projecten had Babylon het meeste succes. De andere projecten zijn of worden afgebroken of op een andere manier minder opvallend gemaakt.

Bezuidenhoutseweg, winkelcentrum Babylon in 1986

Babylon in 1986 (Dienst voor de Stadsontwikkeling / Haags Gemeentearchief)

Politieke discussie over Babylon

Pas op 17 februari 1975 werd het plan in de gemeenteraad besproken en toen bleek er weinig weerstand tegen Babylon was. De wethouder had dus niet zo geheimzinnig hoeven te doen. De meeste raadsleden vonden het ontwerp mooi en vonden dat Babylon in allerlei behoeftes van de binnenstad voorzag. Alleen raadslid Verduyn Lunel van de linkse PPR wees op de concurrentie die de winkeliers van de binnenstad door Babylon kregen. Hij wilde niet zo’n ‘leegzuigbeleid’, maar wilde eigenlijk liever meer woningen in de binnenstad. Dat was twee jaar eerder in de Doelstellingennota uit 1973 een gemeentelijke doelstelling geworden.

 

De gemeenteraad had iets meer kritiek op de gunstige erfpachtvoorwaarden voor Babylon, maar de wethouder vond niet dat de gemeente de grond wel heel goedkoop afstond aan MAB8.

Babylon en de Koekamplus

Toen de bouw van Babylon al begonnen was zag de bouwer ervan ineens een probleem opdoemen. Aan de achterkant van het gebouw zou de semi-metro, de sneltram, vanaf het dak van het station langs Babylon afbuigen naar een viaduct dat naar het Malieveld ging. Daar zou de tram via het Malieveld naar de Koninginnegracht rijden en vandaar naar Scheveningen. Er was veel protest gekomen tegen de aanleg van zo’n semi-metrolijn dwars door de Koekamp en het Malieveld. De gemeente werd onder druk gezet om andere trajecten te bedenken en een daarvan was een tramviaduct langs de Bezuidenhoutseweg. Deze zogenaamde verkorte Koekamplus, ofwel ‘variant 8’, was een viaduct vlak langs Babylon en de bouwer protesteerde bij de gemeente toen het er naar uitzag dat de gemeente voor deze Koekamplus zou kiezen. MAB wees er op dat dit viaduct het uitzicht van en naar Babylon zou belemmeren en dat dit viaduct ook geluidsoverlast zou geven in de kamers van het hotel. MAB had met het ontwerp van Babylon juist gemikt op een kleinschalige uitstraling en dat ging dat tramviaduct voor het gebouw helemaal verloren. Het verzet in de stad was echter zo groot dat het hele plan van de Koekamplus niet doorging. Men vond een andere oplossing voor de tram naar Scheveningen9.

New Babylon aan de Bezuidenhoutseweg in aanbouw, 2009

Babylon wordt omgetoverd tot New Babylon, 2009.

Babylon gaat open

De bouw van Babylon ging ondertussen gewoon door. In de zomer van 1977 waren de kelder en de begane grond gereed. Op woensdag 27 september 1978 werd Babylon officieel geopend en de dag erna werd er een opening georganiseerd voor het publiek. Televisie-presentator Willem Duys was ingehuurd er als publiekstrekker en om het Frans-achtige interieur te onderstrepen waren er ook enkele can-candanseressen uitgenodigd.

 

Tijdens de opening werd ook kleine versie van “Jantje” gepresenteerd, een beeld van Ivo Coljé dat was geïnspireerd op het bekende kinderliedje over Jantje, de zoon van de graaf: “In Den Haag daar woont een graaf, En zijn zoon heet Jantje.” Jantje zal Jan zijn geweest, de zoon zijn Graaf Floris V. Jan was eigenlijk de laatste om een liedje aan te wijden, want hij kampte met een slechte gezondheid en was als graaf geen succes. Hij overleed op jonge leeftijd toen zijn oom het graafschap Holland al helemaal van hem had overgenomen. Van het beeld in Babylon werd een grotere versie gemaakt dat nu op de Lange Vijverberg staat, als schenking door MAB Holding. De iniatiefnemers van het beeld hoopten dat Jantje een Haags symbool zou worden. In de expositieruimte werd meteen ook al de eerste tentoonstelling geopend, met wandkleden uit Egypte10.

Waardering voor Babylon

De reacties op Babylon van architectuurcritici waren niet op alle punten positief. Het gebouw had met dat donkere glas ontegenzeggelijk een gesloten uitstraling. De Haagsche Courant hield het kortweg op een “grote donkerbruine glazen kolos”, maar anderen gaven hun kritiek uitvoeriger.

 

In het blad De Architect werd Babylon omschreven als “een oppervlakkige poging tot menselijke, ja zelfs ‘zachte architectuur’ met schijnbaar achteloos gerangschikte organisch gegroeide volumes“. Het ontwerp was wel “een naar vorm en inhoud geïntegreerd concept geworden”11.

 

Een kritischer beschouwer vond Babylon een naar binnen gekeerd project, dat nauwelijks een publiek karakter uitstraalt. Babylon was een soort ‘pseudo-binnenstadje’, “een opeenstapeling van doorsnee functies in klimatologisch geconditioneerde omstandigheden en gekunstelde luxe die een behaaglijke ambiance moet creëren, waarin het goed spenderen is”12.

 

In Bouw schreef de journaliste vooral over het interieur van Babylon. Toen ze het in 1978 bezocht viel bij de ingang als eerste een grote witte kaketoe op, op een stok in een dierenwinkel. Ze beschreef het centrale plein met de opvallende fontein, daar omheen het terrasje en ze vond het interieur van dit winkel- en horecagedeelte erg druk, door de vele kleuren, spiegels, aluminium buizen voor licht, koper en zilver. De kitsch in de ‘drugstore’ vond ze “hevig” en ze schreef over de “waanzinnige barokke, verzilverde raamomlijstingen van de kapperswinkel”. Maar misschien kreeg dit interieur op den duur de charme van oud zilver. Vermoedelijk vonden de meeste mensen dat en na een paar keer een bezoek aan de bioscoop viel het al helemaal niet meer op. Het interieur van het hotel vond ze wel smaakvol13.

 

Veel critici wezen op de excentrische ligging van Babylon, die gekoppeld aan het ongenaakbare karakter van de buitenkant minder geschikt leek om veel publiek te trekken. De journaliste van Bouw vond Babylon van binnen eigenlijk te klein. Zij vond dat Babylon het monumentale, ruimtelijke en vanzelfsprekende miste van bijvoorbeeld de Milanese passage, de Burlington Arcade in Londen en ook die van onze Haagse passage. De door veel schrijvers gesignaleerde verschuiving van centrumfuncties van de oude binnenstad in de richting van het Bezuidenhout is begonnen met de bouw van Babylon14.

New Babylon

Na de opening ging de bouw nog enkele jaren door met uitbreidingen die pas in 1983 helemaal afgerond waren. Het gebouw had ingangen aan drie straten: Bezuidenhoutseweg 63-65, Koningin Julianaplein 30-35, Anna van Buerenstraat 11-13.

 

Vele eigenaren later, in 2002, werd Babylon gekocht, om als onderdeel van Den Haag Nieuw Centraal, deels gesloopt, verbouwd en uitgebreid te worden met nieuwe delen. Twee torens met kantoren en woningen worden 140 en 100 meter hoog. Volgens de projectonwikkelaar ondergaat Babylon hiermee een gedaanteverwisseling in functies en in het uiterlijk. Het moet een bruisende plek worden voor wonen, werken, winkelen en uitgaan.

 

Op de eerste twee verdiepingen van het nieuwe gebouw komen winkels, restaurants en cafés. Op de derde tot en met de elfde verdieping komen kantoren en vergaderruimtes. De verdiepingen daarboven zijn bestemd voor appartementen. Binnen in een torens bevindt zich een atrium, een hal die door het hele gebouw naar boven loopt.

Verantwoording

Deze eerste versie is van 29 mei 2010.

Literatuur

Bouw 17 maart 1979 no. 6, 70-72

• Gerda ten Cate, ‘Het fenomeen koek-en-zopie in een nieuwe gedaante’, in: Bouw, 17-3-1978, 73-75

• Victor Freijser (red), Het veranderend stadsbeeld van Den Haag. Plannen en processen in de Haagse stedebouw, 1890-1990, Zwolle 1991.

• Michelle Provoost, ‘De grenzen van de metropool. Den Haag in de jaren 1950-1970’, in Victor Freijser (red), Het veranderend stadsbeeld van Den Haag. Plannen en processen in de Haagse stedebouw, 1890-1990, Zwolle 1991, 143-188.

Noten

1. Provoost p. 175.

2. Het Vaderland 9 juni 1971.

3. Freijser p. 211.

4. Gemeentearchief, Archief Dienst Stadsontwikkeling, bnr 509, inv. nr. 1814.

5. Gemeentearchief, Archief gemeentebestuur, bnr 828, inv nr. 4010. De uiteindelijke oppervlaktematen heb ik overigens nergens kunnen vinden.

6. Gemeentearchief, Archief Dienst Stadsontwikkeling, bnr 509 inv nr. 1814.

7. Het Binnenhof 5 oktober 1974.

8. Handelingen van de Gemeenteraad, 17 februari 1975, pp 343-354, Freijser 211-212, Het Binnenhof 20 november 1974.

9. Brief van MAB Holding bv aan de gemeente, 28 april 1978.

10. Haagsche Courant 27 en 29 september 1978, Het Vaderland 28 september 1978.

11. J. den Hollander ‘Babylon, een pseudo-binnenstadje’ in De Architect, 1978, p. 12.

12. Freijser 212.

13. De beschrijving van het gebouw is ontleend aan de beschrijving van Ten Cate in Bouw.

14. Cees van Boven, Victor Freijser, Christiaan Vailliant, Gids van de Moderne Architectuur in Den Haag, Den Haag 1998, p. 27