Geschiedenis van Den Haag
kopfoto

ooievaarkleinerDe Gedempte Gracht was vroeger een gracht die hoorde tot een van de armste wijken van Den Haag. De gracht maakte deel uit van de Joodse Buurt.

 

Aan deze pagina wordt nog gewerkt (feb/maart 2010)

kopfoto

Gedempte Gracht

De Gedempte Gracht is een van de vele straatjes in het centrum van Den Haag die onherkenbaar veranderd zijn. Met de Sint Jacobstraat, de Bezemstraat en de Voldersgracht hoorde de straat tot de Joodse Buurt van Den Haag. Meer dan de helft van de inwoners was daar een ooit joods. Deze binnenstadsbuurt stond bekend als een van de armste van Den Haag, maar volgens de gemeentelijke Gezondheidscommissie was het (rond 1900) nog niet de slechtste buurt van Den Haag. Wel waren de woontoestanden er zo slecht dat kleine en ongezonde woningen als onbewoonbaar moesten worden afgebroken. Toen in de eerste helft van de twintigste eeuw de Grote Marktstraat werd aangelegd,m moesten hele stukken straat met slechte woningen worden afgebroken. Daarmee had de gemeente ook een belangrijk nevendoel bij de aanleg van de straat bereikt. Niet alleen was een belangrijke verkeersweg aangelegd, maar er was ook een sloppenwijk gesaneerd.

 

De Gedempte Gracht begon zijn bestaan als gracht en kreeg pas na de demping zijn huidige naam. De gracht werd eerst Voldersgracht genoemd, maar toen er een nieuwe Voldersgracht werd gegraven sprak men van ‘Lange Gracht’. Die naam zou het tot de demping in de negentiende eeuw behouden1.

Gedempte Gracht in 2010

Gedempte Gracht in 2010 genomen van vrijwel hetzelfde punt als de foto hieronder (nah et kaartje).

Gedempte Gracht (Lange Gracht) in de Middeleeuwen

Ongeveer zeven eeuwen geleden lag het gebied rond de Gedempte Gracht net op de rand van Den Haag. Het was een veengebied waar sloten waren gegraven die voor afwatering moesten zorgen. Het land was vermoedelijk al vroeg in gebruik bij boeren. De Gedempte Gracht was in eerste instantie een sloot en zou volgens onderzoeker Pabon in 1370 de grens van het toenmalige dorp Die Haghe zijn geweest. Het was toen tevens de grens van de bebouwde kom2.

 

Rond 1400 werden de afwateringssloten in dit gebied gedempt en werd er langs de Gedempte Gracht gebouwd. Op de plaats van het parkeerterrein van De Bijenkorf werden resten gevonden van een gebouw. Het was een woonhuis gebouwd van zeven meter lang met daarnaast een soort bedrijfsgebouw. Uit vondsten op het achterterrein konden archeologen concluderen dat hier een schoenmaker of leerbewerker heeft gewoond. Rond 1600 werd het bedrijfsgebouw ook woonhuis. Beide woningen hadden afvoergoten naar de Gedempte Gracht. Deze gracht werd net als andere grachten gebruikt als (open) riool3.

Plattegrond uit 1681 van de Gedempte Gracht, Den Haag

De Gedempte Gracht en omgeving in 1681. De Gedempte Gracht is met blauw aangegeven. De 'G'ligt op de kruising met de Wagenstraat, De rode lijnen linksboven de 'R' geven het tegenwoordige Rabbijn Maarsenplein aan. Rechts op de tekening geeft de letter S het Spui aan. Het Spui was een van de belangrijkste havens van Den Haag. Links van de 'S' de Nieuwe Kerk. Rechtsboven de 'S' ligt het water van de Turfmarkt/Houtmarkt. Boven in het midden geeft de 'V' de Voldersgracht aan. Die was al gedempt. Tussen de Voldersgracht en het Spui liep een sloot die gebruikt zal zijn voor afwatering en tevens als riool. Op de kaart zijn meer van dit soort sloten te zien. De rode lijnen bovenin de kaart geven ongeveer de ligging van de Grote Marktstraat aan. De straat helemaal boven is de Spuistraat (Kaart uit 1681: Gemeentearchief Den Haag)

Gracht voor de lakenindustrie

De Gedempte Gracht werd allereerst bekend door de Haagse lakenindustrie. Den Haag was niet altijd alleen maar een ambtenarenstad, want het dorp had in de 14de eeuw een bloeiende lakenindustrie. Laken was een wollen stof die werd gebruikt voor luxe kleding. Honderden mensen vonden in Den Haag werk in deze nijverheid. Wevers, vollers, droogscheerders waren enkele van de arbeiders die aan de zuidkant van Den Haag, aan deze kant van de Spuistraat, hun werk deden. In het gebied tussen de Wagenstraat en het Spui werkten de vollers. Die moesten het pas geweven en nog ruwe laken soepel en zacht maken. Het laken werd ingewreven met vet en vollersaarde en in een grote kuip geweekt in een mengel van water en urine. De vollers moesten dagen in de kuip rondlopen om met hun voeten de lakens te kneden. Hun werk was zwaar en werd slecht betaald. Juist van vollers zijn de eerste Haagse arbeidsstakingen bekend.

 

De Gedempte Gracht was gegraven om de lakens te spoelen en het afvalwater af te voeren. Later werd een sloot dwars op de Gedempte Gracht gegraven om ook door vollers te worden gebruikt. Deze nieuwe sloot kreeg de naam Voldersgracht en vanaf dat moment kreeg de Gedempte Gracht een nieuwe naam: Lange Gracht.

Gedempte Gracht, Den Haag, ca. 1900

Gedempte Gracht rond 1900 op een prentbriefkaart. In de verte ligt het Spui.(Gemeentearchief Den Haag)

Lange Gracht als kanaal

Maar de lakenindustrie was geen erg lang leven beschoren. In de 16de eeuw raakte Holland in een economische crisis. De opstand (Tachtigjarige Oorlog) tegen Filips II bracht de toch al kwijnende lakenindustrie de definitieve slag toe. De Gedempte Gracht en Voldersgracht waren niet langer het bedrijvig industriecentrum van Den Haag. Maar nog tijdens de Opstand bloeide Den Haag weer op, Men ging nieuwe huizen bouwen en nieuwe havens en een industriewijk rondom het Spui. De Haagse markt werd verplaatst van de Groenmarkt naar een nieuw terrein buiten de stad. Op het terrein van een verlaten klooster legde men de Grote Markt aan. Om de aanvoer van groenten daarheen te vergemakkelijken kwam er een nieuw kanaal vanaf het Spui. Het vervoer ging toen meestal over water omdat de wegen zo slecht waren. Het eerste stuk van het nieuwe kanaal was de Gedempte Gracht. Vandaar gebruikte men een reeds bestaande sloot (met een bocht) naar de nieuwe markt (de Grote Markt). Die sloot werd in 1615 verbreed en kreeg de naam St. Anthonisburgwal. Vlak hierna werd de Paviljoensgracht gegraven en die was breder en handiger voor de schippers uit het Westland. Schippers hoefden niet meer door het drukke Spui te varen en daarna door de Gedempte Gracht4.

Bewoners van de Voldersgracht en Gedempte Gracht, ca. 1905

Bewoners van de Voldersgracht en Gedempte Gracht voor de ingang van de Voldersgrachy, ca. 1905 (uit Johan Gram, ’s-Gravenhage. Voorheen en thans)

Ontstaan van de Joodse Buurt

In de 17de eeuw ging de Gedempte Gracht deel uitmaken van een steeds groter wordende ‘Joodse Buurt’. Joden vormden overal in Europa een kwetsbare minderheid die in de meeste landen om godsdienstige of om economische zwaar werd vervolgd. In Den Haag vestigden zich twee groepen joden. De Sefardiem, de Portugese joden vestigden zich vooral in en rond de Nieuwe Uitleg. De Asjkenaziem (van Asjekenaz = Duitsland) waren joden die uit Polen en Duitsland gevlucht waren. Zij vestigden zich vooral in en rond de St. Jacobstraat.

 

De uit Polen en Duitsland afkomstige joden waren arm en bleven dat meestal ook omdat zij veel beroepen niet mochten uitoefenen. Om een beroep uit te mogen oefenen, moest je lid zijn van een gilde. Joden mochten alleen lid worden van het Sint Nicolaasgilde (winkeliersgilde) of het Sint Maartensgilde (kleerkopersgilde) en van andere gilden niet. En alleen voor beroepen die economisch niet interessant waren gold zo’n gildedwang niet. Joden konden hun geld verdienen in de niet zo lucratieve ‘straathandel’. Dat was dus koop en verkoop van oude kleren, lompen, schoenen, oud ijzer en dergelijke. In 1627 werd door het stadsbestuur van Den Haag de Voldersgracht aangewezen als handelsplaats voor deze goederen. Omdat hier ook de goedkope woningen stonden ontstond hier de Joodse Buurt. Uiteindelijk wsa meer dan de helft van de bewoners van deze buurt jood.

Lange Gracht in de achttiende eeuw

Uit de eerste eeuwen van de Gedempte Gracht zijn nauwelijks details bekend. Onderzoek naar de huizen en de bewoners zou meer gegevens aan het licht kunnen brengen. Alleen schrijver De Fonseca weet te melden dat in een huis aan deze gracht de kinderen van Johan de Witt verborgen zijn gehouden toen hun vader op de Plaats werd vermoord. Dat was in het tweede huis vanaf de Bezemstraat waar een zekere mevrouw Koster woonde, een lid van de Doopsgezinde gemeente. De dag na de moord werden de kinderen in het geheim naar Amsterdam gebracht5.

 

In deze buurt nam de bevolking toe en ook op de achtererven van de huizen werden woningen gebouwd. Aan de straatkant stonden de grotere huizen van meestal de ‘middenklasse’. In die huizen woonden bijvoorbeeld een schoolmeester of een passementwerker6. Achter hun huizen werden de achterterreinen volgebouwd met kleinere huisjes. Die waren vanaf de straat niet te bereiken door een straat, maar door een smalle gang. De huizen waren zo dicht op elkaar gebouwd dat er niet of nauwelijks daglicht binnen kon komen. Het sanitair was beperkt tot een enkele pomp en een privaat voor gezamenlijk gebruik. De woningen waren meestal slecht gebouwd. Zo’n woningcomplex werd ‘gang’ of ‘poort’ genoemd en als het groter was een ‘hofje’.

Gedempte Gracht, Den Haag, 1906

Gedempte Gracht rond 1906 op een prentbriefkaart. In de verte ligt het Spui, vooraan komt de tram aanrijden die zodadelijk met een scherpe bocht de Wagenstraat in zal rijden. (Gemeentearchief Den Haag)

Lange Gracht wordt Gedempte Gracht

In de negentiende eeuw kwam er een eind aan de gracht. Tot ver in deze eeuw was er geen rioleringssysteem en werden sloten en grachten gebruikt als (open) riool. Vooral in de zomer leed Den Haag onder een ondragelijke stankoverlast en die werd erger naarmate het aantal inwoners in het centrum groter werd. Een van de problemen van de Haagse grachten was dat het niet ververst werd door bijvoorbeeld een rivier. Het water in de grachten stond stil en de verschillende plannen de doorstroming te bevorderen waren niet succesvol. In de negentiende eeuw was de stank zo erg dat men het rigoureuze besluit nam de grachten te dempen. De grachten die nog nauwelijks door schepen werden gebruikt, vulde men het eerste met zand. In plaats van de gracht werden rioolbuizen gelegd. De Lange Gracht en de Anthonisburgwal werden in de 1825 (en vermoedelijk ook 1826) gedempt. Zij heetten voortaan Gedempte Gracht en de Gedempte Burgwal7. Op latere plattegronden zie je nog weleens Lange Gedempte Gracht staan, maar dat kon toen nog. Straatnamen werden pas in de tweede helft van die eeuw officieel. Toen moest een straatnaam werden vastgesteld door de gemeenteraad.

Gedempte Gracht, Den Haag, 2010

Foto vanaf ongeveer dezelfde plek genomen.

Verkoophal “De Nijverheid”

Tegen het einde van de negentiende eeuw trokken mensen uit de binnenstad naar nieuwbouwwijken buiten het centrum. De huizen die leeg kwamen te staan werden ingericht als pakhuis of als winkel. Vervolgens kregen de winkels grote ramen met daarachter uitgestalde goederen die kopers naar binnen moesten lokken: de etalages. De binnenstad werd steeds meer een winkelcentrum. Er kwam een overdekte winkelstraat (de Passage) en er kwamen twee overdekte markten. Er waren naar het voorbeeld uit het buitenland al eerder plannen voor overdekte markten geweest, maar die waren niet uitgevoerd. In 1882 ging het plan van de ’s-Gravenhaagsche Markt-Maatschappij om aan de Wagenstraat een markthal te bouwen wel door. Maar voordat de bouw klaar was, opende een concurrent aan de Gedempte Gracht de kleine markthal “De Nijverheid”. De overdekte markt aan de Wagenstraat hield het met moeite nog vijf jaar vol, maar “De Nijverheid” aan de Gedempte Gracht moest ondanks veel adverteren na een jaar al sluiten. Markten waren in Den Haag niet populair. Men vroeg zich af of Hagenaars zich daar niet te deftig voor voelden8.

 

De markthal aan de Gedempte Gracht bleek later een geweldige ruimte om daklozen op te vangen. De markt in de Wagenstraat werd na een ingrijpende verbouwing in 1888 het theater Scala. In de twintigste eeuw breidde dit door aankoop en sloop van enkele panden uit tot aan de Gedempte Gracht. Daar werd het Scala Cabaret gevestigd. Scala kon bij haar opening profiteren van het nieuw aangelegde elektriciteitsnet. In 1888 liet de ‘Nederlandsche Maatschappij voor electriciteit en metallurgie’ een elektriciteitscentrale bouwen aan de Hofsingel. Van daaruit werden kabels gelegd door een deel van het centrum. Wagenstraat en Gedempte Gracht waren een van de eerste straten die elektriciteit kregen9.

Gedempte Gracht een exotische straat

Er is niet veel over de Gedempte Gracht geschreven. De eerste wat meer uitgebreide beschrijving is uit 1893. Journalist Johan Gram. Gram vond het in het “drukke Israëlieten-kwartier […] drukker, rumoeriger, lawaaiiger […], dan in eenige andere wijk; daar wordt harder gesproken, heftiger met armen en beenen gezwaaid en luidruchtigere geloofd en geboden dan elders.” De komst van de tram had hier veel veranderd, want “In vroeger jaren, toen nog geen paardentram langs de Lange Gracht (Gedempte Gracht) reed, konden kruiwagens, sinaasappelschillen, koolstronken, dampende potten in de open lucht en allerlei uitstallingen het wel eens zoo vol, smerig en glibberig maken, dat de doortocht bijna versperd bleef”. En nu moest er op straat ruimte overblijven voor de tram. Door de komst van de tram had de Gedempte Gracht, “die vroeger een niet te miskennen Oostersch karakter droeg, … een meer Westersch cachet” gekregen10. Maar in 1905 leefden de bewoners in deze buurt volgens Gram nog steeds veel meer op straat dan in andere buurten. Men ziet “aan den ingang der smalle glibberige slopjes mannen en vrouwen staan, wier wonderlijke plunje aan Israëls zoon van het oude volk herinnert.”

Gedempte Gracht,Den Haag, 1926

Gedempte Gracht nr. 152 in 1926. De foto is van de winkel van Matje Huisman, 88 jaar en weduwe. (Gemeentearchief Den Haag)

Ongezonde leefomstandigheden

De stank van de gracht was verdwenen, maar gezond was het hier nog niet. Gram was meestal positief, maar hij kon er niet omheen dat veel huisjes hier “in geenerlei opzicht” voldeden aan de minimum eisen van een woning. Aan de straatkant ging het nog wel, maar vooral de woningen in de ‘gangen’ en stegen waren erg slecht. Tijdens de cholera-epidemie van 1866 werden de bewoners van een dichtbevolkte steeg aan de Gedempte Gracht zo zwaar getroffen door deze besmettelijke ziekte dat deze met spoed door de gemeente werd ontruimd. Met de Voldersgracht, de Pinksterbloemlaan en de slechte gebouwde hofjes telden de stegen van de Gedempte Gracht toen de meeste sterfgevallen. Een tweede probleem was dat er zoveel gebouwd, gesloopt en verbouwd was, dat de ruimte niet efficiënt gebruikt kon worden. Op veel open plekken kon niet worden gebouwd omdat die waren ingesloten door blinde muren van pakhuizen. Alleen grootschalige onteigening, sloop en herindeling van percelen konden een oplossing brengen11.

 

Enkele jaren na Gram gaf de Gezondheidscommissie (in 1904) een beeld van de slechte hygiëne en de woontoestanden in de buurt. De omgeving van de Gedempte Gracht had volgens de commissie dan wel ten onrechte de naam de slechtste buurt van Den Haag te zijn, maar dat scheelde niet veel. Door de grote vraag naar woonruimte in het centrum was de woonruimte niet alleen in de hofjes en steegjes tussen en achter de huizen onvoldoende, maar ook de huizen aan de straatkant waren overvol. In plaats van één of twee gezinnen, woonden er nu zoveel mogelijk gezinnen. De huizen waren huurkazernes geworden. Woningen in de Bezemstraat, St. Jacobsstraat, Voldersgracht en Gedempte Gracht waren na doorbraken en verbouwingen“ soms op wonderbaarlijke wijze door elkaar verward”. Veel huizen waren bovendien onbewoonbaar geworden en daar nam de vervuiling toe12.

 

Het rapport van de commissie beschrijft de woningen Gedempte Gracht 25, 27, 29, 31, 33 en 35, die lagen in een knievormig hofje. De ingang lag tussen de huizen aan de Gedempte Gracht 37 en 37a en was een overdekte steeg van slechts 72 cm breed, en “zeer vuil”. De kleine huisjes stonden dicht op elkaar, met 2,5 meter afstand aan de voorkant en achteraan slecht 1,20 meter breed. Alle huisjes waren vochtig, verzakt en er kwam weinig licht en lucht binnen. Om dit hofje stonden hoge gebouwen die het (zon)licht wegnamen. In één huisje stonk het erg doordat het privaat naast het raam stond.

 

Het hofje Gedempte Gracht 113-139, 143-147 was niet veel beter. Hier moest je je door een 1,65 meter hoge en 98 centimeter brede poort naar binnen wurmen. Voor zestien woningen waren er slechts vier privaten, die “buitengewoon vervallen en walgelijk vuil” waren. De stank was erg, want “de faeces liggen op de grond”. Het riool in het voorste deel van het hofje liep vaak over.

 

Een hofje aan de St Jacobstraat had een twintig meter lange steeg naar de straat, slechts 90 centimeter breed, geheel overdekt en “zeer duister”. De woningen aan de Bezemstraat waren groter en waren redelijk tot goed. Tussen deze woningen stonden pakhuizen13.

 

In 1905 had Gram goed nieuws. Hij had gehoord dat er plannen waren om een terrein aan de Gedempte Gracht te saneren14.

Kaart van Gedempte Gracht en omgeving vroeger

Kaart van Gedempte Gracht en omgeving ca. 1890. In rood de situatie in 2010, in zwart de straten en huizen van ca. 1890. Van die situatie is niet elk detail ingetekend. Het groen omlijnde is het gebied waar de Vereeniging Volkswoningen wilde bouwen. Blauw geeft de ligging van de daklozenopvang Metropool aan.

De “Volkswoningen”

De Vereeniging 'Volkswoningen' was van plan de buurt op te knappen met nieuwbouw en daarvoor moest een deel van de buurt worden “gesaneerd”. De ‘Vereeniging’ was opgericht door enkele rijke particulieren die woningen wilden bouwen “voor mingegoeden”. Dit waren mensen die niet zo veel geld verdienden, maar ook niet tot de echte armen hoorden. De doelgroep waren de beter betaalde arbeiders, de lagere ambtenaren en andere mensen die een redelijke woning konden betalen15.

 

De vereniging was een initiatief van twee ongetrouwde zusters Hummel, die hun geld op een fatsoenlijke manier wilden beleggen. Cornelia Mathilda Hummel en Anna Catharina Hummel woonden zelf op de Waldeck Pyrmontkade (152) en hadden het geld waarschijnlijk van hun ouders. Ze kregen hulp van enkele “notabelen”, zoals de bankier N.G. Pierson, oud-minister van marine J.C. Jansen, en schrijfster Cornelia Vissering. Vissering was dochter van een oud-minister van financiën. Een van Cornelia’s broers werd later (een zeer bekende) directeur van de Nederlandse Bank. Andere notabele bestuursleden waren W.Th. Gevers Deynoot, H. de Mol van Otterloo, J.H. Kann en G.J.D.C. Goedhart. Een lid van de Gemeentelijke Gezondheidscommissie adviseerde hen om woningen te bouwen aan de Gedempte Gracht. Het stuk tussen Bezemstraat en Wagenstraat was immers dringend toe aan sanering.

 

Veel mensen waren bereid aandelen te kopen. Architect J. Olthuis ontwierp een bijzonder fraai bouwplan dat in dagblad Het Vaderland werd toegejuicht. Voor bewoners van de joodse buurt waren eerder de “Ostadewoningen” gebouwd, maar die lagen voor veel joden te ver van hun buurt. Dit nieuwe bouwplan was dus welkom.

 

De gemeente reageerde minder enthousiast toen de ‘Vereeniging Volkswoningen’ om financiële steun vroeg. Sociale woningbouw kon immers nauwelijks zonder subsidie. Daarbij kwam dat de vereniging de bewoners van de oude woningen financieel wilde compenseren. Als hun goedkopere woning was afgebroken kregen ze korting op de huur van een tijdelijk huis. Bovendien mochten ze een lagere huur betalen als ze een woning van ‘Volkswoningen’ zouden huren. Het was een nobel streven dat de vereniging niet zelf kon betalen.

 

De gemeente was echter nog zover dat het financiële steun ging geven voor woningbouw. Bovendien wilde de gemeente een groter bouwplan met bredere straten. Dat vond de vereniging weer te duur. Beide partijen kwamen niet tot overeenstemming en in 1908 ging de vereniging tot ontbinding over. De gemeente had nog een alternatief plan om arbeiderswoningen te bouwen tussen de Schedeldoekshaven en de Ammunitiehaven, maar dat ging ook niet door. De grond werd niet bestemd voor woningen, maar voor de bouw van een nieuw stadhuis. Berlage wilde het stadhuis in zijn uitbreidingsplan van 1909 ergens anders plaatsen, maar op het stadhuis bleef men uitgaan van een stadhuis aan het Spui 16.

Gedempte Gracht met hofjes uit 18de eeuw

Gedempte Gracht met hofjes die uit 18de eeuw bekend zijn. In het begin van de 20ste eeuw was een aantal hofjes verdwenen en vervangen door pakhuizen, bedrijfsgebouwen en een lompen- en beenderenbergplaats (in blauw aangegeven).

Metropool aan Gedempte Gracht 231

Op het eind van de 19de eeuw werd aan de Gedempte Gracht het bekende “Toevlucht voor daklozen Metropool” Izie daklozen) gevestigd. Metropool had meerdere adressen, maar Gedempte Gracht 231 was het voornaamste opvangadres. In de jaren twintig kwam een nieuw gebouw gereed, waar ook dakloze gezinnen worden opgevangen. Daar was behoefte aan, want elders werden mannen en vrouwen met kinderen gescheiden opgevangen. Dit gebouw fungeerde ook als goedkoop hotel, dat als zodanig een goede naam kreeg. De echte daklozen werden toen achter dit gebouw opgevangen in een ouder gebouw met de ingang aan de Bezemstraat.

Metropool aan de Gedempte Gracht, koffiekamer, Den Haag

Daklozen wachten in de koffiekamer van Nachtasiel De Metropool tot het tijd is om te gaan slapen.(Gemeentearchief Den Haag)

Bouwplannen en achteruitgang

Hoewel de gemeente de verpauperde delen van de binnenstad wilde saneren, vond men het in de liberaal denkende negentiende eeuw geen taak van de gemeente om daar zelf geld in te steken. In de twintigste eeuw veranderde dit. De terughoudende overheid werd actief als dat nodig was, al was het maar om het revolutiegevaar te bezweren. Naast saneren leefde op het stadhuis nog steeds de wens om een nieuw stadhuis aan het Spui te bouwen. Daar omheen zouden de slechte wijken moeten worden gesloopt en vervangen worden door bebouwing met een passende uitstraling. Ook de Gedempte Gracht moest verbeterd worden. De straat moest breder worden en mooiere bebouwing krijgen. De plannen lagen nog niet vast, toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Die leidde tot een economische crisis die er voor zorgde dat de gemeente veel plannen stop zette. Pas in 1918 werd een “principebesluit” genomen om aan het Spui een stadhuis te bouwen. In 1922 trok men dit besluit weer in. Een stadhuis aan het Alexanderveld bleek goedkoper. Door het wachten op de stadhuisplannen was de Gedempte Gracht nog steeds niet opgeknapt. Het was nog steeds een straat met sloppen en slechte huizen17.

Hooge Huis, Gedempte Gracht, Den Haag

Het Hooge Huis in 1935.(Gemeentearchief Den Haag)

Verhuizen naar de Hoefkade en Herman Costerstraat

In 1918 was de joodse woningbouwvereniging ‘Misjkenot Israël’ (= woningen voor Israël) opgericht (1918). In 1926 waren de eerste woningen van deze vereniging gereed gekomen aan de Hoefkade en de Herman Costerstraat. In 1927 bouwde de vereniging woningen aan de Langnekstraat en de Fischerstraat. Ondanks de veel hogere huur verhuisden gingen er toch veel bewoners uit de joodse buurt wonen. Hierdoor kreeg de joodse buurt steeds minder het karakter van joodse buurt.

 

De joodse buurt verloor woningen door de aanleg van de Grote Marktstraat. Deze straat moest met een verbrede Kalvermarkt het steeds drukker wordende verkeer door de binnenstad leiden. Voor de aanleg was in de jaren twintig een aantal straten deels of volledig gesloopt. Veel slechte, maar goedkope woningen waren gesloopt en de bewoners waren verhuisd18.

Oude huizen aan de Gedempte Gracht, Den Haag

De oude huizen aan de Gedempte Gracht (2010).

Nieuwe woningen aan de Gedempte Gracht

De joodse buurt verloor woningen door de aanleg van de Grote Marktstraat. Deze straat moest met een verbrede Kalvermarkt het steeds drukker wordende verkeer door de binnenstad leiden. Voor de aanleg was in de jaren twintig een aantal straten deels of volledig gesloopt. Veel slechte, maar goedkope woningen waren gesloopt en de bewoners waren verhuisd18.

 

Aan de kant van de Bezemstraat zou een schoolcomplex komen. Aan de Gedempte Gracht mocht de N.V. Bouw- en Handelmij. “Strandkwartier” in de jaren 1929 en 1930 winkels en portiekwoningen voor de “middenstand” bouwen. Ondanks de hogere huur die voor deze huizen betaald moest worden, gingen er veel joodse buurtbewoners wonen. De Gedempte Gracht bleef daardoor een straat met relatief veel joodse bewoners19.

Gedempte Gracht na de oorlog

Slechts een kleine groep joden had de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog overleefd en herinnerde ook aan de Gedempte Gracht niets meer aan vroeger joodse buurt. Alleen het Haagse filiaal van de Amsterdamse levensmiddelenzaak Mouwes was nog een joodse winkel. Deze werd in 1948 op de hoek van de Gedempte Gracht en de Bezemstraat geopend, stond onder rabbinaal toezicht, was op zaterdag gesloten en mocht op zondag open zijn. De winkel was herkenbaar aan de Hebreeuwse letters20.

Markthof aan de Gedempte Gracht

Markthof (rechts) aan de Gedempte Gracht (2010).

Jacques Levi Lassen

In 1946 keerde de joodse zakenman Jacques Levi Lassen terug in Den Haag. Hij was voor de oorlog in Den Haag een succesvol zakenman geweest, met bedrijven en onroerend goedbezit in en rond de joodse buurt. Wat daarvan voor de oorlog restte was nu helemaal verdwenen. Het bracht hem op het idee om iets van de oude joodse wijk te laten herleven door de belangrijkste straat daarvan, de Gedempte Gracht, zijn vroegere karakter als winkelstraat terug te geven.

 

Lassen was in 1884 in Duitsland geboren als Jacob Levi en was in 1911 in Den Haag een eigen textielzaak begonnen. Hij breidde zijn bezit uit tot meerdere bedrijven en kocht ook panden in de buurt. In 1936 kwam zijn (vermoedelijk) eerste nieuwgebouwde kantoorgebouw gereed op de hoek van de Grote Marktstraat en het Spui. Het gebouw werd onder andere gebruikt door de damesmodezaak Maison de Nouveautés. Het had een bomvrije kelder die werd gebruikt door de overheid en dit eigen initiatief leverde hem een koninklijke onderscheiding op. Hij was ondertussen genaturaliseerd tot Nederlander en had zijn naam gewijzigd in Jacques Levi Lassen. Vlak voor de Duitse inval in Nederland vertrok hij naar het buitenland en bracht de oorlogsjaren door in New York.

Winkelstraat als herinnering aan Joodse Buurt

Maar na zijn terugkeer in Den Haag wilde Lassen de Gedempte Gracht weer het karakter van winkelstraat geven, als herinnering aan de vermoorde joodse handelaars. De straat moest net als vroeger een markt krijgen. Aan beide zijden van de straat begon hij panden te kopen. Maar terwijl hij hiermee bezig was dreigden zijn plannen doorkruist te worden door andere plannen. De grote warenhuizen aan de Grote Marktstraat wilden parkeerplaatsen voor hun klanten en een aanvoerroute naar hun magazijnen. Daarom zou de Gedempte Gracht moeten worden verbreed tot twintig meter. Dat was voor Lassens plannen te breed. Hij vond dertien meter een goede breedte om een aantrekkelijke winkelstraat te krijgen. Na een lange strijd waarin hem verweten werd dat hij zo “emotioneel” was, kreeg hij uiteindelijk helemaal gelijk. CPN-raadslid Van Praag vond het niet zo gek dat hij emotioneel zou zijn bij zijn een herinnering te maken aan de verdwenen joodse bevolkingsgroep. In steden als Warschau en Praag waren ook buurten in oude stijl herbouwd. De gemeenteraad liet de breedte van de straat op dertien meter, maar het tweede stuk van de Gedempte Gracht, tussen Voldersgracht en Wagenstraat zou twintig meter worden. Lassen was geen belanghebbende in dit deel van de straat en kon er niet tegen protesteren. Maar een aantal jaren later had De Bijenkorf ruimte nodig om uit te breiden en voor een parkeergarage. Toen moest de straat weer smaller zijn en werd de breedte ook hier vastgesteld op de door Lassen bepleitte dertien meter21. Voor die uitbreiding werd in 1957, na luid protest, het theater Scala gesloopt. De parkeergarage ging echter niet door. In plaats daarvan kwam de parkeergarage aan de Amsterdamse Veerkade, ook niet na veel protest uit de buurt.

Markthof aan de Gedempte Gracht

De winkelstraat kon dus doorgaan. Nadat van apotheek Blomberg de laatste panden waren gekocht kon een “overdekte markt met tijdelijk karakter” worden gebouwd, de eerste Markthof. Levi Lassen overlegde over zijn plan met de Centrale Vereniging voor de Markt-, Straat- en Rivierhandel en met de Consumentenbond. Beide instellingen waren enthousiast over zijn plan voor een nieuwe markt. Voor het eerst sinds lange tijd zou er weer een markt zijn die niet op gemeentelijk terrein lag. Daarover moest met de gemeente worden overlegd, want de handhaving van de orde werd tot op zekere hoogte de verantwoordelijkheid voor Lassen. De gemeente gaf op 8 mei 1967 voor vijf jaar toestemming voor de markt, want toekomstplannen voor de buurt waren nog niet klaar. Uiteindelijk zou de tijdelijke markt er tot 2003 blijven. Het later gebouwd deel van de markt, aan de overkant van de Gedempte Gracht, zelfs langer.

 

De markt werd in verschillende fasen uitgebouwd tot de latere Markthof. Er werd telkens weer een nieuw deel geopend. In 1967 werden ’t Hoge Huis en enkele buurpanden tot aan de hoek van de Bezemstraat afgebroken. Op 12 oktober 1967 werd de markt op de hoek van het Spui en de Gedempte Gracht geopend. Voor de veertig standplaatsen in dit deel waren tweehonderd aanvragen binnengekomen. Op 29 mei 1968 werd het tweede gedeelte geopend, aan de andere kant van de Gedempte Gracht. De markt was toen uitgebreid met 22 kramen en de luchtbrug tussen beide markthoven was toen nog in aanbouw.

 

Op het eind van 1970 kwam er een doorgang naar de Grote Markstraat, de Markthofpassage. In 1977 begon de bouw van een nieuwe fase van de Markthof. Dit complex werd op 18 oktober 1978 geopend en kreeg naast de markt ook 85 woningen, een parkeergarage voor 130 auto’s en kantoorruimte. De vernieuwingen en openingen gingeg door totdat in 2003 het oudste deel van de Markthof definitief werd gesloopt. Op dit plek verrees de Spuimarkt.

Gedempte Gracht, Den Haag, 2009

Joods monument aan de Gedempte Gracht (2009).

Monument aan de Gedempte Gracht

Levi Lassen wilde een blijvende herinnering aan de bewoners van de vroegere joodse buurt. Die wens ging op 12 oktober 1967 postuum in vervulling, toen bij de opening van de nieuwbouw door de burgermeester een monument werd onthuld. Dit was gemaakt door beeldhouwer Dick Stins en uiteindelijk werd geplaatst aan de Gedempte Gracht. Levi Lassen was overigens ook de naamgever van de stichting die je door Den Haag wandelend wel eens op bordjes ziet staan. De stichting werd opgericht in 1957. Lassen zelf overleed in 1962.

Verantwoording

Oorspronkelijke tekst 2010, bijgewerkt op 25-02-2011.

Literatuur

• Ambachtsheer, Henk (red), “Een simpele verkeersverbeetering”. De geschiedenis van de Grote Marktstraat en omgeving, Den Haag 2005.

• Johanna Berk, Eene wandeling door ’s-Gravenhage in het jaar 1679, in Jaarboek Die Haghe 1901, pp 112-190.

• I.B. van Creveld, De verdwenen Buurt. Drie eeuwen centrum van joods Den Haag, ’s-Gravenhage 1989.

• Johan Gram, ’s-Gravenhage. Voorheen en thans, ’s-Gravenhage 1905.

• S. Groenveld, W.E. Penning, C.J.J. Stal, Historische plattegronden van Nederlandse steden. Dl. 10, Den Haag, Lisse 2007.

Un Habitant (A.L.S.D. de Fonseca), La Haye , Den Haag, 1853.

• z.n., Rapport omtrent een onderzoek naar de goedkoope woningen te ’s-Gravenhage. Op initiatief der Vereeniging voor Handel, Nijverheid en Gemeentebelangen, ’s-Gravenhage, 1898.

Noten

1. Jaarboek Die Haghe 1910, 334.

2. Volgens Pabon in Jaarboek Die Haghe 1924, p. 239. Van Breemen sprak dit in het Jaarboek Die Haghe van 1936 weer tegen, want de zuidgrens zou toen de Spuistraat zijn (in Jaarboek Die Haghe 1936, p. 39).

3. Jaarboek Die Haghe 1987, Archeologische Kroniek p. 25-251.

4. Groenveld, Penning, Stal, 19.

5. De Fonseca deel II p. 43.

6. Berk, 176.

7. Archief stadsbestuur 1816-51, 27; notulen B en W van 2 en 9 september 1825, geciteerd bij Groenveld,Penning, Stal 25.

8. Het Vaderland, 16 december 1922, Avondblad A, Jaarboek Die Haghe 1902, 294-295.

9. Jaarboek Die Haghe 1987, Archeologische Kroniek p. 25-251, Gemeenteverslag 1888, p. 70.

10. Johan Gram, ’s-Gravenhage in onzen tijd.

11. Gemeenteverslag 1866, pagina ongenummerd.

12. Handelingen gemeenteraad, bijlage 1904, nr. 728.

13. Ambachtsheer 43-44, Archief Gemeentelijke Gezondheidscommissie, bnr. 458, inv. nrs. 2-4, rapport Gezondheidscommissie, december 1904.

14. Johan Gram, ’s-Gravenhage. Voorheen en thans, 92-93.

15. De informatie hieronder is afkomstig uit het archief van de Vereeniging Volkswoningen, Gemeenteverslagen over 1906-1908, Het Vaderland 15 mei 1905 en de bevolkingsregisters.

16. Archief Vereeniging Volkswoningen, bnr 24, inv. nr. 2,

17. Op 1 juli 1918 besloot de gemeenteraad “in beginsel” een nieuw stadhuis te bouwen tussen Kalvermarkt, Wijnhaven, Schedeldoekshaven en Spui; zie ook Van Creveld 190.

18. Van Creveld 191.

19. Van Creveld 191.

20. Creveld 233-234.

21. Van Creveld 233-240; Levi Lassen.