Geschiedenis van Den Haag
kopfoto

ooievaarkleinerDen Haag is ontstaan doordat de graven van Holland hier hun hoofdwoning vestigden. Rondom dat grafelijk kasteel ontstond het dorp Den Haag. Onder de eerste grafelijke familie, die van het Hollandse huis, bleef het nog klein.

 

Over Kneuterdijk 13.

Over Kneuterdijk 6.

Over Kneuterdijk 20.

Over Kneuterdijk 22, huis Oldenbarnevelt.

kopfoto

Kneuterdijk 22 (24), huis van Van der Mijle

Kneuterdijk 22 is een gebouwencomplex dat vroeger bekend stond als Kneuterdijk 22-24. Het complex fungeerde vanaf het begin van de negentiende eeuw als Ministerie van Financiën. Ten westen van het complex ligt het vroegere koninklijk paleis Kneuterdijk, op Kneuterdijk 20. Op de plek van Kneuterdijk 22 hebben verschillende huizen gestaan. Er is gebouwd, afgebroken, herbouwd, samengevoegd en gesplitst. In grote lijnen gaat het om drie verschillende huizen, die in onderstaande geschiedenis en tekening D, E en F zijn genoemd.

 

Op de plaats van de gebouwen E en F stond vroeger overigens één groot huis, of eigenlijk meer een gebouwencomplex. Dit werd aangekocht door Johan van Oldenbarnevelt die op het westelijke gedeelte van dit terrein omstreeks 1611 een nieuw huis liet bouwen, (huis E). Op een deel van het rechter gedeelte liet hij een huis bouwen voor zijn zoon Reinier. In 1668 werd dit verbouwd tot hoekhuis (F). Geheel Kneuterdijk 22 werd onderdeel was van het ministerie van financiën. Rond 1870 werd de oostelijke kant van het ministerie ingekort om ruimte te maken voor een verbreedde Parkstraat. Toen werd in feite dus hoekhuis F gehalveerd. In 1978 werd de rest ook afgebroken voor een nieuw gebouw voor de Raad van State. Op 14 juni 1983 opende Beatrix het hele complex, Kneuterdijk 22, als nieuw gebouw van de Raad van State.

 

Deze pagina behandelt de geschiedenis van het meest linkse huis (D) van Kneuterdijk 22.

Kneuterdijk 22

Kneuterdijk 22, linkerhuis van de hier beschreven panden (op de kaart aangegeven met D)

De geschiedenis van Kneuterdijk 22, huis van Van der Mijle

(huis D later gesplitst in Da en Db)

Wassenaer

Het meest westelijke (linkse) deel (op de tekening D) stond lang geleden bekend als het ‘Hof te Wassenaer’, omdat de familie Van Wassenaer op deze plaats een huis bezat. Dat huis was van hout en had waarschijnlijk een kasteelachtige uitstraling. Vrijwel alle adellijke huizen in deze buurt waren groot, hadden een binnenhof en waren opgetuigd met middeleeuwse torentjes en muren met kantelen. Aan de buitenkant moest je kunnen zien dat hier een aanzienlijke heer woonde, een ridder. Ondanks de kasteelachtige uitstraling waren deze huizen geen echte verdedigbare kastelen. Als er gevaar dreigde vertrokken de ridders naar hun echte kasteel op het platteland. Zij hadden een huis in Den Haag om in de buurt van hun voornaamste werkgever te wonen, de graaf van Holland.

Kneuterdijk 20-24

Overzicht van de beschreven panden aan de Kneuterdijk, zoals ze er rond 1600 hebben uitgezien. In rood de straatnamen van nu (2010). De huizen D en E/F zijn typisch middeleeuwse huizen. Ze hebben een muur aan de straatkant, dan een voorhof, en dan pas het thuis. De tekening is een schetsmatige reconstructie van de hoofdlijnen aan de hand van vogelvluchtkaarten, tekeningen en beschrijvingen van de huizen. Van de huizen is meestal alleen de voorkant bekend. Dit stuk behandelt het huis dat hier aangegeven is met D.

Het kasteelachtige huis van de familie Van Wassenaer was van hout en dus kwetsbaar. Dat bleek op spectaculaire wijze toen Filips van Wassenaer verdacht werd van de moord op Willem Cuser. Cuser was een belangrijke dienaar van de graaf en de moord op iemand uit diens omgeving werd gezien als een aantasting van het grafelijk gezag. Niets werd zwaarder bestraft en graaf Albrecht liet de daders ongenadig vervolgen. Terwijl Wassenaer in het buitenland verscholen zat, werd hij bij verstek veroordeeld tot ballingschap en tot het verlies van zijn bezittingen. In de middeleeuwen werd zo’n uitspraak vrij letterlijk uitgevoerd. In 1394 werd zijn huis door de autoriteiten in brand gestoken en volledig verwoest. De moord op Cuser werd in de romantische negentiende eeuw bekend als de moord op Aleid van Poelgeest. Deze vrouw was maîtresse van de graaf geweest en volgens de verhalen zou zij zijn vermoord wegens haar politieke invloed op de graaf. Willem Cuser was toevallig aanwezig en werd toen ook gedood. Uit moderner onderzoek bleek het echter meer waarschijnlijk dat Willem Cuser het doelwit van de moordenaars was.

 

Van het platgebrande huis van Wassenaer bestaan geen afbeeldingen. Toen de familie van Wassenaer weer in de gratie raakte, kon een zekere Hendrik van Wassenaer hier rond 1400 een nieuw huis laten bouwen. Dit bleef lang in bezit van de familie. De laatste Wassenaer die dit huis in bezit had was Maria van Wassenaer (1512-1544). Zij trouwde met Jacques, graaf van Ligne en zo kwam het huis in bezit van deze Zuid-Nederlandse (Belgische) familie. Van dit rond 1400 gebouwde huis bestaat een vrij duidelijke afbeelding uit 1590. Het is dus de vraag of er in de tussentijd niet het nodige aan veranders is. Het complex bestond onder andere uit twee haaks op elkaar staande vleugels, een ommuurd binnenplein en een poortgebouw.

Kneuterdijk 22 in 1590

De enige bekende afbeelding van het huis van Wassenaer aan de Kneuterdijk is deze uit 1590 van een onbekende kunstenaar. Het huis is in 1400 gebouwd en zal sinds die tijd wel verbouwd zijn. Het is echter nog wel in middeleeuwse stijl. Links van de iets naar voren staande toren is het buurhuis (huis C van de heer Hanneman) te zien. De toren en alles rechts daarvan is het Huis van Wassenaer (D op de tekening. (Haags Gemeentearchief, afbeelding bewerkt)

Familie Van Ligne

Het huis was nu in het bezit van de familie Van Ligne. Verwarrend genoeg was het buurhuis (zie bij huis E) bezit van een andere tak van de familie Van Ligne. De Van Ligne van huis E was Jan van Ligne, een baron. Jacques van Ligne was een graaf van Ligne, maar in de Zuidelijke Nederlanden (België) ook prins en baron. Zijn zoon Philip was ook burggraaf van Leiden. Diens zoon Lamoraal zou stadhouder van Atrecht worden (in de Zuidelijke Nederlanden). De familie hoorde tot de belangrijke adel van de Nederlanden onder Filips II toen de Opstand uitbrak. Veel mensen kozen de kant van de protestantse opstandelingen, maar de meeste hoge edelen bleven hun heer (Filips II) trouw. Ook de graaf van Ligne deed dat. Toen de Spaanse troepen uit onze regio verdreven waren en de opstandelingen hier aan de macht kwamen, was hij hier niet meer welkom. Hij vertrok naar de Spaanse Nederlanden (het huidige België). De nieuwe protestantse regering nam zijn huis (tijdelijk) in beslag en wilde hier hoge functionarissen van de staat te huisvesten. De baljuw van Wassenaar beheerde dit huis voor de staat als “conciërge”1.

Kneuterdijk 20-24 in 1597

Detail van de kaart van Jacques de Gheyn uit 1597, met daarop de huizen in de hoek van de Kneuterdijk. (Haags Gemeentearchief)

De eerste hoge functionaris die er kwam wonen was graaf Philips Willem Hohenlohe, legerofficier en korte tijd opperbevelhebber van het Staatse leger (leger van de Noordelijke Nederlanden). De familie Hohenlohe had een innige band met de Oranjes en de Nassaus en Philips trouwde een dochter van Willem van Oranje, Maria. Op 12 september 1584 kreeg Hohenlohe het huis toegewezen als woning. Hij woonde er, indien hij niet elders verbleef, van 1584 tot zijn overlijden in 1606. Zijn weduwe ging toen wonen in het huis Kneuterdijk 6-8, het huis van Oostervant. Hohenlohe kreeg in de historische literatuur een slechte naam, want hij zou een onrustige, meestal beschonken vrouwenjager zijn. Dit soort kwalificaties hoeven niet altijd te kloppen, want bekende mensen kregen hun slechte naam vaak van (politieke) tegenstanders. Latere historici nemen dit soms gewoon over. Het lijkt onwaarschijnlijk dat een legeraanvoerder altijd door drank overmand zal zijn geweest. (zie over hem ook: Over Hohenlo).

 

Toen in 1609 met de Spaanse koning het Twaalfjarig Bestand werd gesloten, mochten mensen als Van Ligne ons land bezoeken en konden ze weer over hun eigendommen beschikken. Lamoral van Ligne verkoos om in het katholieke deel van de Nederlanden te wonen en verkocht zijn huis aan Johan van Oldenbarnevelt.

Van Oldenbarnevelt (bewoner Cornelis van der Mijle)

Oldenbarnevelt was al langer op zoek naar twee grote, naast elkaar staande huizen, voor hemzelf en voor zijn schoonzoon, Cornelis van der Mijle. In 1610 kocht Oldenbarnevelt voor zichzelf het Huis van Naaldwijk (huis E op de tekening) en na lange onderhandelingen kocht hij het hier beschreven huis van Lamoraal van Ligne. Op 19 december 1616 werd de koop vastgelegd voor de schepenen van Den Haag. Schoonzoon van der Mijle kon naast hem komen wonen. Van der Mijle was in 1603 met Oldenbarnevelts dochter Maria getrouwd en die woonde toen waarschijnlijk nog in een huis op het Noordeinde. Van der Mijle wordt vaak met een Griekse y geschreven, maar je spreekt zijn naam uit als lange ‘ij’2.

Kneuterdijk 20-24

Dezelfde panden als op de tekening hierboven, maar dan de situatie van ongeveer 1619. Op de plek van het middeleeuwse huis E/F staan nu twee huizen. De huizen D tot en met F zijn eigendom van Johan van Oldenbarnevelt, maar hij woont zelf in huis E. In huis D woont zijn schoonzoon Cornelis van der Mijle, huis F is bestemd voor Oldenbarnevelts zoon Reinier.

Cornelis van der Mijle op de Kneuterdijk

Cornelis van der Mijle is vrij onbekend gebleven, maar hij speelde hij geen onbeduidende rol in de geschiedenis van de Republiek der Verenigde Nederlanden, zoals ons land toen heette. Hij kwam echter nooit uit de schaduw van zijn schoonvader en werd vooral bekend als “de schoonzoon van” Johan van Oldenbarnevelt.

 

Van der Mijle’s vader was een belangrijke adviseur van Willem van Oranje. Hij liet Cornelis studeren in Leiden en die leerde daar mensen kennen als Hugo de Groot, Daniël Heinsius, Frederik Hendrik en Louise de Coligny. Na zijn studie trouwde Cornelis de volgens een boosaardige tijdgenoot niet bijster aantrekkelijke dochter van Oldenbarnevelt, Maria. Ook dit is weer zo’n kwalificatie die je met een korreltje zout moet nemen. Cornelis ging ondanks zijn goede connecties niet de politiek in. Hij werd bestuurslid van de Leidse universiteit en werd pas later door Johan van Oldenbarnevelt gevraagd om een gezantschap naar Venetië te leiden.

Cornelis van der Mijle

Cornelis van der Mijle (Haags Gemeentearchief)

Ons land was in opstand gekomen tegen de wettige vorst, Filips II, maar terwijl de militaire strijd niet erg slecht verliep, waren er nog geen successen op diplomatiek terrein. Weinig vorsten voelden er voor om ons land te erkennen. We waren in opstand gekomen tegen de wettige vorst en onze nieuwe regering bestond uit gewone burgers. De koningen van Frankrijk en Engeland steunden ons land uiteindelijk alleen omdat zij zelf bang waren voor Filips II. Als zij de opstand in ons land steunden, dan had hij zijn handen vol in ons land en hadden zij minder van hem te vrezen. Maar zelfs deze bondgenoten aarzelden om de onafhankelijkheid van ons land te erkennen. De Franse koning wilde ons land liever inlijven. De diplomatieke situatie leek iets gunstiger toen het Twaalfjarig Bestand werd gesloten. De opvolger van Filips II (Filips III) erkende toen (1609) voorlopig onze onafhankelijkheid en dat leek het goede moment om diplomatieke betrekkingen aan te knopen. Venetië leek het beste land om mee te beginnen. Het was wel katholiek, maar voelde zich bedreigd door andere landen. Steun van ons land was welkom. Cornelis van der Mijle leek een goede gezant voor Venetië te zijn. Hij was er al eerder geweest en hij sprak de taal.

Kneuterdijk 22 in circa 1619

Kneuterdijk 22 in ongeveer 1619. In het midden van links naar rechts de huizen van Grenier en Hanneman op de plek waar nu het voormalige paleis ligt. Dan het huis an Van der Mijle, het nieuwe huis van Oldenbarnevelt, het hoekhuis, daarna de Kloosterkerkstraat (nu Parkstraat) en de Kloosterkerk. (ingekleurd en bewerkte versie van de kaart van Bos en Faes, 1619).

Van der Mijle als gezant

In Venetië bereikte Van der Mijle niet meteen wat men hoopte. Venetië wilde wel goede betrekkingen, maar durfde nog ambassadeurs uit te wisselen. Wel besloot Venetië als goede eerste stap een gezant naar Den Haag te sturen voor een tegenbezoek.

 

Hierna stuurde Oldenbarnevelt zijn schoonzoon naar Frankrijk. Franse financiële en militaire steun was onontbeerlijk om de strijd tegen Spanje (de Opstand) vol te kunnen houden. De komst van Van der Mijle viel niet in goede aarde bij de officiële Nederlandse gezant in Parijs, François van Aerssen. Het was niet de eerste keer dat Oldenbarnevelt hem had gepasseerd. Het was een gewoonte die veel mensen tegen Oldenbarnevelt innam. Zo vergrootte hij de oppositie tegen zijn politiek. Vooral zijn toeschietelijke houding tegenover de Franse koning werd hem kwalijk genomen. De calvinisten in ons land hadden meer sympathie voor de protestantse opstandelingen in Frankrijk dan voor de katholieke koning. Oldenbarnevelt had liever steun van de koning, al was die katholiek. Hij kon ons land beter helpen in de oorlog tegen Spanje. Zijn steun leek zelfs onontbeerlijk. Oldenbarnevelt had het moeilijk zijn pro-Franse politiek aan de oppositie uit te leggen, te meer omdat de Franse koning duidelijk zijn eigen belangen nastreefde. Van Aerssen steunde de Franse oppositie en werd door de regering teruggeroepen. Vol wrok sloot Van Aerssen zich aan bij de groeiende groep tegenstanders van Oldenbarnevelt. Die groep groeide toen Oldenbarnevelt voorzichtig vrede zocht met Spanje. De oorlog kostte ons land teveel geld. Veel mensen wilden de oorlog ten koste van alles voortzetten. De opperbevelhebber van het leger, prins Maurits, werd hun leider.

Van der Mijle in ballingschap

In 1619 pleegde prins Maurits de beruchte staatsgreep die Johan van Oldenbarnevelt en zijn regering ten val bracht (zie val van Oldenbarnevelt. Oldenbarnevelt werd na een politiek proces terechtgesteld (mei 1619). In zijn val sleepte hij zijn familie en zijn medestanders mee. Cornelis van der Mijle kreeg huisarrest en moest in februari 1621 met vrouw en kinderen Den Haag verlaten. Hij kreeg een woning toegewezen op Goeree en moest daar jarenlang tegen zijn zin wonen. Pas na het overlijden van prins Maurits (in 1626) kreeg hij toestemming om met zijn vrouw naar Den Haag terug te keren.

 

Het woonhuis aan de Kneuterdijk was ondertussen herschapen in een “koninklijk” paleis. Het was in 1621 met toestemming van de familie ter beschikking gesteld aan de Winterkoning en de Winterkoningin. Zij waren de koning en koningin van Bohemen geweest, maar waren hun land ontvlucht en hadden in ons land asiel gekregen. Van der Mijle betrok later weer een vleugel van zijn huis en verhuurde de rest voor 1200 gulden aan de Winterkoningin. Van der Mijles echtgenote Maria werd inwonende hofdame en werd zelfs vertrouwensvriendin van de Winterkoningin3.

De Winterkoning en de Winterkoningin

De Winterkoning was Frederik V, de keurvorst van de Palts, een belangrijk staatje in het Duitse rijk. Het Duitse rijk bestond toen uit verschillende onafhankelijke staatjes die alleen officieel onder de Duitse keizer stonden. Ook in Duitsland waren er spanningen tussen katholieken en protestanten, maar die waren nog niet uitgelopen op een burgeroorlog. Dat zou niet lang duren. Frederik V gold in Duitsland als leider van de protestantse partij. De burgers van Bohemen, een staat in het Duitse rijk, wilden niet meer een katholiek als koning. Zij vroegen daarom Frederik van de Palts om koning te worden. Vrijwel iedereen raadde hem af om deze stap te zetten, maar hij besloot het toch te doen.

Elizabeth Stuart

Elizabeth Stuart, de Winterkoningin (Haags Gemeentearchief, vervaardiger Crispi)

De katholieke propaganda beweerde dat hij het nog geen winter zou volhouden in Praag. Zij noemden hem al spottend “Winterkoning”, maar dat bleek wat voorbarig. Toen de eerste winter voorbij was zat hij nog steeds in Praag. De volgende herfst werd hij wel verjaagd door legers van de Duitse keizer. Hij moest met zijn vrouw vluchten, maar waren alleen in Nederland welkom. Hun eigen land, de Palts, was bezet door een Spaans leger uit de Zuidelijke Nederlanden. In Den Haag werd voor Frederik V en Elizabeth Stuart (de Winterkoningin) een passend onderkomen gevonden in het huis van Van der Mijle. De erfgenamen van Johan van Oldenbarnevelt wilden het wel verhuren. Maria van Oldenbarnevelt, de vrouw van Van der Mijle, reserveerde enkele kamers van het grote huis voor haarzelf en haar familie. Zij werd inwonend hofdame van Elizabeth Stuart en zou een goede band met de koningin krijgen. Elizabeth zette zich met succes in voor versoepeling van Van der Mijles ballingschap.

 

Het grote huis werd ingericht op kosten van de Staten-Generaal en de Staten van Holland. Enkele kamers werden ‘koninklijk’ ingericht met mooi behangl en meubilair dat uit andere gebouwen werd gehaald. Voor Haagse begrippen woonden zij vorstelijk, maar vergeleken met hun vroegere paleizen in Heidelberg en Praag was het armetierig. Ze konden er niet eens al hun personeel onderbrengen. Het grootste deel werd bij particulieren ondergebracht. Enkele jaren later zou het leegstaande huis van Oldenbarnevelt aan het ‘paleis’ worden toegevoegd. Het personeel verminderde vanzelf door geldgebrek.

Koninklijk hof aan de Kneuterdijk

Een koninklijk hof had Den Haag nooit binnen de dorpsgrenzen gehad. Alleen het hof van graaf of hertog Albrecht van Beieren was enigszins vorstelijk geweest. Sinds Holland deel uitmaakte van het grote Habsburgse rijk was Den Haag niet meer dan een provinciehoofdstad geweest. De regering van alle Nederlandse gewesten zat in Brussel en in Den Haag resideerde slechts de stadhouder (plaatsvervanger) van de landsheer. De stadhouder was een hoge edelman die meestal vrij snel werd overgeplaatst. Een hof van betekenis had Den Haag nog niet gehad, maar de komst van de Winterkoning veranderde dat.

Lange Voorhout in 1622, met links de Kneuterdijk.

Gezicht naar het Lange Voorhout, met links de huizen aan de Kneuterdijk in 1622. Helemaal links het Hof van Bohemen (Detail van een prent van Verstraten, Haags Gemeentearchief, kl. B. 972)

Frederik Hendrik en het Boheemse hof

Frederik V en Elizabeth Stuart waren gewend aan een groots leven. Ze hadden een luisterrijk hof gehad in Heidelberg en in Praag hadden ze dit zoveel mogelijk voortgezet. In ballingschap moesten het natuurlijk zuinig aandoen, maar tussen de zuinige Hollanders viel hun geremde levensstijl toch op. Men was hier niet gewend aan vertoon van rijkdom en zelfs Hollandse edelen leefden eenvoudiger dan hun buitenlandse standgenoten. In Den Haag was alleen het hof van stadhouder Frederik Hendrik enigszins te vergelijken met het Boheemse hof aan de Kneuterdijk. Volgens sommigen zou het Boheemse koningspaar Frederik Hendrik hebben geïnspireerd om ook zo luisterrijk te gaan leven, maar Frederik Hendrik had dat voorbeeld niet nodig. Hij had geruime tijd aan het hof van de Franse koning gewoond en had in Engeland ook al voorbeelden van vorstelijk leven gezien. Al voor de komst van Frederik en Elizabeth had hij opdracht gegeven voor de bouw van enkele nieuwe paleizen. Het Boheemse vorstenpaar had in één opzicht wel grote invloed op zijn leven. In hun huis op de Kneuterdijk leerde hij zijn toekomstige vrouw kennen, Amalia van Solms. Zij was een van de hofdames van Elizabeth Stuart. Op 4 april 1625 trouwde Amalia vanuit het hof op de Kneuterdijk met Frederik Hendrik.

 

Het naast elkaar bestaan van deze twee hoven ging niet altijd gemakkelijk. Frederik Hendrik was de rijkste en machtigste man van de Republiek, maar hij was ‘slechts’ prins. Frederik en Elizabeth waren voorrang boven hem en herhaaldelijk deden zich bij pijnlijke voorrangskwesties voor. Toen Frederik Hendrik in 1627 de Orde van de Kouseband kreeg uitgereikt, zat niet hij, maar Frederik V op de meest eervolle plaats.

Veel bezoek, veel vertier

Volgens de ook nu weer venijnige Engelse ambassadeur Carleton had de koningin van Bohemen veel vertier nodig. Het leven was in Den Haag waarschijnlijk saaier dan ze elders was gewend. Ze organiseerde graag allerlei activiteiten en ontving graag gasten. Frederik Hendrik en Amalia van Solms kwamen vaak op bezoek. De Friese stadhouder Willem Frederik van Nassau was vaak in Den Haag en kwam graag buurten bij Elizabeth. Prins Maurits noemde haar “de meest charmante prinses van Europa”, een “hartenkoningin”.

Elizabeth Stuart

Feestelijk leven van Frederik van de Palts en Elizabeth Stuart, de Winterkoningin. Hier staan ze in 1621 met hun kinderen in Arkel bij het ijs (C. Ploos van Amstel naar A. Avercamp, Haags Gemeentearchief)

Op de Kneuterdijk werden banketten gegeven en balletten, maskerades en komedies uitgevoerd. Geïmproviseerde toneelstukken gingen vaak over de terugkeer naar de Palts. Frederik en Elizabeth verlangden naar herovering van dat graafschap, zodat ze weer konden wonen in hun vorstelijke kasteel in Heidelberg. Een van hun grootste feesten was het huwelijk van Louise Christine van Solms in februari 1638. De jongere zus van Amalia trouwde met graaf Johan Wolfert van Brederode. Mensen kwamen van heinde en verre kijken naar het vierdaagse ringsteekspel dat verschillende teams van edelen opvoerden.

 

Opvallende liefhebberijen van Elizabeth waren de jacht en haar aapjes en honden. Volgens haar dochter Sophia hield haar moeder zich liever bezig met haar aapjes en honden dan met haar kinderen. De aaneenschakeling van feesten, banketten, uitstapjes en jachtpartijen verslonden schatten met geld. Het duurde niet lang voor de financiële problemen begonnen. Maar politieke problemen waren er ook.

Politieke problemen

Het was daarom niet alleen maar feest op de Kneuterdijk. Frederik was vaak op reis om steun te vinden voor herovering van de Palts. En uit Engeland kreeg Elizabeth slecht nieuws over haar familie. Haar broer Charles (bij ons bekend als Karel I) was koning van Engeland geworden, maar hij raakte in conflict met het machtige parlement. Hij wilde net als de Franse koningen “absoluut” (almachtig) koning worden, maar dat lukte hem niet. Charles werd gevangen genomen, aangeklaagd voor ‘verraad’ en op 30 januari 1649 onthoofd. Het was voor Elizabeth een schrale troost dat haar zoon het jaar daarvoor bij de Vrede van Westfalen een deel van de Palts kreeg toegewezen. Haar man Frederik maakte dat niet meer mee. Hij was in 1632 overleden.

Elizabeth Stuart

Elizabeth Stuart danst op een feest in Den Haag met haar neef Karel II in 1660 (W. Greatbatch in 1850 naar een origineel van G. Janssens, Haags Gemeentearchief)

Kinderen

Elizabeth had zoons en dochters, maar van haar zoons had ze niet veel plezier. Die stonden om hun gedrag niet goed bekend. Haar jongste dochter Sophia (in Den Haag geboren op 14 oktober 1630) speelde een belangrijke rol in de geschiedenis van het Engelse koninklijk huis. Toen men op het einde van de zeventiende eeuw een opvolger zocht voor de kinderloze koning William III, bleek zij de enige protestantse erfgenaam te zijn. In de Act of Settlement uit 1700/1701 werden zij en haar protestantse nakomelingen aangewezen als erfgenaam van de Engelse troon: “That the most excellent Princess Sophia, Electress and Duchess Dowager of Hanover, daughter of the most excellent Princess Elizabeth, late Queen of Bohemia, daughter of our late sovereign lord King James the First, of happy memory, be and is hereby declared to be the next in succession, in the Protestant line, to the imperial Crown and dignity of the said Realms of England, France, and Ireland, with the dominions and territories thereunto belonging, after His Majesty, and the Princess Anne of Denmark”. Sophia was getrouwd met de (latere) keurvorst van Hannover. Hun zoon koning George werd de eerste Britse koning uit het Huis van Hannover.

 

Financiële zorgen

Na het overlijden van Frederik raakte Elizabeth steeds meer in de financiële problemen. Ze had geen eigen inkomen en ze was met haar man afhankelijk geweest van financiële steun van de Staten van Holland, de Staten-Generaal, de prinsen van Oranje en Elizabeths familie. Vooral koning Jacobus, haar vader, gaf forse bijdragen, maar de steun uit Engeland werd minder toen haar broer verzeild raakte in een burgeroorlog. Na zijn dood hielden de toelagen uit Engeland helemaal op. Elizabeth had uiteindelijk torenhoge schulden bij de Haagse middenstand te hebben. Het huis aan de Kneuterdijk raakte zo verwaarloosd, dat Elizabeth haar afspraken bij voorkeur buiten de deur maakte.

Situatie Kneuterdijk circa 1668

Situatie op de Kneuterdijk in ongeveer 1668 (Kaart Elandts 1668, Haags Gemeentearchief)

Een paar jaar nadat haar oudste zoon het graafschap van zijn vader toegewezen had gekregen, besloot ook Elizabeth naar Heidelberg af te reizen. Toen zij dat in 1653 aankondigde, meldden zich meteen tientallen schuldeisers. Ze bleek ruim 935.000 gulden schuld te hebben bij Haagse leveranciers en ze mocht niet weg. Ze kreeg opnieuw een toelage van de Staten van Holland, die elk jaar opnieuw werd vastgesteld.

 

In 1660 waren de zorgen eindelijk voorbij. In Engeland had men genoeg van de republiek onder (de zoon van) Cromwell en men vroeg haar neef Charles (Karel II) om koning te worden. Charles reisde via Den Haag naar Engeland. Daar herstelde hij de Engelse toelage van zijn tante. Elizabeth vertrok in mei 1661 naar Engeland. Vrij snel daarna, in februari 1662, overleed zij daar.

Adriaan van der Mijle en Petronella van Wassenaer

Terwijl Elizabeth op oudere leeftijd nog steeds hof hield op de Kneuterdijk, waren de eigenaren van het huis overleden. Cornelis van der Mijle overleed op 20 of 21 november 1642; Maria van Oldenbarnevelt in februari 1657. Van hun kinderen was alleen Adriaan van der Mijle nog in leven. Adriaan schopte het niet zo ver als zijn vader, maar bereikte nog wel functies als die van gouverneur van Willemstad. Hij trouwde eerst met Agatha van Raephorst en na haar dood met Petronella van Wassenaer Duvenvoirde. Toen Adriaan in 1664 overleed, werd Petronella eigenaresse. Of hij met zijn vrouw op de Kneuterdijk woonde is niet bekend.

 

De familie van Duvenvoirde was een tak van de adellijke familie Van Wassenaer. Petronella’s vader Johan van Duvenvoirde was lid van de Ridderschap van Holland, een klein maar belangrijk regeringscollege en onderdeel van de Staten van Holland. Johan van Duvenvoirde hoorde tot de tegenstanders van Johan van Oldenbarnevelt. Toen zijn dochter nota bene met Oldenbarnevelts kleinzoon Adriaan trouwde was Duvenvoirde al overleden4.

Voorbeeld volbouwen middeleeuwse voorhof

Voorbeeld van het volbouwen van een middeleeuwse voorhof. In de oude situatie stond het huis op het achtererf en was aan de voorkant van het huis een voorhof, die van de straat was afgesloten met een muur. Later, in de 17de eeuw, ging men huizen bouwen aan de straatkant, zoals bij het hoekhuis is gebeurd (tekening rechts).

Uitbreiding en splitsing (Da en Db)

Petronella van Wassenaer Duvenvoirde liet in 1671 het verouderde huis gedeeltelijk verbouwen. Het oude middeleeuwse huis bleef staan, maar op de plaats van de voorhof kwam een nieuw gebouw te staan. Daardoor kreeg het nieuwe huis de voorgevel aan de Kneuterdijk. In de Middeleeuwen werden grote huizen vaak op het achtererf gebouwd, achter een voorhof die met een kasteelachtige muur van de straat was gescheiden. De nieuwe trend was om huizen met de voorgevel aan de straat te plaatsen. Om geen last te krijgen van het verkeer op straat plaatste men hekken voor het huis.

 

Het nieuwe huis werd gesplitst in twee woonhuizen (Da en Db), maar op een afbeelding van het huis zie je een statig gebouw met één enkele voorgevel. Alleen aan de twee ingangen zag je dat er twee aparte woningen waren. In het midden had het huis een avant-corps (een naar voren springende bouwdeel), met daarboven een fronton (de driehoekige bekroning van de gevel). Het huis leek wat op het gebouw van de Sint Sebastiaansdoelen aan de Korte Vijverberg5.

Kneuterdijk 20-24 in 1671

Dezelfde panden als op de tekening hierboven, maar dan de situatie van ongeveer 1671. Nieuw is het huis van Petronella van Wassenaer (D).

Jacob Hop in het westelijke woning

De westelijke woning verhuurde Petronella van Wassenaer aan de hoge ambtenaar Jacob (of: Jacop) Hop. Hop was eerst pensionaris van Amsterdam geweest (1680-1687), een hoge ambtelijke en bestuurlijke functie in de machtigste stad van ons land. Hij had zich blijkbaar ook voor Duitsland verdienstelijk gemaakt, want in 1699 werd hij verheven tot baron van het Duitse Rijk. In datzelfde jaar kreeg hij met steun van stadhouder Willem III de functie van thesaurier-generaal van de Raad van State. Tussen de bedrijven door had hij nog tijd om andere taken voor de staat uit te voeren. Hop was als ambtenaar ondergeschikt aan de bestuurders van de Raad van State, maar hij was niet tevreden met die nederige positie. Zijn voorganger had de functie volgens hem verwaarloosd en hij probeerde de functie van thesaurier-generaal meer gewicht te geven. Toen hij voorstelde dat hij niet meer staande rapport uit zou brengen aan de leden van de Raad van State, waren zij niet enthousiast. Zij beschouwden hem als een ondergeschikte en lieten het daarbij 6.

Huurders van de oostelijke woning

Hop huurde de westelijke woning van het huis langere tijd, maar de oostelijke woning wisselde regelmatig van huurder. Meestal woonde er een buitenlandse gezant. In 1697bijvoorbeeld woonde baron van Prielmeyer er. Deze was de buitengewone gezant van Beieren7.

Manuel Levy Duarte en Constantia Levy Duarte

Na Petronella van Wassenaer werd haar dochter Maria Agatha van der Mijle eigenaar. Zij verkocht de beide woningen aan een echtpaar. De oostelijke woning (Db) verkocht ze op 28 maart 1697 aan Manuel Levi Duarte. Vijf jaar later (op 19 juli 1702) verkocht ze de door Jacob Hop gehuurde westelijke woning (Da) aan Duarte’s echtgenote Constantia Levy Duarte.

 

Manuel Levi Duarte was handelaar in juwelen en edelstenen. Hij was uit Amsterdam naar Den Haag gekomen en vervulde hier een belangrijke rol in de Portugees-Israëlitische Gemeente van Den Haag. De Portugese gemeente van Den Haag was veel kleiner dan de Nederlands-Israëlitische Gemeente, maar de Portugese joden waren meestal veel rijker. Zij woonden niet in de arme Joodse buurt bij de Nieuwe Kerk, maar in de buurt van het Voorhout. Duarte was bestuurslid van de Portugees-Israëlitische Gemeente, maar hij woonde van 1690 tot en met 1696 in Antwerpen. Daar hielp hij een neef van zijn vrouw bij diens bedrijf. Van 1696 tot aan zijn dood in 1714 woonde hij weer in Den Haag. Zijn vrouw Constantia was in 1698 al overleden8.

Huis van Petronella van Wassenaer op de Kneuterdijk

Het nieuwe huis van Petronella van Wassenaer, rechts van het midden, is gebouwd In de stijl van de Sint Sebastiaansdoelen aan de Korte Vijverberg In het midden had het huis een avant-corps (een naar voren springende bouwdeel), met daarboven een fronton (de driehoekige bekroning van de gevel) (Haags Gemeentearchief).

Henriette Johanna Munter

De erfgenamen van de Duartes verkochten de oostelijke woning op 28 juni 1714 aan de buitengewoon gezant van de hertog van Mecklenburgh, Christoffel Willem van Sande. Diens vrouw, Henriette Johanna Munter, werd mede-eigenaar. De westelijke woning werd nog bewoond door thesaurier-generaal Hop en werd nog niet verkocht. De gezant en de erfgenamen van de Duartes waren de laatste particuliere eigenaren van de twee woningen. Enkele decennia later werden ze eigendom van ‘de Vijf Steden’. Na deze lagere overheid zou het gebouw in bezit komen van de staat. 9.

Logement der vijf steden aan de Kneuterdijk

De ‘Vijf Steden’ was een samenwerkingsverband van vijf steden uit het huidige Noord-Holland: Hoorn, Edam, Monnickendam, Medemblik en Purmerend. Het gewest Holland werd in deze tijd bestuurd door de Staten van Holland. Dat was samengesteld uit vertegenwoordigers van de belangrijkste steden. Die moesten voor vergaderingen langere tijd in Den Haag doorbrengen, en dan logeerden ze in Den Haag. In de begintijd huurden ze kamers in openbare herbergen, maar op een gegeven moment werd dat verboden. Om te voorkomen dat landsbestuurders in een publieke herberg met een glaasje teveel op staatsgeheimen verklapten werden de steden verplicht hun vertegenwoordigers onder te brengen in een eigen stadslogement. Grotere steden als Amsterdam en Dordrecht konden een eigen gebouw betalen en kleinere steden deelden een logement.

 

De vijf steden uit Noord-Holland gebruikten eerst het vroegere huis van de graaf van Albemarle als logement. Albemarle was Arnold Joost van Keppel, graaf van (het Engelse) Albemarle, een vertrouweling van stadhouder Willem III (en koning van Engeland). Dit huis had deel uitgemaakt van het Stadhouderlijk Kwartier op het Binnenhof. Na het overlijden van Willem III werd er geen nieuwe stadhouder benoemd. Het huis van Albemarle kwam vrij voor andere gebruikers totdat er in 1747 opnieuw een stadhouder werd benoemd. Deze wilde het Stadhouderlijk Kwartier weer gaan gebruiken en daar hoorde dit huis ook bij. De vijf steden uit Noord-Holland werkten graag mee of durfden niet te weigeren. Ter compensatie konden zij de twee woningen aan de Kneuterdijk kopen. Op 13 mei 1748 kochten zij de westelijke woning van de erfgenamen van Duarte. Drie dagen later kochten zij de oostelijke woning van Henriette Johanna Munter. De stad Hoorn werd voor twee-zesde deel eigenaar van het gebouw, de steden Edam, Munnickendam, Medenblik en Purmerend ieder voor een zesde deel10.

Verbouwing voor de vijf steden

Voordat de Vijf Steden het gebouw als logement konden gebruiken, moest het worden verbouwd. Het kreeg in 1749 een extra verdieping en tegelijk ook een nieuwe voorgevel. Het ontwerp van de gevel is vermoedelijk gemaakt door meester-metselaar Jan van Swieten. De gevel staat, met wijzigingen, nog steeds aan de Kneuterdijk. Het logement kreeg één ingang, aan beide kanten werd versierd door een olielantaarn. Boven de ingang kwamen de stenen wapenschilden van de Vijf Steden te hangen. Die waren meegenomen van de Hofsingel.

 

Het gebruik van het gebouw werd vastgelegd in een reglement. Het logement had twaalf grote en kleine vertrekken, waarvan bijvoorbeeld de vergaderzalen gedeeld werden. De heren van Hoorn hadden het meest te vertellen. Zij moesten bijvoorbeeld toestemming geven als een gast wilde logeren. Het logement werd beheerd door een kastelein die net als het andere personeel in het onderhuis woonde. Daar lagen ook de grote turf- en wijnkelders. De slaap- en logeervertrekken van de heren lagen op de bovenverdieping11.

Drie huizen Kneuterdijk 22 in 1756

De drie huizen aan de Kneuterdijk (nr. 22) in 1756 (Haags Gemeentearchief).

Kneuterdijk 22 in de Franse tijd

In 1795 brachten de Fransen ons land grote veranderingen. Allereerst verjoegen Franse legers de regering van stadhouder en regenten om ons land ‘Vrijheid, blijheid en broederschap’ te brengen. Veel Nederlanders waren in de tijd van de Republiek ontevreden, omdat het bestuur door slechts een heel kleine groep burgers werd uitgeoefend, de regenten. Die hielden hun macht ongeveer twee eeuwen lang en deden dat soms met en soms hulp van de stadhouder. In de achttiende eeuw wankelde het oude bewind door acties van protesterende burgers die ‘patriotten’ werden genoemd. Maar na de geslaagde revolutie in eigen land kwamen de Franse revolutionairen in 1795 de patriotten helpen. Na het wegjagen van de oude regering veranderden zijn het oude staatsbestel. In plaats van de zeven onafhankelijke gewesten die voor defensie en buitenlandse zaken samenwerkten in de Staten-Generaal kwam er een eenheidsstaat. De regering van het gewest Holland, de Staten van Holland, werd opgeheven. In plaats daarvan kwam een centrale regering, met een gekozen parlement, alles volgens Frans model. Steden hoefden geen vertegenwoordigers meer naar Den Haag te sturen. De logementen van de steden waren dus ook niet meer nodig.

 

Het logement aan de Kneuterdijk kwam leeg te staan en grote gebouwen bleken niet gemakkelijk te verkopen. De Franse tijd bracht vooral in Den Haag economische neergang. De verjaagde stadhouder en regenten waren de rijkste inwoners geweest en zij waren vertrokken. Hun huizen stonden leeg en ze kochten hier ook niets meer. Hoorn nam voorlopig het eigendom van de andere steden over. Op 13 mei 1800 werd de hele inrichting van het gebouw geveild. Het logement stond hierna leeg of werd korte tijd verhuurd. In november 1804 huurde de staat het als kantoor van het leger. Af en toe werd het gebouw ook als kazerne gebruikt. Op 8 september 1806 kon Hoorn het logement verkopen aan de staat. Onder Lodewijk Napoleon was ons land een koninkrijk geworden en er was kantoorruimte nodig voor het nieuwe, zich uitbreidende landsbestuur12.

Kneuterdijk 22 eigendom van het koninkrijk

Koning Lodewijk Napoleon wilde ons land centraal wat strakker gaan besturen en daarvoor richtte hij enkele departementen en andere rijksinstellingen op. De grotere huizen in Den Haag werden weer interessant, want het Binnenhof was te klein om al die nieuwe instellingen te kunnen huisvesten. Ook het logement van de Vijf Steden was nodig. Eerst werd het departement van financiën er in ondergebracht en daarvoor moest het logement zelfs worden uitgebreid naar de kant van de Kloosterkerkstraat (Parkstraat). In 1809 werd het complex verder uitgebreid met een deel van de tuin van Kneuterdijk 20. Het departement van financiën bleef hier niet lang, want in 1807 verhuisde Lodewijk Napoleon zijn regering en ambtelijke staf naar Amsterdam (met Utrecht als tussenstop).

 

Het gebouw werd daarna tot 1814 (deels) gebruikt voor de opslag van staatsarchieven en in 1809 voor de Koninklijke Militaire School. Deze school was bij besluit van 18 oktober 1809 ontstaan door samenvoeging van twee opleidingsscholen in Amersfoort en Honselersdijk. Op de Militaire School was plaats voor honderd leerlingen die in drie klassen hun opleiding kregen. De aspirant-officieren kregen lessen in de vakgebieden waterstaat, artillerie en genie en in dat van cavalerie en infanterie. Een kwart van de leerlingen kon de opleiding gratis volgen, maar de andere leerlingen betaalden het forse lesgeld van 600 gulden per jaar. Ter vergelijking, een officier in de rang van kapitein verdiende ongeveer 1800 gulden per jaar. Aan de school waren twee kolonels verbonden, twee ondercommandanten, vier officieren-leraren, zes professoren, twee onderwijzers voor taal en schrijven, twee leraren voor tekenen, een schermleraar en twee geestelijken. De koning kwam de leerlingen regelmatig inspecteren tijdens parades op het Malieveld of op het Binnenhof.

 

Op 10 juni 1810 werd het koninkrijk opgeheven en werd ons land ingelijfd bij het Franse rijk van keizer Napoleon. Bij decreet van 16 september 1810 werd de Koninklijke Militaire School opgeheven en gingen de leerlingen naar Frankrijk13.

Ministerie van financiën aan de Kneuterdijk

Het militaire gebruik had het Logement van de Vijf Steden geen goed gedaan en er was evenmin veel onderhoud gepleegd. Het gebouw verkeerde in “ruïneuze” toestand, maar de overheidsfinanciën lieten niet meer toe dan zo goedkoop mogelijk herstel. Volgens De Vink werd daarbij alles wat het huis aantrekkelijk had gemaakt uit het gebouw verwijderd. Bij Keizerlijk Decreet van 12 april 1811 werd het gebouw aangewezen als kantoor van de prefectuur (regering) van het Departement der Monden van de Maas (een van de prefecturen waarin het land was verdeeld). De prefect woonde zelf in het grote huis van Bentinck, schuin aan de overkant op het Lange Voorhout. In 1813 werd de Franse keizer Napoleon verslagen en begon de nieuwe vorst Willem I met het optuigen van zijn nieuwe koninkrijk. Het voormalige Logement werd wederom het Ministerie van Financiën14.

 

Het gebouw bleef met de omliggende gebouwen bijna anderhalve eeuw het adres van dit ministerie. Het werd door verbouwingen steeds aangepast aan nieuwe wensen. Inn 1954 noemde weekblad Katholieke Illustratie Kneuterdijk 22 het “wonderlijkste departementsgebouw van Den Haag” omdat het een labyrint was geworden “waar zelfs een minister” in kon verdwalen. De oorspronkelijke gebouwen waren naar elkaar doorgebroken en omdat de verdiepingen op verschillende hoogtes lagen met elkaar verbonden door trapjes. De Gotische Zaal was door de Duitsers in twee verdiepingen verdeeld door een nieuwe vloer15.

 

Het gebouw bleef met de omliggende gebouwen bijna anderhalve eeuw het adres van dit ministerie. Het werd door verbouwingen steeds aangepast aan nieuwe wensen. Inn 1954 noemde weekblad Katholieke Illustratie Kneuterdijk 22 het “wonderlijkste departementsgebouw van Den Haag” omdat het een labyrint was geworden “waar zelfs een minister” in kon verdwalen. De oorspronkelijke gebouwen waren naar elkaar doorgebroken en omdat de verdiepingen op verschillende hoogtes lagen met elkaar verbonden door trapjes. De Gotische Zaal was door de Duitsers in twee verdiepingen verdeeld door een nieuwe vloer15.

 

Pas in 1975 kreeg het ministerie van financiën een nieuw gebouw aan het Korte Voorhout. Dat werd op 22 oktober 1975 geopend door dr. P. Lieftinck. De volgende gebruiker van het huis van Van der Mijle werd de Raad van State. Er volgden verschillende verbouwingen om de gebouwen in te richten voor de nieuwe gebruiker. Afgezien van de vertrekken aan de voorgevel werd alles gesloopt16.

 

Verantwoording

Eerste tekst, 24-03-2011.

Literatuur

• H.M. Brokken (red), Heren van Stand. Van Wassenaer 1200-2000. Achthonderd jaar Nederlandse adelsgeschiedenis, Zoetermeer 2000.

• A.Th. van Deursen, ‘De Raad van State onder de Republiek 1588-1795’, in: T. Damsteegt, W. Scholten (red), Raad van State 450 jaar, ’s-Gravenhage 1981.

• Charles Dumas: Haagse stadsgezichten 1580-1800, Zwolle 1991.

• S. Groenveld, De Winterkoning. Balling aan het Haagse Hof, Den Haag, 2003.

• H.M. Mensonides, De huizen aan de Kneuterdijk tussen Heulstraat en Parkstraat, typoscript, Den Haag, 1973.

• C.H. Peters, De Landsgebouwen te ’s-Gravenhage. Rapport aan Zijne Excellentie den Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, ’s-Gravenhage 1891

• Jacob de Riemer, Beschryving van ’s-Gravenhage, II Den Haag 1730.

• J.Th. de Smidt, R.M. Sprenger, Van tresorier tot thesaurier-generaal : zes eeuwen financieel beleid in handen van een hoge Nederlandse ambtsdrager, Hilversum 1996.

• Mr. O. Schutte, Repertorium der buitenlandse vertegenwoordigers in Nederland 1584-1810, ‘s-Gravenhage 1983.

• M. Tans, ‘De opleiding tot officier onder koning Lodewijk Napoleon in Honselaarsdijk en ’s-Gravenhage’, in Ons leger, augustus 1961, pp. 5-9.

• Hans Vlaardingerbroek, Leo Wevers, Bouwhistorische opname en waardestelling. ’s Gravenhage, Kneuterdijk 20-24, deel 2: Kneuterdijk 22-24, Utrecht 2004.

• H.A.W. van der Vecht, Cornelis van der Myle, Sappemeer, 1907.

• A.W. de Vink, De huizen aan den Kneuterdijk No. 22, in: Die Haghe Jaarboek 1921/922, 120-192.

Noten

1. De Riemer II 728.

2. De Vink 131-132, de koop van het huis werd officieel gepasseerd voor schepenen op 13 juli 1610.

3. Zie Winterkoning (http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/DVN/lemmata/data/Oldebarneveldt: Auteur: Maarten Hell, Oldenbarneveldt, Maria van).

4. Brokken 105-106.

5. De Vink 147-148; Hans Vlaardingerbroek, Leo Wevers 9-11; het huis dat in 1671 was afgebroken staat nog getekend op kaarten van 1681.

6. Van Deursen, Raad van State, p. 56-59, De Smidt, 131.

7. De Vink 145-148.

8. Zie Joods Historisch Museum.

9. De Vink 148-149, Schutte, 236, 330.

10. Rechterlijk archief Den Haag, bnr 351 inv. nr. 404, d.d. 13 mei 1748 en 16 mei 1748.

11. Hans Vlaardingerbroek, Leo Wevers 11, De Vink 151-159.

12. De Vink 160-161.

13. Tans 7.

14. De Vink 164-167, Willem I werd in 1813 eerst Soeverein Vorst en pas in 1815 koning der Nederlanden.

15. Katholieke Illustratie, 27 februari 1954, p 408-413.

16. Jaarboek Die Haghe 1976, p.156, Hans Vlaardingerbroek, Leo Wevers 3-6.