Geschiedenis van Den Haag
kopfoto ooievaar

ooievaarkleinerHerinneringen van gemeentelijk projectleider Joost Blasweiler aan de stadsvernieuwing in Den Haag in de jaren tachtig

kopfoto herinneringen

Joost Blasweiler:
Enkele impressies van de Haagse stadsvernieuwing uit de jaren tachtig van de vorige eeuw (2)

(Geschreven ter gelegenheid van mijn afscheid als projectleider van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling, Den Haag november 2012; joostblasweiler@planet.nl)

 

 

Voor voorgaande pagina zie deel 1

 

Projektnieuws, krantje over de Stadsvernieuwing in de Rivierenbuurt

Projektnieuws

Projektnieuws, krantje over de Stadsvernieuwing in de Rivierenbuurt.

Naar de Molenwijk (= Laakkwartier Noord)

In de Rivierenbuurt was ik betrokken bij met name de renovatie van het Spui, de Uilenbomen Zwarte weg, de Eem- en Grebbestraat, de opknapbeurt van Urgentiegebied II en de totstandkoming van het wijkparkje aan de Scheldestraat. Hierdoor heb ik veel samengewerkt met Ineke van Huet van het woonmaatschappelijk werk van de Dienst Volkshuisvesting. In februari 1984 verhuisde ik zelf van Gouda naar het Oude Centrum van Den Haag. In januari 1985 ging ik werken in de Molenwijk en hier heb ik het echte werk van een sociaal begeleider pas goed geleerd van mijn collega Sien Molenkamp. De Molenwijk werd grotendeels vernieuwd door sloop en nieuwbouw van sociale huurwoningen, een nieuw ‘bejaardenhuis’ (toen al modern, verzorgingshuis geheten) en de aanleg van een groot buurtpark. Het boekje van Guust Haest1 doet goed uit de doeken hoe de stadsvernieuwing aangepakt werd in de Molenwijk. Om van haar slechte woonimago af te geraken werd de wijk omgedoopt tot Laakkwartier Noord. Ik ging in feite Sien helpen bij de sociale begeleiding van de laatste grote sanering van de wijk, die van Molenwijk Zuid (300 woningen).

 

Was in de Rivierenbuurt het Buurtberaad de spil voor de stadsvernieuwing, in de Molenwijk was dat de samenwerking van een aantal dienstverleners en een aantal bewoners. In de ‘kleine WAM’ (Werken aan de Molenwijk) , waarin Cees Ederveen van het opbouwwerk, Wouter van Welzen van het Ouderenwerk en Guust Haest en Sien Molenkamp en Gert-Jan van de Beuken (Projectleider POS en oud SBSV-er van de wijk) samenwerkten om de vaak turbulente sociale gebeurtenissen in de wijk en de vele leefbaarheidproblemen in goede banen te geleiden. Ook diende deze samenwerking om bureaucratische structuren in de gemeentelijke organisatie te doorbreken en te bepleiten dat de inzet van de gemeente en de woningbouwvereniging niet te versnipperd en te kort zou zijn. Voorkomen moest worden dat in de nieuwbouw dezelfde soort sociale problemen zouden ontstaan als in de oudbouw. In de grote WAM werd overlegd met de diverse bewonersorganisaties en de vele vrijwilligers in de buurt. Een belangrijk agendapunt was: Wat ging er deze maand goed in de wijk?

Molenwijk Zuid dichtgeplakt

Molenwijk Zuid dichtgeplakt

Molenwijk Zuid dichtgeplakt, toen de sloop van het eerste deel was begonnen in 1986 (Fotograaf Joost Blasweiler).

Cromvlietplein informatiecentrum

Cromvlietplein informatiecentrum

Cromvlietplein hoek Stuwstraat 1978. Opening van de informatiepost stadsvernieuwing. De post verhuist later vanwege de renovatie naar wijk- en dienstencentrum ‘De Spil’ (Fotograaf Joost Blasweiler).

De stadsvernieuwing was in de Molenwijk al vroeg begonnen.

In 1973 was de actiegroep Laakkwartier Noord opgericht die door welzijnwerkers en de kerken werd ondersteund. De aanleiding was de aankondiging van een huurverhoging van 12% in het kader van huurharmonisatie. Het slechte woon- en leefklimaat in de wijk door vernielingen en bedreigingen, was een reden voor de overleggroep Laakkwartier Noord om het gemeentebestuur te vragen de 1770 woningen te vervangen door nieuwbouw. Dit was mogelijk omdat het kabinet Den Uyl de individuele huursubsidie in 1975 had ingevoerd en in haar regeringsprogramma ‘Keerpunt’ het bouwen voor de buurt principe had omarmd. In wezen waren deze maatregelen nodig om te voorkomen dat veel bewoners de oude buurten door verpaupering moesten verlaten en niet terug konden keren door de te hoge huren of koopprijzen van de nieuwe woningen. Guust Haest met zijn kleine en grote WAM ontwikkelden in de periode 1984-85 een integrale aanpak, die in het Sociaal Programma Stadsvernieuwing Molenwijk door de gemeente werd vastgelegd. Veel stadsvernieuwingswijken zouden al gauw ook dit soort programma’s met een integrale aanpak van welzijnswerk, stadsvernieuwing, woningcorporaties, politie en onderwijs opstellen. Echter de meeste programma’s werden niet effectief uitgevoerd, omdat de belangen van de instellingen, gemeentelijke afdelingen, politiebureaus, woningbouwcorporaties zelf, als het er op aan kwam, nagenoeg altijd belangrijker werden gevonden dan de afgesproken gezamenlijke aanpak in een wijk. Vaak begrepen chefs niet dan een uitstel van bijvoorbeeld enkele maanden van de inzet of een halfhartige inzet van een instelling een effectief gezamenlijk ingrijpen tegen vernieling en vandalisme totaal onmogelijk maken. Het volgen van een beslissing van een directie voor de eigen organisatie in plaats van het nakomen van afspraken voor een wijkaanpak was en blijft heilig, maar dit belemmert wel vaak dat problemen in de woon – en leefomgeving echt worden aangepakt.

Jacobastraat Vooruit I

Jacobastraat Vooruit I

Wist men het in 1885 wel? (Jacobastraat, coöperatieve vereniging Vooruit I) ((Fotograaf Joost Blasweiler).

In 1985 en in het voorjaar 1986 werd de herhuisvesting van Molenwijk Zuid uitgevoerd, vaak was er een enorm gebrek aan vervangende huisvesting en moesten mensen hierdoor veel te lang in half dichtgetimmerde straten wonen. Het openbreken van die panden en het stelen van zink en koper verkleinden verder het ‘woongenot van de stadsvernieuwingskandidaten’. Hier maakte ik ook kennis met Jan Bouw en Martin den Dulk van de afdeling Sloop, beiden zeer slagvaardig en creatief om met allerlei noodmaatregelen de leefbaarheid in zo’n sloopgebied te handhaven. In mei 1986 was de ergste drukte voorbij en kon Sien de zaak verder alleen af en ging ik aan de slag in Transvaal Midden en in het Oude Centrum. Het was even wennen: na het gezamenlijk optreden vanuit ‘de Spil’, kwam ik in het begin vooral in een eenmanspost terecht om de herhuisvesting ten behoeve van de plannen van het wijkpark Transvaal te begeleiden. Joke van den Bomen van de Bewonersorganisatie Transvaal (BOT), die zelf woonde in het wijkpark-gebied, heb ik hierdoor goed leren kennen. Zij was een onvermoeibare vrijwilligster die zich enorm inzette om de renovatie van het Froneman wooncomplex aan de Scheepersstraat succesvol en sociaal te laten verlopen. Zij heeft me ingewerkt in de wijk.

Wijk- en Diensten centrum Transvaal

Wijk- en Diensten centrum Transvaal

Wijk- en Diensten centrum Transvaal opleveringsfeest Froneman woningcomplex 1988 (Fotograaf Joost Blasweiler).

Transvaal was al vroeg een stadsvernieuwingswijk geworden. Het comité Transvaal Krotvrij had de noodkopers-problematiek in Transvaal Noord goed aan de orde gesteld. Den Haag kenden toen nog niet de verplichting dat voor het splitsen van woningen ook het achterstallig onderhoud van die appartementen geregeld moest zijn. Migranten werden vaak al bij aankomst in Nederland opgewacht door huizenverkopers of door hun ‘stromannen’, die voor een hoog bedrag deze een ‘bouwvallige’ appartementen aansmeerden en met leningen tegen een fikse rente. De nieuwe gastarbeider had dan door zijn lage inkomen, de bemiddelingskosten en hoge rente vaak in het geheel geen geld meer voor het vele achterstallige onderhoud van zijn nieuwe woning, laat staan om groot onderhoud aan deze woningen uit te voeren.

Een deel van het sloopgebied van Wijkpark Transvaal 1987

Een deel van het sloopgebied van Wijkpark Transvaal 1987 (Fotograaf Joost Blasweiler).

De Scheepersstraat

De Scheepersstraat

De Scheepersstraat van het Froneman wooncomplex, omgrenst door de Schalkburger-, Herman Coster- en Fronemanstraat 1987 (Fotograaf Joost Blasweiler).

Comité Transvaal Krotvrij bestond vooral uit actievoerders en veelal leden van de CPN, Bart Kommers een sociaal begeleider stadsvernieuwing was één van hen. Zij voerden ook veel kraakacties voor woningzoekenden uit, soms ook in sloopgebieden, waardoor het herhuisvestingproces nogal lastig werd. Toen na enkele jaren een compromis gesloten werd met de bewoners van het Middengebied Transvaal over het gefaseerd tot stand brengen van het door Wethouder Duivesteijn voorgestelde Wijkpark Transvaal moest de sociale begeleiding van de sloop van een aantal straten en de renovatie van het Fronemancomplex daadwerkelijk georganiseerd worden. Dus geen actiewerk, maar hulp- en dienstverlening. Bart Kommers had aangegeven dat hij daar geen tijd voor kon vrij maken, zodat ik in dit Middengebied van Transvaal aan het werk ging. Met Bart werd overeengekomen dat de Steijnlaan de grens zou vormen tussen onze werkgebieden om het een beetje duidelijk te houden. Het Fronemancomplex was aangekocht door de Dienst Volkshuisvesting, dit waren klein tweekamer appartementen, die veel door ‘oudere alleenstaanden’ werden bewoond. In een van die woningen hield ik twee keer per week spreekuur en ik ging vaak op huisbezoek. De renovatiebeurt voor een periode van 15 jaar van het Fronemancomplex, werd veelal uitgevoerd als de bewoners waren doorverhuist in het complex zelf, het project werd gefaseerd uitgevoerd. Kortom het was een spannende klus die zeer ingrijpend was voor veel ouderen. Hier ging helaas het spreekwoord op dat men ‘oude bomen beter niet kan verplanten’. De rest van de week hield ik spreekuur in het nabij gelegen Wijk- en Dienstencentrum Transvaal in de Scheepersstraat. Dit Wijk- en Dienstencentrum was het hart van de wijk, hier kwamen alle dienstverlening en nieuwtjes uit de buurt tezamen. Zo nu en dan moest een complete verhuizing georganiseerd worden van mensen die vervuild waren en veel spullen verzamelden. Hier leerde ik de Klussengroep van de B.O.S van Schilderswijk door kennen, de enige die bewoners hielp voor een kleine vergoeding hun spullen te verhuizen. Een enkele keer was de woning zo vervuild, dat ze alleen bereid waren te helpen, als ik de woning in zou gaan en de spullen naar buiten zou brengen. Ik heb dit dan ook maar zo afgesproken en gedaan. Wel ben ik daarna naar huis gefietst en ben ik direct onder de douche gegaan. Uit de Klussengroep Bewoners Organisatie Schilderswijk is Wijkbeheer Schilderswijk ontstaan. Altijd hebben zij moeilijke situaties aangepakt. Ook deze organisatie dreigt anno 2012 door ‘concurrentie’ van het Haags Werkbedrijf, dat gesteund wordt door de Dienst Stadsbeheer, niet langer meer haar fantastisch werk, zoals het beheer van de Jacobahof, het Vermeerpark, het Oranjeplein en vele andere pleinen uit te kunnen voeren.

Opleveringsfeest Fronemanstraat

Opleveringsfeest Fronemanstraat Transvaal met Joke van den Bomen (Bewoners Organisatie Transvaal) en wethouder Duivesteijn 1988 (Fotograaf Joost Blasweiler).

Aan de Paul Krugerslaan was het projectbureau van de POS gevestigd, o.a. Job van Staalduinen (projectleider) en Art Touw (secretaris) waren hier aan het werk. Goed zichtbaar had men hier een bakje geplaatst waar met grote letters DOOFPOT op was geschreven. Hierin deponeerden de projectstaf allerelei nietszeggende papieren en reclame folders. Veel bezoekers van de POS-winkel bleven echter zeer geïnteresseerd wat in die gemeentelijke doofpot allemaal terecht was gekomen. Job van Staalduinen bleef altijd onverstoorbaar vriendelijk, dagelijks kwamen vrij bekende personen opgewonden verhaal houden over (vermeende) wandaden van gemeentelijke diensten en instanties en eisten dat hier direct wat aan werd gedaan. Meestal kon de POS hier in het geheel niets aan doen, zodat Job vaak na verloop zei ”je kunt hier de verantwoordelijken bellen of de secretaresse van de Wethouder en je kunt hier een brief typen, maar ik moet nu verder met mijn werk” en hij ging dan vervolgens ook daadwerkelijk in die chaos verder.

Kantoorruimte SBSV

Kantoorruimte SBSV met elektrische typemachine in het wijk- en dienstencentrum Transvaal Scheepersstraat 54 (Fotograaf Joost Blasweiler).

Al spoedig kreeg ik ook andere projecten in Transvaal Midden en Zuid. Aan de Scheepersstraat werden nog eens vier woonblokken aangewezen, die gesloopt moesten worden. Een belangrijk onderdeel was ook de Particuliere Woning Verbetering, de PWV. Het was een mooie regeling voor huiseigenaren: vaak meer dan 70% subsidie werd er verstrekt om al het achterstallig onderhoud van het casco en de leidingen van de woning in een collectieve onderhoudsbeurt weg te werken. Alle voorbereidende werkzaamheden werden verzorgd door Dienst Volkshuisvesting. Het was een goed antwoord van de overheid om al die kleine eigenaren, zonder veel geld, te helpen hun bezit weer op orde te krijgen. De bouwbegeleiding, inclusief planvoorbereiding en aanbesteding, werd uitgevoerd door de verbouwleiders van de Dienst Volkshuisvesting. Vaak besloot een verhuurder ook intern de woning wat te verbeteren, zodat hij een huurverhoging kon vragen. Daarom komen dan natuurlijk allerlei conflicten uit voort, die soms door de huurder, maar vaak aan de verhuurder zelf waren te wijten. Ik deed de begeleiding voor de noodkopers naar de Gemeentelijke Kredietbank om in aanmerking te komen voor een soort schuldsanering. Dit hield vaak een ‘boete gang’ naar de heer Koper aan het Westeinde in, die vaak mijn cliënten nog eens fijntjes er op attent maakten dat het toch wel erg onverstandig was geweest om zoveel te lenen voor een woning en vervolgens de hoge rente van de Kredietbank bij mijn cliënten in rekening ging brengen.

 

Een probleem was dat de renovatiewerkzaamheden binnenshuis van de PWV regeling in ‘bewoonde staat’ werden uitgevoerd. Er waren eigenaren die niets afspraken met hun huurders. Dit leverden vooral overlast voor bejaarden op, die geen familieleden meer hadden waar ze terecht konden. En deze zagen dan hun woning veranderen in een soort grote bouwkeet, waar Jan en Alleman door heen denderden. Veel huurders beleefden dit toen nog lijdzaam, ook omdat ze niets wisten over hun rechten als huurder. Ik probeerde dan dat er betere afspraken werden gemaakt door de uitvoerder met deze huurder, zodat water en verwarming e.d. waren geregeld. Ook dat de werkzaamheden niet over maanden door de aannemer werden uitgesmeerd. Als het echt te erg was dat moest een vervangende woonruimte worden georganiseerd. Op die momenten was het goed dat je als ambtenaar van de gemeente de betreffende eigenaren, uitvoerders en verbouwleiders kon ‘toespreken’. Een beetje bluf en de tactiek van geven en nemen waren in mijn werksoort van groot belang. Overigens ook in hun eigen belang, want conflicten kunnen de werkzaamheden enorm ophouden en het draagvlak voor het volgende SV project in de wijk ondermijnen.

Afscheid SBSV Transvaal

Afscheid SBSV Transvaal en aan het werk bij de POS in Schilderswijk-west 1990 (Foto Joost Blasweiler).

Ik had nog maar net tegen Joke van den Bomen van het BOT gezegd dat ik nog lang in Transvaal zou blijven, omdat er na drie jaar veel was opgebouwd wat betreft dienstverlening en de samenwerking voor de stadsvernieuwing, toen Hans van Dijk van het LGT-POS me vroeg over te stappen naar het projectwerk zelf. In Schilderswijk West en in veel nieuwe gebieden, waarvan men gedacht had dat veel van de bebouwing gespaard kon blijven moest de POS aan de slag. Projectstaven bestonden uit enkele mensen en Hans Alewijnse was in deelgebied 8 van de Schilderswijk alleen aan het werk. Ook de funderingen van bijv. de oude Vaillantlaan waren het aan het begeven, zodat de nieuwbouw versneld moest worden. Hans van Dijk dé grote organisator van de POS moest die capaciteitsproblemen zien op te lossen, maar daar was hij dan ook bijzonder creatief in. Over zijn vraag moest ik even nadenken, want dan zou ik in een hiërarchische ambtelijke organisatie terecht komen. Maar ja, ik was al 10 jaar sociaal begeleider, veertig jaar oud en dan is het ook goed om eens wat anders gaan doen. En het leek me goed, maar eens zelf projecten uit te voeren, in plaats van alleen bij te sturen als het dreigde mis te gaan. Dus op een dag heb ik afscheid genomen van Transvaal, het BOT, de collega’s van de SBSV2, de wijkmedewerkers van de Goede Woning en de dienstverleners van het Wijk- en Diensten Centrum.

Het Abeesalade terrein 1992

Het Abeesalade terrein 1992, voordat hier het Jacobahof werd aangelegd. De fabrieksbebouwing was vanaf 1974 in gebruik door de firma ABee. Door een grote brand in februari 1987 werd de bebouwing gesloopt. Het werd door de gemeente aangekocht en door een particulier ‘gebruikt’ als parkeerterrein. Aan de kant van de Hillegondastraat was een autospuiterij en reparatiebedrijf Van Rooyen gevestigd. Deze werd later door de gemeente opgekocht en dit terrein werd toegevoegd aan de Jacobahof (Fotograaf Joost Blasweiler).

Naar de Schilderswijk

Januari 1990 ging ik aan het werk onder de projectleiding van Hans Alewijnse in het projectbureau Van der Vennestraat. Toen nog het onderkomen van drie projectgroepen, de deelgebieden 8,9 en 10 van Schilderswijk West + de Vaillantlaan. Wiebe Eybers was hiervoor de overkoepelde projectleider aan de Van der Vennestraat. Wiebe was een markant figuur. Al met al brak een spannende tijd opnieuw aan. De POS was toen nog een verzameling van mensen, die over het algemeen zeer gemotiveerd en enthousiast de oude wijken wilde verbeteren.

 

In 1990 werd een verandering aangekondigd dat de gemeente in de nabije toekomst minder alleen de kar ging trekken en ook zou gaan betalen. Zo vertelt ons de Haagse Beleidsnota stadsvernieuwing Richting geven aan de Vernieuwing: “Hoewel op landelijk niveau soms wordt aangenomen dat de stadsvernieuwing wel zo’n beetje achter de rug is, heeft Den Haag pas 40 procent van de ‘traditionele stadsvernieuwingsopgave’- het wegwerken van achterstanden in de oude wijken- achter de rug. In 1986 stelde de nota ‘Stadsvernieuwing in perspectief’ nog optimistisch dat de helft van de slechte panden in 1990 gesloopt of gerenoveerd zou zijn “. “De woningbouwverenigingen kunnen een belangrijke rol spelen in de stadsvernieuwingswijken. Ze hebben in de oude wijken door nieuwbouw ruim 9000 woningen aan hun bezit toegevoegd. Door de overdracht van het aangekocht bezit van de gemeente komen daar nog eens 6000 woningen bij. De gemeente wil nauwer gaan samenwerken met de woningbouwverenigingen“ en “De stadsvernieuwing is niet altijd in staat gebleken ook de leefbaarheids problemen op te lossen. Uitstel en vertraging van de plannen hebben de problemen op sommige plaatsen zelfs vergroot”.

Jacobastraat na de PWV plus

Jacobastraat na de PWV plus in Schilderswijk West 1994 (Fotograaf Joost Blasweiler).

Politiek was er ondertussen ook het nodige veranderd

In 1986 kreeg Adri Duivesteijn meer dan 10.000 voorkeurstemmen en werd voor het eerst in Den Haag een linkse meerderheid in de gemeenteraad behaald. Een college van PvdA- Links Den Haag en D’66 werd gevormd. Van het begin af aan was er een bijzondere concurrentie tussen de PvdA wethouders, zo werd door Gerard van Otterloo (Volkshuisvesting en Financiën) naast de POS een eigen projectorganisatie De Aanpak opgericht voor de vernieuwing van Den Haag Zuidwest. De concurrentie binnen de PvdA ontaarde in een politieke oorlog tussen Van Otterloo en Duivesteijn3 over het al dan niet bouwen van het nieuwe stadhuis aan het Spui. Dit planvoorstel zou de aanpak van het al decennia troosteloze Spuikwartier kunnen vlot trekken én op het Burgemeester de Monchyplein een zeer grote woningbouwlocatie vrij maken. Het grote voordeel van het plan was tevens dat het stadhuis weer midden in de stad en nabij het regeringscentrum werd gesitueerd. Maar nadat het plan van de architect Meier voor het stadshuis werd verkozen, had Van Otterloo blijkbaar geen zin meer nog langer in de politieke schaduw van Duivesteijn te verblijven.

 

Het boek van Adri Duivesteijn wijst er op dat de politieke leider van de PvdA Constant Martini in deze machtsstrijd schitterde door afwezigheid, hij liet het gebeuren. Volgens sommigen omdat hij daar ook het meeste voordeel voor hem zelf in zou hebben gezien. Het niet ingrijpen van Martini was in feite heel lang een steun voor Van Otterloo, die hierdoor jarenlang de bouw van het stadhuis kon dwarsbomen. Het leidde tot de ondergang van het Haagse Linkse college; Van Otterloo en Duivesteijn moesten aftreden van het PvdA gewest Den Haag. De VVD en het CDA konden weer deelnemen aan het college van B & W. Constant Martin mocht van het gewest PvdA in nov. 1989 geen lijsttrekker meer zijn bij de volgende verkiezingen.

 

Anno 2012 is het duidelijk dat Van Otterloo het bij het verkeerde eind had, het stadhuis aan het Spui was de beste planologische keuze voor de stad en de bouw heeft niet geleid tot een financieel debacle. De stadsvernieuwing en de POS werden nu voortaan geleid door Peter Noordanus (PvdA).

1995 overdracht Jacobahof

1995 Peter Noordanus, Koos Hamers, de notaris en Mevr. Havermans overdracht Jacobahof (Fotograaf Joost Blasweiler).

Maatschappelijke veranderingen en het einde van de volksbuurtcultuur

De Haagse stadsvernieuwing werd in de jaren negentig voortvarend doorgezet, het rijk erkende eindelijk dat ze decennia lang Rotterdam en Amsterdam had voorgetrokken en verhoogde aanmerkelijk haar bijdragen aan de Haagse stadsvernieuwing. In de tijd van Duivesteijn leefden we nog midden in de koude oorlog, totdat het ‘ijzeren gordijn’ in Europa verdampte. Begin jaren negentig bleef het Nederland en West Europa economisch voor de wind gaan, de tegenstelling tussen links en rechts in Nederland en in Europa werd minder duidelijk. En het leek minder nodig te zijn, totdat in 2008 de economische crisis zich aankondigde. De oude volkswijken zijn geheel omgebouwd en enorm veranderd in bevolkingssamenstelling door de vele verhuizingen van af 1970 naar Zoetermeer, Den Haag Zuidwest en andere wijken in Den Haag. Veel wijken in Den Haag werden multicultureel. Ook zonder die stadsvernieuwing zou dat waarschijnlijk zijn gebeurd, maar langzamer. Deze wijken zouden dan echter door de zeer slechte woningen en het gebrek aan goede voorzieningen bepaald geen leefbare buurten, maar waarschijnlijk harde achterbuurten (no-go area’s) zijn geworden. Wijken zonder hoop, zoals we die in Engeland en in de USA aantreffen. De volkbuurtcultuur is grotendeels verdwenen4. Vroeger was ‘de gezelligheid’ en ‘de zorg voor de buren’ een gegroeid antwoord op de slechte inkomenspositie en de slechte woonsituatie. Dit antwoord was na 1980 niet meer noodzakelijk en het verdween. Het is overigens ook niet allemaal rozengeur en maneschijn in de volksbuurtcultuur geweest, alles heeft zijn voor- en nadelen. Gelukkig zitten we zo in elkaar dat vaak alleen de mooie en goede dingen van vroeger ons uiteindelijk bijblijven.

Bewoners van de Jacobastraatjes

Bewoners van de Jacobastraatjes aan de slag in de Jacobahof 1994 (Fotograaf Joost Blasweiler).

Voor vervolg zie deel 3

Verantwoording

Geschreven door Joost Blasweiler, Hij schreef dit ter gelegenheid van zijn afscheid als projectleider van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling, Den Haag november 2012.

 

Bij foto's waarvan geen fotograaf bekend is: De auteur heeft de maker van deze foto niet kunnen achterhalen. Als u de fotograaf van deze foto bent, kunt u contact opnemen met de auteur (joostblasweiler@planet.nl)

Noten

1 Guust Haest 1989, De Ouwe Garde, het Andere Slag en de Buitenlanders.

2 Andere sociaal begeleiders waren in de loop der tijden : Yvonne Van Dam, Michel van Loon, Miep Postma, Joan Jansen, Leela Birjmohun, Ben Veen , Charlotte Ellis- Windt,Ina verhoef, Karin Konijnenburg, Ine Wassens, Piet Breebaart, Lex van Wijk, Lidy Landsdorp, Ria Waarle, Joop Schouten, Niek Yap-tan,Annemiek Verzijl, Brt Kommers, Gert-Jan van der Beuken, Esmeralda Renfurm, Sien Molenkamp, Guust Haest en Hans Schenkel (werkbegleider SBSV).

3 Boek Adri Duivesteijn 1994, Het Haagse Stadshuis, bouwen in een slangenkuil. Ik heb nog geen weerwoord kunnen vinden van Gerard van Otterloo en Constant Martini op de onderbouwde beschuldiging van Adri Duivesteijn. Hun woorden kunnen een andere kijk geven op het bovenstaande.

4 Anke Kamerman 1988, Van Gewoonten naar Afspraken: naoorlogse ontwikkelingen van het wonen rond het Oranjeplein. Boekje Haags Historisch museum.