Geschiedenis van Den Haag
kopfoto
kopfoto

De geschiedenis van Paleis Noordeinde

In de loop der tijd heeft residentiestad Den Haag vele paleizen gehad. Daarvan zijn alleen het paleis aan het Noordeinde en het Huis ten Bosch nog in gebruik.

Paleis Noordeinde

Paleis Noordeinde.

Het paleis aan het Noordeinde werd in de 17de eeuw gebouwd als uitbreiding van het statige huis van een rijke heer van Brandwijk. In 1609 werd het huis door de staat geschonken aan Frederik Hendrik, zoon van Willem van Oranje. Willem van Oranje was de leider geweest van de Opstand tegen de Spaanse koning en zijn weduwe Louise de Coligny woonde op kosten van de staat al in dit huis. Frederik Hendrik zelf woonde bij zijn halfbroer Maurits op het Binnenhof. Maurits was stadhouder, een functie als hoge ambtenaar met politieke macht. Op het Binnenhof zetelde ook de landsregering. Het Binnenhof was de plaats waar de Oranjes en de burgerij periodiek hun strijd om de macht streden. Een verstandig prins uit het huis van Oranje woonde dus op het Binnenhof, in het eigen Stadhouderlijk Kwartier.

 

Frederik Hendrik bezat veel geld en liet in korte tijd meerdere paleizen bouwen. Een aantal daarvan diende als buitenverblijf. Het paleis aan het Noordeinde werd een tweede stadspaleis dat gebruikt werd voor het onderbrengen van familieleden, gasten en voor feesten. In de zuidelijke achtervleugel woonden achtereenvolgens de weduwen Louise de Coligny en Amalia van Solms. De zuidelijke voorvleugel werd ingericht voor de ‘erfprins’, de noordelijke voorvleugel voor zijn vrouw. Door ongelukkige omstandigheden zijn deze niet veel gebruikt. De bekendste gasten waren Frederik V en Elizabeth Stuart, die als Winterkoning en –koningin onterecht een slechte naam hebben gekregen. De Franse en Engelse koninginnen Maria de Medici en Henriëtte Marie verbleven er ook.

 

Het paleis werd ontworpen in de stijl van het Hollandse classicisme. Geïnspireerd door Romeinse en Italiaanse voorbeelden sloot deze variant van het classicisme goed aan op de Hollandse mentaliteit van sober, eenvoudig en toch stijlvol. Architect Jacob van Campen had met andere gebouwen al naam gemaakt, maar dit gebouw had zijn beperkingen. Het oude gebouw dat uit zuinigheid moest blijven staan had niet de gewenste maten. Het stond bijvoorbeeld niet hoog genoeg om daar onder nog een souterrain aan te leggen. Het stond enigszins scheef op het Noordeinde, zodat de voorvleugels een ongelijke lengte kregen. En eigenlijk was er te weinig ruimte. Om het voorplein groter te laten lijken werden de benedenverdiepingen van de voorvleugels voorzien van open arcades. Ondanks de beperkingen was het ontwerp zo succesvol dat de grote lijnen niet veranderd zijn. Van binnen werd het paleis in de tijd van Frederik Hendrik en zijn vrouw weelderig ingericht. Toen Maria de Medici, de Franse koningin hier op doorreis verbleef was ze onder de indruk. Met de leden van haar hofhouding in gedachten vroeg ze om de dure inrichting te vervangen door iets goedkopers. Het werd beleefd afgewimpeld, maar naderhand viel de schade niet mee.

 

Toen stadhouder Willem III kinderloos overleed, wreekte zich de succesvolle huwelijkspolitiek van de Oranjes. Zijn erfenis werd opgeëist door een vergeten familielid, de Pruisische koning Frederik I. Deze nam het paleis meteen in bezit en werd na lange onderhandelingen ook eigenaar. Vanaf 1715 woonden er achter elkaar elf Pruisische ambassadeurs. In 1754 was Frederik van Pruisen er toe bereid om zijn Nederlandse bezittingen te verkopen aan Anna van Hannover, de weduwe van stadhouder Willem IV. Het aanbod zou te danken kunnen zijn aan de gezamenlijke passie voor muziek. Anna van Hannover was in Den Haag de gangmaker van een cultureel rijk hofleven.

 

In de 19de eeuw werd Nederland een koninkrijk en men besloot dat de koning een winterpaleis en een zomerpaleis zou krijgen. Het paleis Noordeinde zou dienen als tijdelijk winterpaleis. Het ‘in gereedheid brengen’ liep uit op een dermate ingrijpende verbouwing dat het uiteindelijk het definitieve winterpaleis werd. Alleen koning Willem II en koningin Juliana gebruikten een ander paleis.

 

Aan de achterkant van het 17de eeuwse gebouw werd een compleet nieuw gebouw neergezet. Twee architecten ontwierpen een nieuw achterhuis en twee nieuwe achtervleugels. De nieuwe delen kregen een verdieping meer dan het oude gebouw. Ook dat werd verbouwd. Er kwam een duidelijker scheiding tussen privévertrekken en representatieve vertrekken die paste bij de nieuwe eeuw. Anders dan in de 17de eeuw werden officiële gasten niet in de slaapkamer ontvangen en ook niet meer in andere privévertrekken.

 

n 1948 vestigde koningin Juliana de residentie naar Soestdijk. Het paleis kwam leeg te staan en werd jarenlang verhuurd aan het Institute of Social Studies. Sinds 1984 wordt het paleis na een grondige restauratie weer gebruikt als paleis. Het is het werkpaleis van Koningin Beatrix.

 

De tuin was oorspronkelijk veel groter. De grote Prinsessetuin van Louise de Coligny was vermoedelijk ontworpen door de Hollandse schilder Jacob de Gheyn. Deze in strakke lijnen aangelegde renaissancetuin werd onder de Engelse prinses Anna van Hannover in de 18de eeuw veranderd in een Engelse landschapstuin. De tuin kreeg toen sierlijke lijnen en een vrijere, meer natuurlijke, beplanting. In de 19de eeuw werd deze tuin een stuk kleiner door de aanleg van de Koninklijke Stallen en andere dienstgebouwen. Naast de privévertrekken van de zuidelijke achtervleugel lag nog een kleine tuin, die vanwege de inkijk van nabijgelegen huizen was omgeven door een hoge muur. Die muur was bij veel koninginnen een doorn in het oog.

Het huis van Willem Goudt

Het huis van Willem Goudt. Rechts het Noordeinde met aan de rechterkant daarvan de Beek. Die was toen nog niet overkluisd, maar liep als kanaaltje door het Noordeinde, met veel bruggen voor achteringang voor koetsen van de huizen aan de Kneuterdijk.

Het huis van Louise de Coligny

Het huis van Louise de Coligny. Onder de erfgenamen van Brandwijk was het langwerpige achterhuis gebouwd.

Het Oude Hof na de verbouwing voor Willem II en Mary Stuart

Het Oude Hof na de verbouwing in opdracht van Frederik Hendrik voor Willem II en Mary Stuart. De noordelijke deel van het huis, bestemd voor Mary Stuart, werd het eerst gebouwd. Daarna werd aan de zuidkant gewerkt aan de vertrekken van Willem II en de zuidelijke galerij aan de voorkant. De noordelijke galerij was ongeveer 25 meter, de zuidelijke ongeveer 21 meter, omdat het oude huis niet helemaal evenwijdig stond aan het Noordeinde..gz = grote zaal, blo = bloementuin van Amalia, bla = blauwe galerij.

Vogelvluchtkaart van het Oude Hof na de verbouwing voor Willem II en Mary Stuart

Het Oude Hof na de verbouwing in opdracht van Frederik Hendrik voor Willem II en Mary Stuart op een vogelvluchtkaart uit 1681 (detail kaart Elandts, Haags Gemeentearchief).

Kaartje van Paleis Noordeinde

Paleis Noordeinde.

Verantwoording

Deze pagina wordt nog uitgebreid en is halverwege 2012 klaar.