Geschiedenis van Den Haag
ooievaar koptfoto

ooievaarkleinerFloris V was belangrijk voor Den Haag. Hij was de eerste graaf die Den Haag vaker als residentie ging gebruiken. Hij is ook vermoedelijk de stichter van de Ridderzaal, een van de indrukwekkendste gebouwen in Noordwest-Europa uit die tijd.

kopfoto

Floris V en Den Haag

Floris V werd op 24 juni 1254 in Leiden geboren en was pas anderhalf jaar oud toen zijn vader stierf. Een van zijn voogden was tante Aleid10 en zij zorgde er voor dat hij een goede scholing kreeg. Het was mogelijk door haar invloed dat hij belangstelling kreeg voor literatuur en geschiedenis. Hij gaf Jacob van Maerlant opdracht om een wereldgeschiedenis te schrijven, de Spiegel Historiael. Zijn klerk Melis Stoke schreef in zijn opdracht de Rijmkroniek, een geschiedenis van Holland. De Rijmkroniek had voor Floris ook politieke waarde omdat Melis Stoke hierin pleitte voor een sterk grafelijk gezag. Een sterke overheid was volgens hem de voornaamste garantie voor politieke stabiliteit: ‘ .. elc lant moet hebben here, sallet bliven in sijn ere..’.

 

Toen Floris in 1266 de regering op zich nam was er nog geen sprake van politieke stabiliteit. Holland bestond nog steeds uit losse delen als Kennemerland, West-Friesland en Amstelland. Daar kwam men nog wel eens tegen de graaf in opstand. Maar Floris was een daadkrachtige graaf en het lukte hem om deze opstanden te onderdrukken. Volgens oudere geschiedschrijving had hij zich bij het volk desalniettemin zo geliefd gemaakt dat hij de bijnaam ‘der Keerlen God’ kreeg. Volgens modernere historici kreeg hij deze naam echter niet van het "gewone volk", maar pas veel later om vemoedelijk politieke redenen11.

 

Graaf Floris probeerde ook paal en perk te stellen aan de macht van hoge edelen. Enkele van hen hielden aan de randen van het graafschap zelfs een eigen graafschap in stand. Een van die zelfstandige edelen was de heer van Monster. Die raakte in 1295 zijn macht kwijt en moest de graaf als heer erkennen. Om de macht van de edelen verder te beperkten stelde hij baljuwschappen in, een soort bestuursdistrict. De graaf stelde in de functie van baljuw geen edelen aan, maar mensen met een lagere positie. Het moesten mensen zijn die meer afhankelijk waren van de graaf. Een baljuw kon tussentijds worden vervangen. De baljuw voerde namens de graaf allerlei bestuurstaken uit en was daarnaast voorzitter van de regionale rechtbank12.

 

Floris V probeerde ook in het buitenland zijn macht en aanzien te vergroten. In de strijd tussen Frankrijk en Engeland koos hij aanvankelijk partij voor Engeland. Sommige historici denken dat hij de steun van de Engelse koning Edward I zocht omdat hij probeerde koning van Schotland te worden. Via zijn bet-overgrootmoeder Ada stamde hij af van het Schotse koningshuis. Ook in Engelse elementen in de bouwstijl van de Ridderzaal zien onderzoekers aanwijzingen voor politieke belangstelling voor Engeland. Maar in 1296 ging Floris een bondgenootschap aan met de Franse koning. De krachtdadig optredende Edward reageerde woedend en stookte ontevreden Hollandse edelen op om Floris naar Engeland te ontvoeren. In juni 1296 werd Floris tijdens een valkenjacht gevangen genomen en naar het Muiderslot gebracht. Toen de edelen met Floris onderweg waren naar Engeland werden ze tegengehouden en bij het gevecht dat volgde werd Floris vermoord.

Jan I (1296-1299)

Na zijn overlijden keerde zijn nog 15-jarige zoon Jan uit Engeland (waar hij zijn opvoeding had aan het hof) terug. Het is niet bekend of graaf Jan tijdens zijn onrustige bewind veel in Den Haag verbleef. Hij stond eerst onder invloed van twee edelen, maar later werd hij gedwongen zijn oom Jan van Henegouwen als regent te benoemen. Vlak hierna overleed graaf Jan I in 1299. Hij had nog geen nakomelingen. Zijn oom volgde hem op als graaf Jan II.

 

pijl voor vervolg Vervolg: ontstaan Binnenhof

Verantwoording

Eerste versie 2005, bijgewerkt op 4-2-2012.

Literatuur

• Boer, D.E.H. de, E.H.P. Cordfunke, Graven van Holland. Portretten in woord en beeld 880-1580, Zutphen 1995.

• Blok, D.P., Holland sinds Gosses. De vorming van het graafschap opnieuw bezien, D.E.H. de Boer e.a. (red), Holland in Wording, Hilversum 1991. pp 9-ev.

• Janse, Antheun, Een in zichzelf verdeeld rijk. Politiek en bestuur van de tiende tot het begin van de vijftiende eeuw, Thimo de Nijs en Eelco Beukers (red), Geschiedenis van Holland, deel I, Hilversum 2002, pp 69-102.

Noten

10. Haar zoon Jan van Avesnes werd later graaf van Henegouwen worden en maakte daarna met succes aanspraak op het graafschap Holland.

11. Fout uit oorspronkelijke tekst hersteld met dank aan Ton Behrens.

12. In de Middeleeuwen vond een verschuiving van de macht plaats van de keizer naar de graaf. Na de Middeleeuwen zou de macht in Holland verder verschuiven en bij de steden terecht komen.

Macht naar de keizer

In eerste instantie was de verschuiving de andere kant opgegaan. De Germanen kozen eerst alleen een hoofd voor de oorlogsvoering. Later werd dit hoofd een echt stamhoofd en toen een van de stammen oppermachtig werd kwam uit deze stam de keizer voort. De keizer kon zijn rijk niet alleen besturen en stelde in veel districten ambtenaren aan, de graven. In ruil voor dit werk kregen deze graven geen geld, maar grondgebied ‘in leen’. Dat land werd door boeren bewerkt en de graaf leefde van de opbrengsten van het land. De graaf moest niet alleen het district (graafschap) besturen, maar met een aantal van zijn knechten klaar staan voor militaire dienst in het leger van de keizer.

Macht naar de graaf

Latere keizers verloren door troonstrijd steeds meer van hun macht. De troonkandidaten verzamelden zoveel mogelijk graven achter zich en gaven in ruil allerlei voorrechten aan die graven. Die werden daarom steeds meer onafhankelijk van de keizer. De graaf was langzamerhand zelf een vorst geworden. Op een gegeven moment was het graafschap Holland in feite een onafhankelijke staat (officieel bleef Holland tot 1648 onderdeel van het Duitse rijk, daarna werd het onafhankelijk).

Van grafelijke raad tot parlement

De graven regeerden niet alleen, maar lieten zich bijstaan door familieleden en enkele hoge edelen die zitting hadden in de grafelijke raad. De raad hield zich bezig met bestuur en was tevens rechtbank. Eerst werd de raad incidenteel bijeen geroepen, later (in 1428) werd het een permanente raad die steeds meer invloed kreeg. De raad werd uitgebreid met vertegenwoordigers van steden die invloed op het landsbestuur eisten. De graaf had voor het bestuur steeds meer geld nodig en de steden werden steeds rijker. Omdat er nog geen systeem van vaste belastingen bestond moest de graaf met de steden onderhandelen over hoeveel geld hij kreeg. In ruil voor dat geld moest hij inspraak van de steden toestaan. Zo breidde de grafelijke raad zich uit tot een voorloper van ons huidige parlement, de Staten van Holland.

Stadhouders

Doordat graven kinderloos stierven kwam het graafschap Holland in handen van buitenlandse graven en hertogen. Deze bouwden een steeds groter wordend conglomeraat van landen op waar zij graaf of hertog van waren. Omdat ze Holland nu niet meer eigenhandig konden besturen, stelden ze een plaatsvervanger aan, de stadhouder.