Geschiedenis van Den Haag
kopfoto

ooievaarkleinerDen Haag is ontstaan doordat de graven van Holland hier hun hoofdwoning vestigden. Rondom dat grafelijk kasteel ontstond het dorp Den Haag. Onder de eerste grafelijke familie, die van het Hollandse huis, bleef het nog klein.

 

Over Kneuterdijk 13.

Over Kneuterdijk 6.

Over Kneuterdijk 20.

Over Kneuterdijk 22, huis van Van der Mijle.

kopfoto

Kneuterdijk 22 (24), huis van Oldenbarnevelt

Deze pagina is tijdelijk niet beschikbaar.

Verantwoording

Voorlopige tekst, 5-3-2011.

Literatuur

• D. Brongers, ‘Een gebouw van de VOC in Den Haag’, in Jaarboek Die Haghe, 2002, 33-40.

• A.Th. van Deursen, ‘De Raad van State onder de Republiek 1588-1795’, in: T. Damsteegt, W. Scholten (red), Raad van State 450 jaar, ’s-Gravenhage 1981.

• Linda und Marsha Frey, Friedrich I. Preussens erster König, Wien, 1984.

• S. Groenveld, De Winterkoning. Balling aan het Haagse Hof, Den Haag, 2003.

• Erich Hubbertz , Catharina Gräfin von Wartenberg, Emmerich 1986.

• Ben Knapen, De man en zijn staat. Johan van Oldenbarnevelt 1547-1619, Amsterdam 2005.

• H.M. Mensonides, De huizen aan de Kneuterdijk tussen Heulstraat en Parkstraat, typoscript, Den Haag, 1973.

• C.H. Peters, De Landsgebouwen te ’s-Gravenhage. Rapport aan Zijne Excellentie den Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, ’s-Gravenhage 1891

• Jacob de Riemer, Beschryving van ’s-Gravenhage, II Den Haag 1730.

• Mr. O. Schutte, Repertorium der buitenlandse vertegenwoordigers in Nederland 1584-1810, ‘s-Gravenhage 1983.

• M. Tans, De opleiding tot officier onder koning Lodewijk Napoleon in Honselaarsdijk en ’s-Gravenhage, Ons leger, augustus 1961, pp. 5-9.

• Hans Vlaardingerbroek, Leo Wevers, Bouwhistorische opname en waardestelling. ’s Gravenhage, Kneuterdijk 20-24, deel 2: Kneuterdijk 22-24, Utrecht 2004.

• Mr.dr. Jan den Tex en Ali Ton, Johan van Oldenbarnevelt, ’s-Gravenhage 1980.

• A.W. de Vink, De huizen aan den Kneuterdijk No. 22, in: Die Haghe Jaarboek 1921/922, 120-192.

Noten

1. De Riemer II 732; De Vink en De Riemer geven andere schenkers en ontvangers, maar aan de hand van de gegevens kan het niet anders zijn dan dat Jan van Beieren het huis schonk aan zijn vrouw Elisabeth van Görlitz.

2. Edelen worden in literatuur soms vermeld met hun familienaam, maar vaak naar het gebied waarvan ze heer zijn. In dat geval vervalt het voorvoegsel ‘van’. Naar Jan van Ligne kun je dus verwijzen als ‘Van Ligne’ of als ‘Arenberg’.

3. De Riemer II, 731-733, De Vink 168-169.

4. Van Deursen, De Raad van State, 53-55.

5. Den Tex V p. 573, De Vink 169, Schutte, 1-2.

6. De Riemer 734.

7. De Vink 171-173.

8. De Vink 175-178.

9. De Vink 178-179, D. Brongers, 33, Schutte 150.

10. Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, VI, 441.

11. Hubberz 12-21.

12. F.W. van den Berg, ‘Maria van Oranje. Een bijna vergeten telg uit ons vorstenhuis’, Jaarboek Vereniging Oranje Nassau Museum (1993), 6-21.

13. Frey 97-99, Hubberz 101-104, De Vink 182.

14. Hubberz 87-90.

15. Hubberz 90-97, 120-121, Frey 99.

16. De Vink 173-180, De Riemer II 734.

17. Hubberz 114-115.

18. Hubberz 127-128, De Vink 183-185.

19. Hubberz 125-129.

20. De Vink 185-186.

21. Tans 7.

22. De Vink 164-167.

23. Katholieke Illustratie, 27 februari 1954, p 408-413.

24. Jaarboek Die Haghe 1976, p.156.