Geschiedenis van Den Haag
kopfoto
kopfoto

Ammunitiehaven

Het bestaan van de Ammunitiehaven heeft Den Haag in wezen te danken aan de zusters van het klooster van St. Maria in Galilea. Dit in 1463 opgerichte klooster lag aan de Lange Poten en het Plein en had veel land in bezit in de huidige Rivierenbuurt. Het was geen groot klooster, maar om de een of andere reden wilde het klooster een bevaarbare sloot laten graven tot aan het klooster. Misschien ging het niet alleen om vervoer van goederen, maar wilde men ook water hebben voor de brouwerij die er in het klooster was. Schepen moesten zo dicht mogelijk bij het klooster kunnen kopen, maar wat er precies vervoerd moest worden is niet duidelijk. Er waren slechts enkele tientallen zusters die zich bezig hielden met spinnen, naaien, ziekenverpleging, opvoeding van wezen en dergelijke zaken. Ook verkocht het klooster bezems, andere huishoudelijke benodigdheden en slaaplakens, dekens en kussen. Of ze die zelf maakten of alleen verhandelden is niet bekend1.

Het graven van een sloot vanaf het Spui was nog niet zo makkelijk. Het Spui had in het verleden nogal wat wateroverlast gegeven. De Bosbeek voerde zoveel water aan dat er een dijk langs het Spui moest worden aangelegd om te voorkomen dat het weiland waar nu de Rivierenbuurt en het Bezuidenhout liggen steeds onder water liep. De sloot moest door die dijk worden gegraven en dat betekende dat er naast die sloot ook een dijk moest worden aangelegd. Dat hoefde alleen aan de zuidkant (kant van de Rivierenbuurt). De noordkant (richting Lange Poten) lag blijkbaar wel hoog genoeg.

 

De nieuwe sloot zou van het Spui lopen tot een andere sloot, die reeds bestond. Dat was de sloot die langs de Willem Comanlaan liep. Deze laan is nu ongeveer de Korte Houtstraat, de Wijnhaven en de Nieuwe Haven. Deze sloot liep niet alleen naar het klooster, maar kwam ook uit in andere sloten. Om te voorkomen dat er teveel water in deze lager gelegen sloten zou komen werd er een sluis geplaatst tussen de nieuwe sloot en de sloot langs de Willem Comanlaan. Schepen die voor het klooster kwamen werden vóór de sluis gelost. Het klooster kreeg voor dit alles in 1483 toestemming van het waterschap Delfland.

Omgeving van de Ammunitiehaven in 1570

Op deze erg onnauwkeurige kaatt uit 1570 is het klooster (bij nr. 10) goed te zien. De verschillende sloten die naar het klooster leiden eveneens. Een van de overdwars lopende sloten wordt later de Ammunitiehaven.

Een laatste probleem wist men niet op te lossen. Niet al het land was van het klooster en het lukte blijkbaar niet om al het land te kopen dat nodig was. Daarom kwam er in de nieuwe sloot een vreemde knik vlak bij het Spui. Deze bocht zit nog steeds in de Ammunitiehaven en is vooral op oudere kaarten nog goed te zien2.

Het klooster heeft relatief kort plezier gehad van de sloot. Het aantal zusters liep terug en godsdiensttwisten bedreigden het klooster. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd Den Haag door beide oorlogvoerende partijen bezet. Beide keren zal het klooster schade hebben geleden. Verder hoorde het klooster tot de vijand, althans dat vond de nieuwe protestantse regering. Het klooster was immers katholiek en het werd door de staat in beslag genomen. De regering verkocht de bezittingen aan verschillende particulieren. Die deden niets met het land, maar verkochten het weer door. Er werd druk gehandeld met de vrij gekomen percelen. Het gebied lag net buiten Den Haag en vlak naast de toenmalige haven van Den Haag. Dat was het Spui en het was dus de beste plaats voor een nieuwe haven- en industriewijk.

De overheid was daar al min of meer mee begonnen. Er was namelijk een kanaal nodig tot aan het Haagse Bos. Tijdens de eerste oorlogsjaren waren daar zoveel bomen gekapt dat er uiteindelijk alleen een onvruchtbare zandvlakte was overgebleven. Men verwachtte niet dat daar nog iets zou groeien en men wilde het zand weghalen en er nieuwe aarde leggen. Het vervoer van zand en aarde was alleen te doen als dat per schip ging. In 1594 besloot men daarom een nieuw kanaal te graven van het Spui naar het Haagse Bos. Voor deze ‘Nieuwe Vaert’ gebruikte men zoveel mogelijk bestaande sloten. De eerste was de kloostersloot. Die werd verdiept en verbreed. Dit werd de Ammunitiehaven, maar in de eerst bekende naam was de Statengracht. De naam is een verwijzing naar de landsregering, de Staten van Holland [uitleg], maar waarom de gracht naar de Staten is genoemd is niet zeker. Namen lagen overigens niet officieel vast. Iemand bedacht een naam en andere namen die over. Sommige straten stonden bekend onder verschillende namen. De Statengracht werd ook wel eens Uytterste Gracht genoemd.

Vlak na de aanleg van de Nieuwe Vaert begon de aanleg van het industriewijkje. Een van de grootste speculanten van het vroegere kloosterland was een zekere Lenert Wouterszoon van Calcker. Van Calcker was een wielmaker die vooral affuiten maakte voor het leger. Hij wist dat de regering op zoek was naar een nieuwe ruimte voor ’s Lands Ammunitie-Magazyn’. Dat was het pakhuis voor oorlogsmateriaal, in die tijd ook wel Tuighuis genoemd. Tot dan toe had men tijdelijk de Kloosterkerk gebruikt, maar men wilde een andere plaats. Vermoedelijk wilde men een plek aan het water. Er was een plan geweest om de Nieuw Vaert door te trekken naar de Kloosterkerk aan het Lange Voorhout, maar dat plan was niet uitgevoerd. Van Calcker sloot een contract met de overheid en liet in 1598 een nieuw Ammunitiehuis bouwen aan de Statengracht3. Volgens de 18de eeuwse geschiedschrijver Jacob de Riemer had het gebouw weinig aanzien. Het was laag, maar erg lang namelijk van de Statengracht tot aan de pas gegraven Schedeldoekshaven. Eerst huurde de regering dit gebouw, maar op 5 december 1602 kochten de Staten van Holland het van Van Calcker. Later werden er volgens Jacob de Riemer nog “twee of drie gelijksoortige gebouwen” naast gebouwd4. De Statengracht werd dus mogelijk naar de Staten van Holland genoemd omdat daar hun oorlogsarsenaal lag. Maar misschien was er een andere reden voor die (nog) niet bekend is.

Omgeving van de Ammunitiehaven in 1730

Deze kaart uit ca. 1730 is heel wat nauwkeuriger. Het industrie- en havenwijkje is klaar. De Ammunitiehaven met de vreemde knik bij het Spui valt ook op.

Op een gegeven moment krijgt deze gracht de naam Ammunitiehaven. Op vogelvluchtkaarten zie je duidelijk dat er kanonnen op de kade stonden, blijkbaar in afwachting van vervoer naar het front. Volgens Jacob de Riemer werd het gebouw vooral gebruikt voor de berging van affuiten, schoppen, spaden, hout en ijzerwaar dat voor de oorlogvoering nodig was. De arbeiders die er werkten zouden ook op de Ammunitiehaven wonen5. In het begin van de 18de eeuw werden de latere uitbreidingen weer gesloopt. Er kwamen enkele woonhuizen en alleen het oorspronkelijke gebouw bleef over. Het magazijn werd in 1717 aan particulieren verkocht.

Den Haag had lang problemen met zijn grachten. De riolen van de huizen kwamen op de grachten uit en dat veroorzaakte vooral in de zomer veel stank. Het water in de grachten kon niet makkelijk worden ververst en daarom besloot het gemeentebestuur de grachten te dempen. Dat ging in fasen. Op 15 februari 1859 besloot de gemeenteraad dat de Ammunitiehaven en de Schedeldoekshaven gedempt mochten worden. Een jaar later ging de aannemer aan het werk en in 1861 kwam het werk klaar.

De Ammunitiehaven heeft vaak een slechte naam gehad. Het was een industriehaventje en na de demping bleef het een slechte naam houden. Er stonden overigens niet alleen armoedige huisjes. In 1759 woonde Christian Ernst Graf6. aan de Ammunitiehaven. Hij was dirigent van de hofkapel van de Oranjes, met name onder Anna van Hannover, de vrouw van Willem IV. Het is niet bekend in welk huis hij woonde, maar gezien zijn functie woonde hij daar vermoedelijk niet beneden zijn stand. Zijn officiële titel was kapelmeester van de hofkapel, maar hij was ook hofcomponist. Zoals zoveel dirigenten en componisten was hij afkomstig uit Duitsland. In Den Haag maakte hij onder andere het bezoek van Mozart aan Den Haag mee. Later veranderde hij zijn naam in het Nederlandse 'Christiaan Ernst Graaf'. Onder die naam voerde bijvoorbeeld het barokorkest van het Koninklijk Conservatorium enkele van zijn werken uit voor de Stichting Musica Antica da Camera in Voorschoten en Den Haag.

Maar ondanks dat er in de 19de eeuw in ieder geval een commandant van de Gardes Dragonders woonde, had de Ammunitiehaven geen goede naam. Waarschijnlijk stonden er vooral in de omliggende straten en stegen goedkope en zeer slechte huizen. In de tijd tussen de beide wereldoorlogen heeft de gemeente hier slechte huizen gesaneerd, maar makkelijk ging dit niet. Eigenaren van krotten schreven de gemeente dat ze geen geld hadden om de woningen op te knappen omdat de huren zo laag waren. Veel bewoners wilden ondanks de erbarmelijke woontoestanden hun huisjes niet verlaten omdat ze geen hogere huur konden betalen. De Ammunitiehaven was ook een van de straten waar zwervers werden opgevangen in logementen.

Café aan de Ammunitiehaven

Café aan de Ammunitiehaven (Haags Gemeentearchief)

In de school aan de Ammunitiehaven werd ook nog een tijd les gegeven aan kinderen uit de Joodse buurt. Op deze school werd les gegeven volgens het zogenaamde ‘Haagsche Stelsel’. Daarbij werd gewoon onderwijs aangevuld met joods godsdienstonderwijs.

In 1970 werd tenslotte alle oude bebouwing gesloopt voor de aanleg van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie en het Prins Bernhardviaduct.

Verantwoording

Bijgewerkt op 25-05-2010. Dit verhaal wordt nog uitgebreid.

Literatuur

• ‘Nacht-asyl’, in: , Pak Me Mee, augustus 1909, p.10.

• D. Hoek, ‘Tegenover de leprozen. De geschiedenis van een buurt van 1461 tot 1681, in: Die Haghe jaarboek 1939, p. 112 e.v.

• J. de Riemer, Beschryving van 's-Gravenhage, ‘s-Gravenhage, 1730.

Noten

1. Mededeelingen 85-86.

2. Hoek 118-120.

3. De overeenkomst was met de Gecommitteerde Raden. Dat was een bestuursorgaan dat de Staten van Holland hielp bij het bestuur. Bron: De Riemer II p. 715.

4. De Riemer 715-716, Hoek 182.

5. Die Haghe 1901 p. 168.

6. Later vernederlandst tot Christian Ernst Graaf.